KNVB moet bio-banding gaan invoeren
avatar

In Nieuw Zeeland worden jeugd-rugbyteams al jaren niet meer ingedeeld op kalenderleeftijd maar op biologische leeftijd. Bio-banding heet deze manier van selecteren en zorgt ervoor dat kinderen, die even ver zijn in hun biologische ontwikkeling en dus ongeveer dezelfde lengte en gewicht hebben, tegen elkaar uitkomen. Ze hebben daar bijvoorbeeld geen O15-team meer, maar een O55kg (een onder 55 kilo) team. 

Aan een rontgenfoto van een hand van 2 13-jarige jongens kan je zien hoe ver ze zijn in hun biologische ontwikkeling. De een is 10,5 de ander al 17!

Aan een rontgenfoto van een hand van twee 13-jarige jongens kan er gezien worden hoe oud hun skelet eigenlijk is. De een is dan 10 jaar de ander al 17! Dat verschil tussen vroegrijp en laatrijp is op het veld gigantisch en levert voor de vroegrijpers kortstondig enorm veel voordelen op en frustreert de laatbloeiers.

Een aantal jaren terug viel het de Nieuw-Zeelandse rugbybond (de NZRU) op dat er verhoudingsgewijs ontzettend veel Maori’s en Polynesiërs in de jeugd-selectieteams zaten, terwijl zij samen slechts 22% van de bevolking vormen. Waar waren de blanke talenten? Na een uitgebreid onderzoek bleek dat kinderen van Maori’s en Polynesiërs zich veel eerder en sneller ontwikkelen tot volwassenen dan kinderen van blanke Nieuw-Zeelanders. Deze jongens zijn dus eerder groter, sterker, sneller en zwaarder dan hun leeftijdsgenootjes en daardoor enorm in het voordeel op een rugbyveld. Rugbyscouts lieten zich iedere keer zand in de ogen strooien door deze tijdelijke fysieke voorsprong, want eenmaal volwassen bleken deze vroegrijpers vaak helemaal niet zo goed te zijn.

Deze jongens zijn allemaal 13 jaar. De vroegrijper is nu beter, maar hoe dat is over 6 jaar is een groot vraagteken. Toch pikken heel veel scouts de grote jongen eruit.

Deze jongens zijn 13-14 jaar. De vroegrijper is nu beter, maar hoe dat is over 6 jaar is een groot vraagteken. Toch pikken heel veel scouts de grote jongen eruit, niet omdat hij meer talent heeft, maar omdat hij zich eerder heeft ontwikkeld. Dat is geen betrouwbare graadmeter.

Te vaak werden de verkeerde kinderen gescout

De NZRU zag in dat er ingegrepen moest worden omdat te vaak de verkeerde kinderen werden gescout, maar ook omdat de strijd op het veld vaak ongelijk was en het ten koste van ging van het plezier en de ontwikkeling.

  • De vroegrijpers kregen namelijk te weinig tegenstand en konden alles op fysiek doen wat hun spelinzicht niet ten goede kwam.
  • De laatbloeiers raakten gefrustreerd omdat ze puur op fysiek werden afgetroefd en omdat ze bijna nooit in een selectieteam werden gekozen, hoeveel talent/potentie ze soms ook hadden.
  • Veel kinderen stopten met rugby voor hun 14e omdat ze het niet meer leuk vonden. Daardoor ging veel talent verloren.
bio banding

De jongen in het gestreepte shirt is 14 en moet tegen het ventje in het zwart. De man in het midden is namelijk de scheids.

Het roer moest en ging ook om. Tegenstribbelende bestuurders en (oud-)sporters met een conservatieve opvatting werd de volgende vraag gesteld: Tegen wie rugby je zelf liever, iemand van je eigen postuur en gewicht of tegen een beer van een vent van 2 meter en 120 kilo…

Sindsdien is bio-banding ingevoerd en nu zie je op alle velden vaak een veel gelijkwaardiger strijd. De vroegrijpers kunnen niet meer blind varen op hun fysieke voorsprong en moeten nu echt hun rugbykwaliteiten aanspreken en de laatbloeiers worden niet meer omver geploegd en kunnen nu eindelijk laten zien wat ze kunnen. Dat komt het plezier en de ontwikkeling van alle spelers op ieder niveau ten goede.

Plezier moet altijd voorop staan

Verder heeft de Rugbybond nog 2 maatregelen ingevoerd om het plezier te vergroten en ervoor te zorgen dat ieder kind de kans krijgt zich te ontwikkelen.

  1. Trainers zijn verplicht om elke speler minimaal een helft op te stellen. Deze maatregel is puur bedoeld om een einde te maken aan het feit dat iedere zaterdag duizenden kinderen slechts een paar minuten of zelfs helemaal niet mochten spelen.
  2. Teams die bij rust met meer dan 30 punten achterstaan krijgen de beste 2 of 3 spelers van de tegenpartij. De NZRU wil strijd, geen walk-overs. Van een wedstrijd waarin het klasseverschil te groot is, leert niemand iets. Grote nederlagen werken bovendien demotiverend. Een kind gaat niet op rugby om elke zaterdag afgeslacht te worden. Dat zorgt er alleen maar voor dat kinderen ermee stoppen.

Die uitval puur en alleen vanwege het ontbreken of het wegvallen van plezier wil de NZRU ten koste van alles vermijden. Negentig procent van de kinderen gaat onder een sport omdat ze het leuk vinden. Dan mag het nooit zo zijn dat 70% voor hun 14e is gestopt omdat het plezier weg is.  Dat is talent weggooien nog voor het de kans heeft gehad om zich te onplooien en om ontdekt te worden.

Het beleid van de NZRU is er dan ook op gefocust dat iedereen zo lang mogelijk blijft rugbyen. Plezier staat daarin voorop. Hoe meer plezier, des te langer kinderen blijven rugbyen en des te meer talent erover blijft om een selectie uit te maken. De NZRU kijkt in deze zeker ook breder én ook naar de lange termijn. Mensen die namelijk zelf lang gerugbyed hebben, zijn eerder bereid om trainer te worden, gaan eerder naar het stadion, nemen eerder een abonnement op een betaalzender om naar de rugby-wedstrijden te kijken en zullen later hun kinderen zeer waarschijnlijk ook onder rugby doen.

Premierleague-clubs zijn aan het testen met bio-banding

De Engelse rugbybond, balletbond, cricketbond en voetbalbond (de FA) hebben de bio-banding opzet in Nieuw-Zeeland met zeer grote belangstelling gevolgd.  Nieuw-Zeeland is tenslotte de wereldkampioen rugby van de laatste 2 WK’s en staat al jaren eenzaam aan de top.

Vooral de FA is zeer geinteresseerd, omdat voetbal net als rugby een fysieke sport is en Engelse jeugdteams – net als de Nieuwzeelandse rugbyteams in het verleden – bol staan van de leeftijdseffecttalenten en van de vroegrijpers. Dat dit meestal niet de beste voetballers worden, blijkt wel uit het feit dat Engeland er al decennia weinig van bakt op zowel de WK als de EK-toernooien en dat de eigen competitie wordt overheerst door buitenlandse voetballers.

De FA ziet in bio-banding een manier om meer talent een kans te geven en zo tot een betere scouting en opleiding van alle voetballers te komen.

Bio-banding team van Southampton. Alle jongens zijn biologisch even ver in hun ontwikkeling. Er zijn geen grote lengte-verschillen meer.

Bio-banding team van Southampton. Alle jongens zijn biologisch even ver in hun ontwikkeling. Er zijn daardoor geen grote lengteverschillen meer.

Daarom zijn 4 Premier League-clubs in 2015 een bio-banding competitie begonnen. En met succes, want de reacties van alle betrokkenen zijn zo positief dat dit seizoen de competitie wordt uitgebreid naar 8 clubs. Vooral Southampton ziet in bio-banding dé manier om kinderen veel beter op te leiden en ook om de echte talenten eruit te filteren. Deze Engelse club heeft al langer in de smiezen dat er heel veel laatbloeiers over het hoofd worden gezien en daarom laat zij al jongens doubleren. Alex Oxlade-Chamberlain is daar een goed voorbeeld van. Hij was een typische laatbloeier en liep fysiek achter op de rest en zou eigenlijk uit de opleiding worden gezet, maar na overleg werd besloten hem een jaar te laten over doen. Het vervolg is bekend. Chamberlain verdient nu miljoenen bij Arsenal. Hoeveel laatrijpe jongens als Chamberlain hebben dat geluk niet gehad?

Met deze formule kan berekend worden hoe ver een kind is in zijn groei (of de hoogste groeisnelheid al is bereikt PHV). En dus ook hoe ver een kind is in zijn biologische ontwikkeling. Een snellere methode is om op deze site je lengtes, geboortedatum en gewicht in te vullen.

Met deze formule kan berekend worden hoe ver een kind is in zijn groei (of de hoogste groeisnelheid al is bereikt PHV). En dus ook hoe ver een kind is in zijn biologische ontwikkeling. Een snellere methode is om op deze site (rug)lengtes, geboortedatum en gewicht in te vullen.
http://athleticskillsmodel.nl/groeiberekening/

De betrokken Premier League-clubs hebben berekend dat er door bio-banding minimaal 3 laatbloeiers en/of laat in het jaar geborenen per geboortejaar worden gescout per club. Jongens die anders nooit zouden zijn opgevallen.

De FA heeft ook samen met de clubs een Elite Player Performance Plan opgesteld en houdt via een database onder andere de conditie, groei, vooruitgang en biologische ontwikkeling van ruim 5000 jeugdspelers bij. Door deze database te raadplegen kunnen clubs en scouts exact zien hoe oud jongens biologisch zijn en dus ook nagaan of ze de groeispurt wel of niet hebben gehad. Door deze informatie kunnen kinderen veel eerlijker worden beoordeeld en dat komt de talentherkenning enorm ten goede.

KNVB heeft geen idee waar het mee bezig is

In Nederland is het geboortemaand-effect (leeftijdseffect) en het feit dat laatbloeiers niet of amper worden gescout (het maturiteitsprobleem) net zo’n groot probleem als in Engeland. Ook hier wordt daardoor maar liefst de helft van het talent niet opgemerkt.

knvb indelingen

De KNVB geeft zelf al aan dat er eigenlijk niets verandert met de nieuwe indelingen. Alleen de naam is anders. Dan is het een wassen neus!

De KNVB heeft echter nooit actie ondernomen om het leeftijdseffect en het maturiteitsprobleem op te lossen of aan te pakken. In mei heeft de bond een  176 pagina’s tellend beleidsplan ‘Winnaars van Morgen‘ gelanceerd. Daarin wordt het leeftijdseffect heel voorzichtig aangestipt, maar er staat niet hoe de bond denkt dat te gaan aanpakken of te verbeteren. Het maturiteitsprobleem wordt zelfs helemaal niet genoemd. Alsof het niet bestaat.

De enige maatregel die de KNVB neemt is dat de leeftijdsklassen van de competities vanaf dit seizoen worden teruggebracht van 2 naar 1 jaar. Om zo de verschillen qua leeftijd kleiner te maken. Maar de bond geeft vervolgens zelf al aan dat het feitelijk niets uit gaat maken omdat bijvoorbeeld de oude C1 nu het O15-team wordt. De fysieke verschillen kunnen ook binnen 1 jaar nog heel groot zijn. Je vraagt je dan ook af of de KNVB het probleem dan wel echt goed begrijpt? Profclubs gaan nu niet ineens andere kinderen scouten. Jongens die zich eerder ontwikkelen blijven ook nu de voorkeur houden.

Voor de amateurclubs is de nieuwe indeling helemaal een wassen neus. De A, B, C en D teams zijn nu de O19, O17, O15 en O13 geworden. De KNVB heeft helemaal geen competitie voor O18 of O16 teams en de O14 en O12 teams kunnen alleen maar Hoofdklasse, 1ste klasse of 2e klasse spelen.

De rest – en dat is de overgrote meerderheid – speelt gewoon weer in een competitie waarin de verschillen in leeftijd wederom tot 2 jaar kunnen oplopen. Vooral in de O13, O15 en O17 kan dat tot enorme frustraties leiden voor de jongens die zich wat later ontplooien. Het lijkt wel alsof de KNVB niet beseft dat ze met kinderen bezig zijn en dat het op de eerste plaats vooral leuk moet zijn.

Bio-banding? De KNVB rept er met geen woord over

Bio-banding komt niet ter sprake in het KNVB-rapport. De KNVB schrijft er alleen over: Om nog meer gelijkwaardigheid te creëren zal onderzoek worden gedaan naar de ‘biologische’ leeftijd. Maar dat is wel erg vaag, net als het hele rapport trouwens. ‘Winnaars van Morgen’ staat vol met zinnen als: we gaan dit onderzoeken, ons hierin verdiepen en we gaan dat verbeteren. Maar het hoe, wie, wat, waarom en wanneer ontbreekt. Alsof ze de bel hebben horen luiden maar geen idee hebben waar de klepel hangt. Wat is dan de meerwaarde geweest van die 80 experts die allemaal hun zegje hebben mogen doen? Hebben ze dan wel de juiste mensen gesproken?

knvb beleidsplan 2014-2018

In 2014 schreef de KNVB ook al een beleidsplan, geldig tot 2018. Het staat bol van wollig taalgebruik en een enorme dosis totaal onterechte arrogantie.

En dit is geen incident. In 2014 heeft de KNVB ook al een beleidsplan (‘Voetbal om van te houden’) geschreven. Een 4-jarenplan. Geldig tot 2018. Dat plan is een hol vat. Vol met misplaatste arrogantie, cliches, open deuren en doorspekt met wollig taalgebruik (zie hierboven). Dat plan is zo nietszeggend, dat het heel begrijpelijk is geweest dat Hiddink nog geen paar maanden na het verschijnen van dat rapport opriep tot een voetbalsymposium om zo tot een nieuw en vooral beter plan en beleid te komen.

Dan is het des te teleurstellender als de KNVB nu ook weer in het nieuwe beleidsplan een hoop zaken niet benoemd en/of heel vaag is over het oplossen van geconstateerde problemen.

Stoppen met voetballen. Cijfers en redenen

Stoppen met voetballen. Cijfers en redenen. Plezier is verdwenen staat met stip op 1.

Elk jaar stoppen 120.000 Nederlanders met voetbal

Elk jaar stoppen er in Nederland 120.000 voetballers. Hiervan is een hele grote groep jonger dan 14 jaar!  Daar zit een hoop talent tussen. Dat is erg pijnlijk, omdat je na de leeftijd van 16 jaar pas een redelijk goede inschatting kan maken over hoe goed een jongen kan worden. Of ie misschien wel prof kan worden. Maar als voor die tijd de helft al is gestopt omdat ze de voetbalsport niet meer leuk vinden, waar zijn de KNVB en de clubs dan mee bezig? Waar is de visie in deze?

Het merendeel van de (jeugd)voetballers stopt omdat het plezier weg is.  Onbekwame trainers zijn daarin de grootste boosdoeners, maar ook het leeftijdseffect/geboortemaandeffect en het maturiteitsprobleem spelen hierin bij de jeugd een rol. Kinderen raken hierdoor gefrustreerd en gedemotiveerd. De rol van de KNVB is veel te passief hierin. Bio-banding zou hierin wel eens voor een hele grote positieve verandering kunnen zorgen. Maar dan moet de voetbalbond wel actie ondernemen, meegaan met de tijd en hiermee gaan testen.

Hans van Breukelen

Hans van Breukelen

Van Breukelen pleit voor fysiek. Maar daar letten de Duitsers al 16 jaar niet meer op

De uitspraken van de nieuwe  Technisch Directeur van de KNVB, Hans van Breukelen, geven echter weinig hoop op verbetering. De oud-keeper vindt net als de KNVB dat het accent vooral op fysiek, winnen en mentaliteit moet komen te liggen. Fysiek en winnen? Wat een ongelooflijk kort door de bocht en fout signaal voor alle jeugdtrainers en jeugdscouts.  Er wordt in Nederland – zowel in het amateurvoetbal als bij de BVO’s – al veel te veel gelet op groot en sterk als het om talentselectie gaat. En jeugdtrainers op alle niveau’s zijn vaak meer  bezig met winnen dan met opleiden. Wat voor negatief effect dat heeft op het niveau van het vaderlandse voetbal moge ondertussen wel duidelijk zijn. Hoe bestaat het dat Van Breukelen dan met zo’n uitspraak komt.

Zouden Van Breukelen en de KNVB weten dat de Duitse voetbalbond in 2000 (na het debacle van Euro 2000) de nadruk op het fysieke en mentale aspect heeft los gelaten en dat het Duitse voetbal zich toen voornamelijk is gaan focussen op techniek, taktiek en inzicht?

KNVB mist visie. Kijk dan af!

Als iets duidelijk is geworden de afgelopen decennia, dan is het dat de KNVB voetbalvisie ontbeert en niet of nauwelijks in staat is het Nederlandse voetbal te moderniseren. Ze doen vaak maar wat.  Het gehannes rondom het Nederlandse elftal is daar momenteel een goed en vooral zichtbaar voorbeeld van. Het nieuwe beleidsplan lijkt net als haar voorgangers (oa het Masterplan van Van Gaal) te sterven in geneuzel, vaagheden en wanbeleid. Als de KNVB het niet weet, zou het raadzaam zijn om simpel af te gaan kijken. Ga ouderwets spieken bij landen als Spanje, Frankrijk, Belgie, Duitsland en Nieuw-Zeeland. Kopieer wat zij doen, anders is de kans de het Nederlandse voetbal nog verder wegzakt wel heel groot.

———————————————————————————————————-

Lees ook: KNVB wil Hollandse School 2.0. Wat is er dan mis met het origineel?

Lees ook : Talentherkenning en -ontwikkeling moet op de schop

Lees ook: Hoeveel talent moet je hebben om prof te worden?

Handige link: Hier kun je zien hoe ver je bent in je groei

 

Posted in Columns | Tagged , , , , , , , | 1 Reactie

Voetbalvisie, dat is het geheim van het IJslandse succes op Euro 2016
avatar

Hoe bestaat het dat een land dat amper 15.000 mannelijke volwassen voetballers telt in de kwartfinale staat van een EK? Een land dat alleen maar semi-professionele clubs kent. Nederland heeft 530.000 senioren (en ook nog eens 500.000 jeugdleden) en 35 profclubs en is er niet eens bij. Dan doen zij iets heel goed en wij iets heel erg verkeerd. Want was het ook niet IJsland dat Nederland uitschakelde in de kwalificatie-poule? Wat wij verkeerd doen en hoe het beter kan kunt u hier lezen. Maar het gaat nu om de IJslanders. Wat is hun geheim? 

ijsland voetbal ksi

Dat IJsland het zo goed doet op Euro 2016 is geen toeval. In 2003 heeft de IJslandse voetbalbond, de Knattspyrnusamband Islands (KSI) het hele voetballandschap omgegooid. IJsland heeft een zo koud klimaat dat er maar 5 maanden per jaar (mei-september) buiten gevoetbald kan worden. Dat schoot natuurlijk niet op, vandaar dat er in het land 7 indoor-voetbalhallen zijn gebouwd waar op een voetbalveld van normale grootte gespeeld kan worden. Verder zijn er in totaal  25 kuntsgrasvelden neergelegd, zodat er veel vaker gespeeld en getraind kan worden en zijn er door het hele land 150 mini-voetbalcourts verschenen.

Daardoor kan er nu het hele jaar door worden gevoetbald. Dat was amper 15 jaar geleden wel anders. Toen trainden spelers 1x in de week gedurende een half jaar en in de lange winter gingen ze dan naar binnen om te gaan handballen of volleyballen. Tegenwoordig trainen ze het hele jaar door overal 2x of meer in de week en de semi-profs zelfs 4x.

voetbalhal

Dat er nu op zoveel verschillende ondergronden (gras, kunstgras, turf, indoor) wordt gevoetbald zien de IJslanders alleen maar als een voordeel. Op elke ondergrond moet je je techniek aanpassen. Daar worden spelers alleen maar beter van.

Vaders als trainers was killing voor het plezier en de kwaliteit

Maar de grootste vooruitgang heeft IJsland volgens eigen zeggen te danken aan het feit dat iedereen (dat begint al bij de mini”s) alleen nog maar training krijgt van professionele trainers met een diploma. Trainers moeten TC II of zelfs TCI hebben. TC III is al niet meer genoeg. Vroeger werd de jeugd vaak opgeleid door vaders die er eigenlijk niet zo veel van konden en zomaar wat deden. Dat ging niet alleen ten koste van de kwaliteit, maar ook van het plezier. Waardoor veel kinderen ermee stopten. Dat was killing voor het voetbal in IJsland omdat ze maar zo weinig voetballers hadden. Elk talent dat er daardoor mee stopte was er een teveel.

Nu is de insteek: als een kind plezier heeft en het leuk vindt, gaat hij ook sneller zelf naar buiten om te oefenen en blijft hij ook langer onder voetbal. Dat langer door blijven voetballen is heel belangrijk, omdat ze in IJsland pas beginnen met scouten vanaf het 14e jaar. Scouten voor de leeftijd van 14 jaar heeft geen enkele zin, aldus de voetbalbond, omdat je dan nog niet kan zien aan kinderen hoe goed ze gaan worden. In landen waar heel vaak amateur-trainers kinderen opleiden, zoals Nederland, stopt 50-70% met voetbal voor ze 14 jaar zijn geworden. Meest genoemde reden om te stoppen is de trainer. In IJsland ligt dat aantal nu op minder dan 20%.

Door het aanstellen van alleen nog maar gediplomeerde trainers worden kinderen ook veel beter opgeleid op het gebied van techniek, motoriek en taktiek, en vooral ook op mentaal gebied. Dat laatste is een grote pijler onder het IJslandse succes. Het per se willen winnen en dat bereik je alleen door heel hard te werken en altijd je best te doen. Daar zien de proftrainers in IJsland heel erg op toe.

De eerste spelertjes die met deze nieuwe opzet en aanpak te maken kregen in 2003 spelen nu op het EK. Zij zijn de eersten die daar de vruchten van plukken. Er zullen er nog heel veel komen is de verwachting. Vooral van de groep die ongeveer 5 jaar was in 2003 en dus de hele nieuwe manier van opleiden heeft doorlopen wordt veel verwacht. Deze jongens zijn nu 17, 18 en 19 jaar.

Rasmus Ankersen heeft het in zijn boek ‘The Goldmine Effect’ over plaatsen/dorpen in de wereld waar heel veel sport-talent vandaan komt.  Hoe kan dat? IJsland, een dwerg in de voetbalwereld, een land met slechts een handjevol voetballers en een land zonder voetbalprofs, heeft daar net antwoord op gegeven.

Lees ook: Hoeveel talent moet je hebben om prof te worden?

 

Posted in Columns | Tagged , , , | Wat te melden?

KNVB-plan ‘Winnaars van morgen’ vol tegenstrijdigheden en vaag
avatar

Het KNVB-rapport ‘Winnaars van Morgen‘ is vooral het resultaat van een typisch Nederlandse poldermodel. Je kunt in topsport niet polderen. Je gaat of 100% linksom of 100% rechtsom. Alles er tussenin leidt tot middelmaat.

De KNVB begint het rapport door vol trots alle namen te noemen van iedereen die is geraadpleegd. Het zijn maar liefst 2 bladzijden vol namen. En de KNVB heeft blijkbaar goed geluisterd naar alle ‘experts’, want anders kan de veelvoud aan tegenstrijdigheden in het rapport niet worden verklaard. Bovendien is het merkwaardig dat als er zoveel mensen hebben mogen meedenken en meepraten bepaalde zaken totaal over het hoofd worden gezien. Sommigen conclusies zijn namelijk erg kort door de bocht en wijzen vaak maar naar een schuldige terwijl er meer zijn.namen

Dit verbeteren en dat vernieuwen

Wat verder opvalt en teleurstelt is dat de oplossingen voor de genoemde problemen vaak blijven steken in: we gaan dit verbeteren en dat vernieuwen. Om er een paar te noemen: trainers beter opleiden, meer goede trainers aanstellen, het niveau moet omhoog, het scouten verbeteren, kennis beter overdragen, specialisten aanstellen, nieuwe eisen stellen en we moeten beter verdedigen. Dat had mijn moeder ook zo uit haar mouw kunnen schudden.

Ik mis hierin de details, de keihard gemaakte afspraken, wie precies wat gaat doen en hoe dat proces eruit ziet. We moeten niet vergeten dat de KNVB hier al anderhalf de tijd voor heeft gehad. Nu blijft het op veel gebieden onduidelijk over wat de KNVB nu precies wil en wat er dan precies gaat veranderen en hoe ze dat voor elkaar denken te krijgen. En dat is zorgwekkend, want als het Nederlandse voetbal iets nodig heeft dan is het visie, een duidelijke richting en het per direct aanpakken van de problemen.

Maar waar je vooral van schrikt is dat het rapport duidelijk laat zien dat de KNVB de afgelopen decennia stil heeft gestaan en het Nederlandse voetballandschap hopeloos heeft laten verouderen. Eigenlijk is het precies zoals ik al had beschreven in dit artikel.

Ik ga het hele rapport niet bespreken anders ben ik morgen nog aan het schrijven, maar zal er enkele belangrijke zaken uitlichten, waarvan ik afvraag of dit de juiste manier is om het zo aan te pakken.

Scouts moeten (nog) meer op fysiek gaan letten

De KNVB over scouting (blz 75): Scouting is het identificeren en selecteren van potentiële topvoetballers in de jeugdopleiding. Het talentherkenningsproces geschiedt doorgaans door vrijwilligers die op basis van een onkostenvergoeding wekelijks langs de velden lopen bij amateurclubs. De KNVB signaleert dat dit proces niet goed verloopt omdat er veel te vaak de verkeerde kinderen worden gescout. Het leeftijdseffect is daarvan een goed voorbeeld net als het overschot aan vroegrijpers en het tekort aan laatbloeiers binnen de jeugdopleidingen. De KNVB wil het leeftijdseffect dan ook terugdringen en de echte talenten gaan scouten. Dat klinkt hoopvol.

Vroegrijpe jongens of jongens die eerder in het jaar zijn geboren hebben vaak een fysieke voorsprong op de rest en vallen daardoor op bij scouts.

Vroegrijpe jongens of jongens die eerder in het jaar zijn geboren hebben vaak een fysieke voorsprong op de rest en vallen daardoor op bij scouts.

De KNVB geeft daarom ook aan dat er een talentenvolgsysteem moet komen waarin zaken als biologische- en kalenderleeftijd en trainingshistorie staan, die opvraagbaar zijn voor alle scouts. Prima, dat dat er komt. Maar gaat dat helpen? Veel scouts weten donders goed dat jongens vroegrijp zijn of eerder in het jaar zijn geboren, maar ze worden gewoon opgeschreven en geselecteerd door de clubs.  Hoe wil de KNVB die insteek veranderen? Is die wel te veranderen met deze voetbalcultuur? En wat gaat de KNVB doen aan de niet capabele vrijwilligers die keer op keer de verkeerde jongens scouten? Komt er een opleiding voor scouts en niet zoals nu een cursus van slechts 1 dag? Dat komt allemaal niet aan de orde in dit rapport.

Er wordt ook met geen woord gerept over waar scouts op moet letten om de high potentials te scouten en niet de jongens die er nu bovenuit steken. Geen woord over hoe scouts bewust moeten worden gemaakt van alle valkuilen die er zijn in talentherkenning. Er wordt ook voorbij gegaan aan wetenschappelijke testen die kunnen helpen in het herkennen van talent zoals bijvoorbeeld coördinatie-, sprint- een dribbeltesten. Dat zijn allemaal gemiste kansen, want dat zijn juist de gebieden waarop de scouting enorme stappen zou kunnen maken.

De KNVB formuleert vervolgens doodleuk dit speerpunt voor wat betreft de scouting/talentherkenning:

scouts opleiden

Waar komt dit ineens vandaan? Helemaal gezien het voorgaande? Begrijpt de KNVB haar eigen rapport hierin dan wel? Begrijpt de KNVB uberhaupt wel wat er aan de hand is in de scouting momenteel?  Wat daar als speerpunt wordt neergezet klopt totaal niet met de werkelijkheid. Er wordt juist veel te weinig gekeken naar techniek, motoriek en inzicht en veel te veel naar groot en sterk. Waar komt het eerder genoemde leeftijdseffect anders vandaan? Dit als speerpunt betekent de doodsteek voor de kleine, handige technische speler. Helemaal als deze ook nog eens achterloopt in zijn biologische ontwikkeling.

FC Eindhoven scoutte onlangs een 14-jarige jongen van 1.92 die qua snelheid, motoriek, techniek en inzicht zwaar tekort komt, maar dat (nu nog) kan overcompenseren met zijn gewicht, lengte en kracht. Kinderen die veel meer potentie hebben dan deze jongen worden genegeerd.

Wordt dit de toekomst? Alles begint met het scouten van de juiste talenten. Wat de KNVB nu stimuleert is kortzichtigheid en dus het scouten en opleiden van de verkeerde talenten, terwijl de meer getalenteerde jongens verpieteren bij de amateurs, gefrustreerd raken en zelfs stoppen. Dit zorgt juist voor een toename van de leeftijdseffect-talenten en van de vroegrijpers.

En de clubs? Wat vinden die hier van? Die zijn gek genoeg helemaal eens met de nieuwe aanpak van de KNVB voor wat betreft de talentherkenning. Een zorgwekkende ontwikkeling.

KNVB gaat een superscout aanstellen

De KNVB formuleert op bladzijde 93 als oplossing dat de bond 1 specialist gaat aanstellen op het gebied van talentherkenning en -ontwikkeling. Oke, en wat gaat deze superscout dan doen? Alle velden in zijn eentje afstruinen? Heeft deze man een onfeilbaar oog voor talent? Gaat hij scouts opleiden? De KNVB geeft in het rapport hierover geen enkele informatie, dus het blijft gissen hoe dit punt dan de talentherkenning in Nederland gaat verbeteren. En vooral hoe één man dat verschil kan gaan maken?

KNVB wil een winning mindset

De KNVB vindt het hebben van een ‘winning mindset’ (blz 84) belangrijk bij spelers en trainers. Er moet meer de focus komen op een winnaarsmentaliteit. Leren presteren en vooral het leren winnen moet een belangrijker deel uitmaken van de jeugdopleiding (blz 98 en 102).

Het is jammer dat de KNVB het zo formuleert. Winnen en presteren moet nooit het doel worden in een jeugdopleiding. Het is juist de bedoeling dat er een groeimindset wordt gekweekt bij de voetballers en dat zaken als zelfreflectie, tegen kritiek kunnen, altijd je best doen, willen leren, jezelf verbeteren, motivatie, vechtlust en doorzettingsvermogen belangrijk worden gemaakt en worden ontwikkeld. Als dat allemaal goed zit tussen de oren – en dat vergt vaak een paar jaar – komt het altijd willen winnen vanzelf. In dat proces is het ook logisch om het winnen pas in de laatste 2 jaar van de jeugdopleiding belangrijk te gaan maken.

De KNVB wekt nu de indruk dit proces te willen omdraaien. Dus door de nadruk te leggen op het winnen ga je ook beter je best doen etc. Maar zo werkt het niet en bovendien werkt de bond zo negatieve bijverschijnselen als stress en druk in de hand.

De KNVB vermeldt verder in het rapport dat spelers en trainers ook een groeimindset moeten hebben (blz 88). Maar de KNVB vergeet dat een groeimindset (ontwikkeling, hard werken, doorzettingsvermogen en leerproces staan hierbij voorop) en een winning mindset (winnen is hierbij het belangrijkste) niet hetzelfde zijn en zelfs heel slecht samengaan.

 

groeimindset

Als een trainer moet winnen stelt hij alleen de beste spelers op

Een voorbeeld: Moet een rechtsbuiten van 13 jaar bij een 1-0 voorsprong zijn acties blijven maken, waardoor hij een betere voetballer wordt (groeimindset)? En daardoor ook de kans vergroot om de bal te verliezen en zijn team tegen een countergoal aanloopt? Of moet hij de bal in de ploeg houden en geen risico’s meer nemen (winning mindset)?  Waardoor hij zichzelf gedurende de rest van de wedstrijd niet meer probeert te bekwamen in mannetje uitspelen, diep gaan, geen durf en initiatief meer toont en dus minder vooruitgaat? De KNVB is hierin nu niet duidelijk naar trainers en spelers toe.

Als winnen en presteren centraal moet gaan staan binnen de jeugdopleiding en de wedstrijden gaat dat ten koste van de ontwikkeling en het plezier (de groei). Als het winnen centraal moet gaan staan bij trainers, kiezen ze voor de sterkste en grootste spelers en niet voor de grootste talenten. Zo wordt het scouten van de verkeerde jongens gestimuleerd en wordt potentieel talent zelfs bewust het hoofd gezien.

20% stopt omdat ze te weinig speeltijd krijgen 

Als winnen centraal staat bij de trainers dan kiezen trainers bij wedstrijden voor de in hun ogen beste spelers en zitten de minderen op de bank. Nog meer en langer op de bank dan nu al het geval is. Gaat u maar eens kijken bij de wedstrijden, veel kinderen spelen een paar minuten of helemaal niet. Van op de bank zitten wordt geen een speler beter (dat staat haaks op groeimindset), zeker niet in de jeugd, maar dat frustreert, ontmoedigt en demotiveert.

Redenen om te stoppen met voetbal

Redenen om te stoppen met voetbal

Dit in ogenschouw nemende is het raar dat de bond in dit rapport ook haar zorgen uit over het aantal voetballers dat stopt omdat ze te weinig speeltijd krijgen op zaterdag. Maar liefst 20% van de voetballers bergt de voetbalschoenen daardoor voorgoed op. Dan moet de bond vooral op winnen gaan hameren bij spelers en trainers, want dan wil ik de uitstroomonderzoeken van de KNVB over een paar jaar wel eens zien…

KNVB signaleert een probleem met reserve-spelers en pakt dat vervolgens niet aan, maar maakt het erger

In deze is het dan ook bijzonder jammer dat de KNVB met geen woord schrijft over het wisselen van spelers tijdens wedstrijden. Geen woord over onbeperkt wisselen of een vliegende wissel in de A-categorie. Zo blijven honderden kinderen op zaterdag op de bank zitten. Het is opmerkelijk dat de bond een probleem met het wisselen signaleert en dit dan niet aanpakt, maar juist maatregelen neemt die het probleem nog groter gaan maken. Met de kans dat nog meer kinderen op vroege leeftijd zullen stoppen met voetbal.

Als de mentaliteit niet goed is, ligt dat dan ook niet aan de scouting?

Als de KNVB vindt dat de spelers die de laatste jaren zijn gescout een winnaarsmentaliteit ontberen, dan kun je inderdaad vraagtekens bij de opleiding en de trainers zetten. En dan is het goed dat de KNVB dat onder de loep legt. Maar ook, en dat staat nergens in dit rapport, moet er zeker naar de talentherkenning worden gekeken. De scouts hebben die jongens met een mentaal zwakke instelling immers aangeprezen bij de clubs. Worden scouts hier ook op aangesproken en op onderricht?

Trainers hebben te weinig kennis en ervaring op het gebied van verdedigen

De KNVB signaleert dat we minder goed kunnen verdedigen in Nederland en dat daar dus meer tijd aan besteed moet worden in de opleidingen. Dit staat erover in het rapport:

verdedigen

Wat verdedigen precies is en hoe we dat moeten gaan doen, dat wordt nergens vermeld. Het scheelt namelijk nogal of je vroeg druk zet en hoog verdedigd of dat je inzakt en het veld heel klein maakt. Elke club en elke trainer denkt daar heel anders over en vaak ook verkeerd over. De KNVB kan het dan wel over specialisten hebben die alles aan het rollen moeten brengen, maar die denken ook weer allemaal anders over verdedigen. Waar is hier de leidraad? En wat is die?

Het wordt mij in het rapport ook niet duidelijk hoe de KNVB 41.000 trainers goed verdedigen wil gaan bijbrengen. De KNVB geeft zelf aan dat dit een probleem wordt omdat heel veel trainers kwaliteit daarvoor missen. De KNVB daarover:

matige kwaliteit van de trainers

De KNVB wil als oplossing 18 KNVB-kadercoaches aan gaan stellen die de 41.000 trainers moeten gaan bijspijkeren. Daarvoor wordt 125.000 euro ter beschikking gesteld. Dat roept een hoop vragen op. Maar het hoe en wanneer wordt totaal niet uitgelegd?

Ik vraag me dan bijvoorbeeld af of bijspijkeren wel zin heeft als trainers het pedagogische en didactische talent missen om de boodschap over te brengen op een groep spelers (wat de KNVB hierboven zelf schrijft)? Is het dan ook niet gewoon te makkelijk om een diploma te halen. De KNVB geeft zelf toe dat iedereen altijd slaagt. Dan is het niveau van de opleidingen gewoon veel en veel te laag. Pak dat dan aan en leg de lat veel hoger.

Als verdedigers niet worden gescout, wat klaagt de KNVB dan?

En als er in Nederland zo slecht wordt verdedigd ligt dat dan ook niet aan de spelers? Uit alle onderzoeken blijkt dat profclubs bijna altijd nummers 10 en aanvallers scouten bij de jeugd. Een jongen van 8 die goed een bal kan afpakken, goed kan omschakelen en een kei is in het positie kiezen wordt bijna nooit gescout. Er wordt voornamelijk gekeken naar wie er goed is aan de bal, niet zonder bal. Alle jeugdopleidingen zitten dan ook vol met aanvallers die worden omgeturnd tot verdediger terwijl ze daar eigenlijk het natuurlijke talent niet voor hebben. En als zo’n kind dan eenmaal een beetje kan verdedigen wordt hij alsnog uit de jeugdopleiding gegooid ten koste van hele matige aanvallers waar je nooit meer iets van hoort. ( lees er hier meer over)

Als de verdedigers niet of amper worden gescout in de jeugd, dan is er ook op dit gebied iets mis met de talentherkenning van de scouts, trainers en clubs. Het is dan ook onbegrijpelijk dat de KNVB op het verdedigende vlak alleen de schuld legt bij de opleidingen en de trainers en met geen woord rept over de scouting. De KNVB kan dan wel de trainers en de opleidingen willen verbeteren, maar als scouts voetballers die goed kunnen verdedigen bijna nooit scouten, waar ben je dan mee bezig?

Nog een klein puntje dan. De KNVB haalt in dit rapport behoorlijk hard uit naar de eigen trainers-opleidingen. Die lopen achter, leraren zijn niet goed genoeg, bijscholing deugt niet, trainers worden daardoor niet goed opgeleid etc. Maar het gekke is dat er vervolgens met geen woord wordt gerept over wat er dan precies inhoudelijk mis is met de opleidingen en hoe dit beter moet. Dat kunt u daarom hier lezen. Misschien zou de KNVB dat ook maar eens moeten doen…

———————————————————————————————————

Lees ook: KNVB wil de Hollandse School 2.0. Wat is er er dan mis met het origineel? Hierin ook aanbevelingen hoe het Nederlandse voetbal weer op de rit kan worden gezet.

Posted in Columns | Tagged , , , , , | 1 Reactie

KNVB wil Hollandse School 2.0. Wat is er dan mis met het origineel?
avatar

Het Nederlandse elftal voetbalt en presteert slecht. Het niveau in de Eredivisie holt achteruit en is vaak zelfs bedenkelijk. Nederlandse clubs hebben al jaren Europees niets meer te vertellen. Na Robben, Sneijder en Van Persie hebben de jeugdopleidingen al 10 jaar geen geen topper meer voortgebracht. Nederlandse ‘top’-spelers die naar het buitenland vertrekken, gaan allang niet meer naar topclubs. Een klein aantal belandt in de subtop, de meesten spelen bij middenmoters of voetballen zelfs op het 2e niveau, waar ze vaak niet eens een basisplaats hebben. De laatste 5 topscorers van de Eredivisie spelen nu allemaal in het buitenland en komen daar nauwelijks tot scoren of zitten op de bank. 

Het is zo slecht gesteld met het totale Nederlandse voetbal dat kenners overal roepen dat we de Hollandse School moeten vernieuwen en verbeteren. De Hollandse School… Het klinkt als een groep schilders uit de barok, maar blijkbaar heeft het dus met een manier van voetballen te maken.

oranje 1974

Oranje op het WK van 1974. Van links naar rechts: Neeskens, Krol, Van Hanegem, Jansen, Suurbier, Rep, Rijsbergen, Rensenbrink, Haan, Jongbloed en Cruijff

Wat is dat dan precies? Weten al die trainers, analisten, profs, oud-profs, journalisten en kenners wel waar ze het over hebben? Want tijdens een KNVB-congres, op tv en in de kranten kunnen al deze mensen het niet echt met elkaar eens worden. Iedereen geeft er zijn eigen draai aan. Veel gehoorde termen zijn:  4-3-3-systeem, aanvallen, opbouwen van achteruit, verzorgd spel, veel creativiteit, domineren, veel balbezit, de controle hebben en vroeg druk zetten.

De KNVB is zelfs bezig aan een Masterplan waarin beschreven wordt hoe het Nederlandse voetbal uit het slop getrokken moet worden. Een soort handleiding voor het totale Nederlandse voetbal dus. Daarvoor zouden we volgens de KNVB de manier van voetballen in Nederland, de Hollandse School, moeten verbeteren. Zeg maar een Hollandse School 2.0. Wat dat dan is? De KNVB weet dat verrassender wijs ook niet precies, want ze sturen hun technisch manager Jelle Goes naar landen als Qatar, de VS, Australië en Nieuw Zeeland om daar te horen welke ingrediënten er allemaal in de Hollandse School 2.0 moeten zitten. Blijkbaar kunnen ze in die landen heel goed voetballen…

Jelle Goes

Jelle Goes

Vanwege deze vaagheden en dit geneuzel dat nu al meer dan een jaar duurt,  ben ik zelf maar op onderzoek gegaan. Wat is dat ‘de Hollandse School’? En wat was er dan zo slecht aan om er nu een 2.0 versie van te maken?

Zo moeilijk kan dat toch niet te achterhalen zijn. We hebben het immers zelf ‘uitgevonden’. Weten het zelf dus het beste. Misschien moeten we de uitvinders – als ik ze zo mag noemen – daarvan, dan maar eens aan het woord laten. Of beter gezegd, hun voeten laten spreken. En dat kan nog steeds, want er is beeldmateriaal genoeg van de Hollandse School.

In de rest van de wereld staat de Hollandse School bekend als Totaalvoetbal of Total Football. Dat is een manier van voetballen die door Ajax en later door Oranje werd gespeeld op het WK toernooi van 1974 in West-Duitsland. Dat was zo vernieuwend en sensationeel dat iedereen het er nu nog steeds over heeft.

Dus even googelen en ja hoor. Alle wedstrijden van het Nederlands elftal op het WK van 1974 zijn gewoon in zijn geheel te bekijken. Aangezien ik toen veel te jong was, heb ik daar veel te weinig van meegekregen. Kijken dus. En ja, ik heb alle wedstrijden zitten kijken en er een filmpje van 30 minuten van gemaakt. Zodat iedereen zelf kan zien wat de Hollandse School of Totaalvoetbal precies inhoudt.

Ik had er veel over gehoord, soms wat korte fragmenten van gezien, maar nu ik alle wedstrijden in zijn totaliteit heb zitten kijken, zijn mijn ogen wel open gegaan waar het anno 2015 aan schort in het Nederlandse voetbal. Ik had een soort slap, oude-mannen-voetbal van vroeger verwacht in een traag tempo, maar niets is minder waar. Wat we nu doen is slap, oude-mannen-voetbal in een traag tempo. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat we dat allemaal uit het oog hebben verloren? Dat we de Hollandse School, het Totaal voetbal zo hebben verloochend.

Een dinfg staat in ieder geval vast: bijna al die journalisten, trainers, profs, ex-profs, analisten, knvb-bobo’s en kenners kletsen uit hun nek of praten elkaar na als ze het over de Hollandse School of Totaalvoetbal hebben. De meerderheid is te jong om het bewust te hebben meegemaakt en als je ze allemaal hoort praten vraag ik me af of ze ooit de moeite hebben genomen de wedstrijden uit ’74 terug te kijken. Dat zou verplicht moeten worden voor iedereen die werkzaam is in de Nederlandse voetballerij. Dan wijzen de neuzen tenminste allemaal dezelfde kant uit en ben je af van de spraakverwarring.

Wat is voetballen volgens de Hollandse School/Totaalvoetbal dan precies?

1) De Hollandse school is een niet vaststaand systeem zonder vaste spits met veel positiewisselingen en veel lopende spelers die de ruimtes induiken
Het 4-3-3-systeem staat bekend als typisch Nederlands, als typisch Hollandse School. Dat is uitermate merkwaardig, want in 1974 speelde Oranje (het team dat de Hollandse School of Totaalvoetbal wereldberoemd maakte) niet in een 4-3-3 systeem. Oranje van 1974 speelde meerdere systemen tegelijk. Bij balverlies was het soms 4-5-1 of 4-3-3 en bij balbezit werd het 4-3-1-2 of 3-4-3 of 3-3-4.

Kenmerkend was in ieder geval dat het Nederlands elftal toen speelde met 2 vleugelaanvallers en zonder een vaste spits. De spitspositie werd expres open gelaten voor lopende spelers die in dat gat konden duiken. Dat was vaak heel verrassend voor de 2 centrale verdedigers van de opponent, want die wisten zo nooit wie nu hun man was en wie ze moesten dekken. Een van de twee centrumverdedigers schoof vaak door naar het middenveld en de doelman fungeerde dan als een soort laatste man. Cruijff was een extreem zwervende spelmaker; had een totaal vrije rol en dook echt overal op.

Systeem Oranje in 1974

Systeem Oranje in 1974

Het is opmerkelijk dat we dan in de 40 jaar erna het 4-3-3 systeem hebben omarmd als typisch Nederlands en verbonden hebben aan de Hollandse School en Totaalvoetbal. Ajax is al 10 jaar op zoek naar een spits om echt Hollands te kunnen voetballen, terwijl ze een echte spits niet nodig hebben. Die lege spits positie  in een niet vastomlijnd systeem met veel positiewisselingen en veel lopende spelers die de ruimtes induiken dat is de enige echte Hollandse School.

Een fantastisch filmpje van de wedstrijd Brazilie-Nederland uit 1974 laat dit allemaal zien en nog veel meer. Allemaal typisch Hollandse School in vogelvlucht.

2) De Hollandse School is technisch voetbal met veel creativiteit en flair
Alle spelers van Oranje hadden een goede basistechniek en gebruikten deze functioneel. Er was ontzettend veel ruimte voor creativiteit en flair. Dat uitte zich in het veld door de vele positiewisselingen en door het durven aangaan van persoonlijke duels/het maken van acties.

Tegenwoordig kunnen veel spelers niet eens meer snel opendraaien of een bal simpel in spelen. Balaannames zijn vaak om te huilen. De basistechniek is heel erg matig. Spelers worden door de trainers in een keurslijf gestopt en mogen juist niet meer van hun positie en taak afwijken. Flair en creativiteit zijn zo goed als verdwenen. Daarbij komt ook nog dat er een overspeelcultuur heerst, zodat er steeds minder spelers op de Nederlandse velden zijn te bewonderen die hun man kunnen uitspelen en zo het verschil kunnen maken.

3) De Hollandse School is met zijn allen hard druk zetten met de linies kort op elkaar (het opjagen)
De Hollandse School is vroeg druk zetten. Ook dat is een misvatting. Aangeprate onzin. Dat gebeurde soms in 1974. Meestal gebeurde dat druk zetten 10 meter over de middellijn. Maar dan wel met zijn allen en met de linies heel dicht op elkaar. Bekijk dit voorbeeld van druk zetten tijdens Nederland-Uruguay. En hier nog een mooi voorbeeld daarvan.

Alle spelers van Oranje stonden dan vaak op een strook van amper 15 meter. De verdedigers stonden namelijk hoog: dus ver over de helft van hun eigen helft. Als Oranje dan massaal druk zette en naar voren liep en de tegenstander een lange bal probeerde,  stonden er wel 5 of 6 spelers buitenspel. Dat massaal druk zetten werd vaak gedirigeerd vanuit de verdediging. Dan begon de libero, Haan, naar voren te rennen en dan ging de rest mee. Dat zag er enorm spectaculair uit. Omdat dat vaak rondom de middellijn gebeurde en er een zee van ruimte lag op de helft van de tegenstander was Oranje levensgevaarlijk in de omschakeling. De eerste bal ging namelijk altijd vooruit, de open ruimte in. Hier het druk zetten en opjagen van Oranje in de wedstrijd tegen Argentinie. 

Tegenwoordig zijn er bij Oranje of bij Nederlandse clubs slechts 1 of 2 spelers die druk zetten. De rest blijft staan of loopt zelfs achteruit. Van waar druk gezet moet worden is giswerk voor de toeschouwer. Iedereen doet maar wat. Echte onderlinge afspraken daarover zijn niet te zien bij Oranje en zelden bij een club in de Nederlandse competitie. Verder mist het druk zetten van nu de intensiteit, de agressiviteit, de overtuiging en de werklust. Dus het druk zetten van nu lijkt totaal niet meer op het druk zetten volgens de Hollandse School, het Totaalvoetval uit de jaren ’70.

4) De Hollandse School is snel het spel hervatten
Vrije trappen, corners en vooral de spelhervattingen van doelman Jongbloed werden vaak allemaal binnen 1 seconde genomen. Puur omdat de tegenstander dan nog niet de tijd had gehad om goed in hun positie te gaan staan en er gebruik gemaakt kon worden van de ruimte.

Keeper Jan Jongbloed

Keeper Jan Jongbloed

Het Nederlands elftal en Nederlandse clubs van nu nemen vaak alle tijd bij corners, ingooien en vrije trappen. Soms gaat er wel een halve minuut over heen voordat de bal eindelijk weer in het spel is. Zo heeft de tegenstander alle tijd om weer in positie te gaan staan. Deze trage, langzame spelhervattingen staan haaks op de Hollandse School.

5) De Hollandse School is zo snel mogelijk omschakelen en de bal snel naar voren spelen; dus veel diepe ballen en veel lopende spelers die de ruimte in duiken
Nederlandse trainers en voetballers hoor je na afloop van een wedstrijd heel vaak trots vertellen hoeveel balbezit en controle over de wedstrijd ze wel niet hebben gehad. Ze zijn daar trots op omdat dat men dat in dit land als de Hollandse School is gaan bestempelen. Ergens is er de afgelopen 40 jaar een fout in de denkwijze geslopen. We hebben balbezit vandaag verbasterd tot doel, niet als middel.

Dat team van 1974 wilde inderdaad zoveel mogelijk balbezit hebben. Maar niet om het balbezit. Doel was de bal zo snel mogelijk te veroveren door massaal druk te zetten en om daarna  razendsnel om te schakelen en diep te spelen. Cruijff, Rep, Rensenbrink, Neeskens, Krol of Suurbier gingen dan meteen diep en de eerste bal ging dan ook altijd vooruit.  De tegenstander stond dan namelijk nog niet goed en daar probeerde Oranje meteen van te profiteren.

Dat ging ook vaak goed, omdat veel spelers bereid waren om vol de ruimtes in te lopen. Ruimtes die expres werden open gelaten door zonder spits te spelen en door de vele positiewisselingen.

Tegenwoordig spelen voetballers die een bal hebben veroverd deze bal niet naar voren, maar 9 van de 10 keer angstvallig breed of terug.  Dat kan vaak ook niet anders, want agressief vrijlopen is een zeldzaamheid geworden. Ook op dat gebied hebben we de Hollandse School uit het oog verloren.

6) De Hollandse School is fysiek spel, harde tackles, kort op de man verdedigen en veel duels 
De Hollandse School is volgens de kenners vooral technisch en taktisch voetbal met heel veel nadruk op aanvallen, en te weinig aandacht voor het verdedigen. Het is een beetje naief voetbal.  Ook is er een ondergeschikte rol voor fysieke kracht en het aangaan van duels. Hiddink daarover ‘Het voetbal mag iets meer richting overleven gaan. Het is wat mij betreft Hollandse School Plus.’  En Hugo Borst pleit er voor om ‘vuig’ aan de Hollandse School toe te voegen.

Het zijn opvattingen die totaal niet kloppen en de discussie vertroebelen. De grondleggers van de Hollandse School  voetbalden in 1974 met heel veel fysiek. Spelers waren sterk en maakten daar ook gebruik van.  Spelers wilden per se de bal hebben, liepen daardoor veel en schuwden de schouderduw en de tackle niet. Er werd heel veel getackled, iets wat nu bijna een zeldzaamheid is geworden op de Nederlandse velden. Maar het is een enorm effectief wapen om een bal te veroveren van bijvoorbeeld de tegenstander die een bal probeert af te schermen. Overal op het veld werden persoonlijke duels uitgevochten en opvallend vaak won een Nederlandse speler. Verdedigend speelde Nederland in die tijd juist ijzersterk. Kort op de man, veel druk naar voren, hard in de duels en iedereen droeg zijn steentje bij. Nederland verdedigde met zijn allen.

oranje

Dat hele team trok een streep in het gras: tot hier en niet verder. Hanteerde een over-mijn-lijk-mentaliteit. Wilde per se winnen! En als dat met fysieke kracht moest, dan ging de beuk erin.

Dit verraste mij misschien nog wel het meest van het Totaalvoetbal: het fysieke, vaak spijkerharde spel van Nederland. Pélé daarover: “Toen ik in de kleedkamer kwam van Brazilie na de verloren wedstrijd tegen Nederland, schrok ik me rot. Overal bebloede spelers. Spelers met kneus- en schaafwonden, met blessures. Het was een slagveld.”

Veertig jaar later zie je bijna geen tackles of slidings meer van Nederlandse spelers. Iedereen blijft staan. Netjes op een meter of 2 van zijn man. Het bekende schijnverdedigen. Fysiek leggen Nederlandse clubs, spelers en Oranje het vaak af tegen de opponent.  Verdedigend is het uitermate zwak  en lijkt niemand het nog op te kunnen brengen om bij zijn man te blijven en het duel aan te gaan of te winnen.  Ook hier is blijkbaar wat misgegaan, want dit krachteloze, haast slappe spel met heel matig verdedigen vloekt met de Hollandse School.

7) De Hollandse School is met zijn allen heel hard werken, altijd je best doen en mentaal ijzersterk zijn
Dat is misschien wel het belangrijkste aspect van de Hollandse School en de verklaring van het succes. De enorme inzet en mentale hardheid van iedereen. Ze werken allemaal keihard, ook voor elkaar. Iedereen loopt zich uit de naad. Conditioneel was dit Nederland dan ook ijzersterk. Niemand schuwt het duel, iedereen zet druk en iedereen knapt het vuile werk op. Je ziet dan ook regelmatig Cruijff achterin een bal veroveren of Suurbier, Neeskens en Jansen in de spits opduiken.

Tegenwoordig zie je spelers die lopen te lanterfanten, die de focus even niet hebben, het niet op kunnen brengen om bij hun man te blijven, die niet 2x achterelkaar diep willen of kunnen gaan, die niet zo’n zin hebben die dag of die de concentratie even kwijt zijn. Die inzet en mentale instelling lijken in de verre verste niet op de Hollandse School.

Waarom voetballen we niet meer volgens de opvattingen van de Hollandse School, het Totaalvoetbal?  Dat ging toch niet zo slecht?

Cruijff waarschuwde hiervoor al jaren

Mannen als Johan Cruijff, Willem van Hanegem, Rene Meulensteen,  Henk ten Cate, Ricardo Moniz en Foppe de Haan hebben de afgelopen 15 jaar al 100 keer geroepen dat het de verkeerde kant op gaat met het Nederlands voetbal. Dat we aan het afglijden zijn. Dat het on-Hollandse School is hoe er nu gevoetbald wordt. Gewaarschuwd voor alles wat hierboven beschreven staat. Maar niemand luisterde. De KNVB al helemaal niet.  In ons nationale voetbalbolwerk hebben de afgelopen decennia mannen zonder voetbalachtergrond en met weinig verstand van voetbal veel te veel stilgezeten.  Het Nederlandse voetbal is mede daardoor hopeloos verouderd en achterop geraakt. Achterop op heel veel andere landen waar ze wel mee zijn gegaan met de tijd, het voetbal wel hebben doorontwikkeld.

Het is op zijn minste opmerkelijk te noemen dat het voetbal van de Hollandse School of Totaalvoetbal nergens meer is terug te vinden op de Nederlandse velden. Dat was toch de meest succesvolle periode uit de Nederlandse voetbalgeschiedenis. Dan zou het logisch zijn als trainers en clubs zich daaraan vasthouden. Dat gebruiken als basis en die spelopvatting proberen te verbeteren door nieuwe inzichten en onderzoeken in te passen.

Maar dat is helemaal niet gebeurd. We spelen nu geen Totaalvoetbal 2.0. Ook geen slap aftreksel van het origineel, maar we spelen een geheel ander soort voetbal. Tegenovergesteld haast aan de Hollandse School/het Totaalvoetbal. Als dat mooi en aanvallend voetbal oplevert en ook nog succes heeft, dan prima. Maar dat is nu bepaald niet het geval…

Het voetbal in Nederland is één grote, grijze, statische brei geworden. Kijk naar de Eredivisie, de Jupiler League, het jeugdvoetbal. Bijna alle trainers laten hun team in hetzelfde 4-3-3 systeem, hetzelfde fantasieloze, saaie, voorspelbare en slappe voetbal in een veel te laag tempo spelen. Spelers lijken wel voorgeprogrammeerde robots. Waar is de creativiteit gebleven? De flair? De durf? De inzet? De kwaliteit? De krenten in de pap? Niet alleen op het veld maar ook bij de trainers? Waar is het analytisch vermogen? Het leerproces? Trainers moeten toch inzien dat je met deze voetballers en met dit soort voetbal geen hoge ogen gooit bij het publiek en de media en zo ook geen wedstrijden wint en internationaal succesvol kan zijn?

De 11 speerpunten van de KNVB

De 11 speerpunten van de KNVB

Waarom wordt er dan niets veranderd? Niets aangepast? Waarom gaan de trainers, de clubs en de KNVB dan gewoon al jaren door op dezelfde voet? Zien ze het niet? Missen trainers en bestuurders misschien het talent voor datgene wat ze nu aan het doen zijn? Ja, er is een KNVB-congres* geweest en er zijn 11 ‘tegenstrijdige‘ speerpunten geformuleerd,  maar ondertussen wordt daar al 1,5 jaar over vergaderd en is er nog steeds niets veranderd.

Als bijna alle trainers dezelfde spelopvatting en taktiek hanteren, dan schort er iets aan de KNVB-trainersopleidingen. En als spelers de kwaliteit missen om de top te halen, het verschil niet kunnen maken in het veld en niet meer in staat zijn om uit te voeren wat trainers van hen verlangen, dan is er ook iets mis met de (jeugd)opleidingen. En dan kunnen er ook meteen grote vraagtekens worden gezet bij de scouting. Want dan worden er blijkbaar de verkeerde jongens gescout en dus betere talenten over het hoofd gezien.

Laten we deze veronderstelde oorzaken van de achteruitgang van het Nederlandse voetbal eens nader toelichten.

Oorzaak 1: De KNVB-trainersopleidingen

De huidige groep ‘jonge’ trainers die momenteel werkzaam is in het betaalde voetbal en binnen de jeugdopleidingen  hebben bijna allemaal hun opleiding genoten aan de KNVB-academie. Deze academie bestaat sinds 1996 en biedt meer dan 800 cursussen aan. Erg succesvol is deze groep trainers niet geweest op internationaal gebied. De internationale successen die er nog zijn behaald na 1996 kwamen allemaal op het conto van de oude hap: Van Gaal, Advocaat, Hiddink en Van Marwijk. Blijkbaar zijn niet alleen onze topspelers bijna toe aan hun pensioen maar ook onze toptrainers en staan er voor beide groepen geen opvolgers klaar. Dat zet wel aan tot denken. Gaat ook binnen het voetbal de vlieger op dat scholing slecht is voor de creativiteit? En dat slechte scholing het voetbal en het het talent vermoord?

De trainingsvelden van Bayern Munchen zijn verdeeld in vlakken. Vooral de half-ruimtes zijn daarin belangrijk.

De trainingsvelden van Bayern Munchen zijn verdeeld in vlakken. Vooral de half-ruimtes zijn daarin belangrijk.

In de trainersopleidingen van de KNVB staat voetballen volgens de Hollandse School/Totaalvoetbal niet centraal.  Als het op tafel komt dan geeft iedere docent daar zijn eigen draai aan (en die kun je beter niet te lang tegenspreken vanwege je cijfer :).  Gezien de spraakverwarring binnen de voetballerij over wat de Hollandse School nu precies is, is dat niet zo verwonderlijk.

Voetbaltaktisch lopen de cursussen achter. Het is allemaal nuttig als basis en soms erg leerzaam, maar het schreeuwt om een update. Zaken als half spaces (half-ruimtes), agressief vrijlopen/diepgaan zonder bal, de 2e linie inspelen en zone 14 worden niet behandeld. Er is dan ook niet één trainer of analist die ik daar in Nederland op televisie ooit over heb horen praten. Dat zegt eigenlijk al genoeg. Bij Bayer en Barcelona is daar het hele voetbal al jaren op afgestemd. In Nederland draait nog veel te veel om het trage opbouwen van achteruit en het achterhaalde spel via de flanken.

De cursussen kunnen op ook aanzienlijk worden ingekort omdat het steeds over hetzelfde gaat. Trainingsvormen, wedstrijdsituaties en taktische oplossingen zijn interessant maar het wordt kapot geanalyseerd en overgetaktiekt.  Het is niet zo vreemd dat trainers hun teams saai en voorspelbaar laten spelen en dat spelers stijf staan van de opdrachten. Schrap de helft en besteed die tijd aan zaken als  talentherkenning, talentontwikkeling, inspanningsfysiologie, pedagogiek, mentaliteit (groeimindset, 1, 2), methodologie en didactiek. En waar zijn de laatste wetenschappelijke en taktische inzichten? Waar is de methodologie over trainingsvormen voor de jeugd van verschillende leeftijden? Hoe ontwikkel je talent? Hierin zou de KNVB echt leidend moeten zijn. Veel clubs en trainers doen nu maar wat en ook nog allemaal anders.

Bijscholing mogen trainers zelf invullen
Bijscholing voor trainers is in het voetbal erg vrijblijvend geregeld. Trainers moeten elke 5 jaar een klein aantal studiepunten vergaren. Dat kan al door 2 of 3 workshops of seminars van een dag te volgen. Er is daardoor geen enkele verplichting tot het inhoudelijk bijspijkeren van essentiële zaken op voetbalgebied. De KNVB is daarin niet leidend, begeleidend of sturend, maar laat dat aan de trainers zelf over. En waar is het programma vanuit de KNVB dat trainers helpt om zichzelf te verbeteren? Dat hun inzicht geeft in hun verbeterpunten?

KNVB-diploma-TC-II

KNVB-diploma-TC-II

Dit gebrek aan begeleiding en verplichte opfriscursussen zorgt ervoor dat veel trainers hopeloos achter lopen en al 20 jaar hun teams en voetballers de verkeerde zaken aanleren. Vooral in het amateurvoetbal is dat een enorm probleem. Dan heeft er een een KNVB-diploma en die doet het verkeerd en dan apen de vader-trainers van andere teams hem allemaal klakkeloos na. Een gruwel voor de jeugd. Het is wel op de amateurvelden waar ieder talent zijn voetballoopbaan begint…

Oorzaak II: De (jeugd)trainers
Trainers zijn tegenwoordig voor een goede ontwikkeling van de jeugd van wereldbelang. Vroeger, waar al die oud-voetballers het zo vaak over hebben, leerde je inderdaad voetballen op straat. Had je geen trainer nodig. Ze stonden vaak iedere dag uren op een pleintje. Dat waren duizenden balcontacten per week. Tegenwoordig is het straatvoetbal veel en veel minder geworden. Jongens leren nu echt voetballen op de club. Daar moeten ze aan al die duizenden balcontacten komen, die nodig zijn om beter te worden.  Om technisch en motorisch vooruit te gaan en om uiteindelijk een goede (prof)voetballer te worden.

Het is aan de trainers om daar goede oefeningen voor te geven. Geschikt per leeftijdsgroep en per positie. Elke leeftijdsfase heeft namelijk zijn eigen kenmerken, aandachtspunten en manieren van trainen. En dit geeft weer aan hoe belangrijk het is om aandacht te besteden aan de al eerder genoemde methodologie in de KNVB-cursussen.Want welke oefeningen zijn het beste om te doen om beter te worden op een bepaald gebied en op een bepaalde positie? Waar is de leidraad in dit soort belangrijke zaken? Nu doen trainers vaak maar wat; de een doet pass- en trapoefeningen, de ander techniek, die houdt van rondjes lopen en een ander vindt rondo’s leuk. In het buitenland is een methodologie voor het voetbal allang ontwikkeld en maakt onderdeel uit van het beleid van veel clubs. In Nederland zijn sommige clubs daar net heel voorzichtig mee begonnen, maar waar en wat is het beleid van de KNVB hierin?

Talenten worden in het amateurvoetbal overgelaten aan vaders
Naast een methodologie is het ook belangrijk dat er goed opgeleide trainers voor zo’n groep staan, die niet alleen weten wat ze moeten doen maar ook het het talent hebben om anderen iets te leren. Ook hier komt het niveau van de KNVB-trainersopleiding en zaken als didactiek en pedagogiek weer om de hoek kijken.

In het amateurvoetbal is de jeugdopleiding echter meestal een hele slechte soap waar je met een beetje pech jaren ‘training’ krijgt van totaal ongeschikte, goedbedoelende vaders, die van toeten nog blazen weten. Kunnen spelers in rijtjes gaan staan, 15 minuten van de training weggooien aan onzinnige warming ups zonder bal, opdrukken als straf, rondjes lopen om het veld of statische rek- en strekoefeningen doen die geen enkel effect hebben. Techniektraining? Positief coachen? Duidelijke aanwijzingen? Goede oefeningen? Aandacht voor mentaliteitsverbetering? Plezier? Het is te vaak ver te zoeken op de velden. Of de vrijwilligers nu wel of geen diploma hebben. Ja, er zijn ook verenigingen en teams waar het wel goed gaat en de trainers het wel goed doen, maar dat zijn helaas uitzonderingen. Bij het gros is het niveau verschrikkelijk laag.

Het is te bizar voor woorden dat er geen enkele ondergrens is voor het trainerschap en dat niemand daar op toeziet. Er wordt veel te makkelijk gezegd: het zijn maar vrijwilligers en we mogen blij zijn dat ze het doen. Het zijn wel onze kinderen, onze talenten waar dit soort clowns mee aan de slag gaan.

Het jeugdamateur-voetbalniveau op zaterdag is – over de grote lijn bezien – dan ook om te huilen. In de 5e, 4e en 3e klasse kan en mag je dat verwachten, maar ga eens bij een Divisie-of Hoofdklasse-wedstrijd kijken en je schrikt je dood over zaken als balaannames, motoriek, passing, techniek, looplijnen en keuzes die gemaakt worden in het veld. De coaching langs de kant is geregeld van hetzelfde niveau.

Ook bij profclubs hebben veel trainers geen talent voor trainer
Bij de profclubs zie je tegenwoordig overal oud-profs zonder ervaring in het geven van trainingen en zonder talent voor lesgeven, opduiken in de jeugdopleiding. Leraar zijn, trainer zijn is een vak. Daar heb je talent (en een goede opleiding) voor nodig wil je een goede trainer worden. Wij denken hier in Nederland ten onrechte dat een goede voetballer ook automatisch en meteen een goede trainer is.

Het gevolg van het aanstellen van trainers met weinig of geen talent, met geen of te weinig ervaring en met een achterhaald diploma op zak is dat de jeugd in zowel het amateur- als het profvoetbal al jaren ondermaats wordt opgeleid. Qua techniek, qua taktiek, qua motoriek, qua fysiek en qua mentaliteit.

Uit de RJO’s zie je dan ook hoofdzakelijk doorsnee lopendebandwerk in plaats van kwalitatief maatwerk te voorschijn komen. Specialisten worden niet meer opgeleid! Het zijn allemaal klonen die allemaal hetzelfde kunnen en hetzelfde doen. En dat is overspelen, veel rennen, en geen risico’s nemen. Het gros is bang om een fout te maken, bang om een actie in te zetten, bang om balverlies te leiden, bang om initiatief te nemen. Zelf nadenken is er nauwelijks nog bij, net zoals een man passeren. Dat mag niet of ze durven het niet vanwege de kans op balverlies, maar de meesten kunnen het gewoon niet meer. Jongens die het verschil maken met een actie of een passeerbeweging zijn een zeldzaamheid geworden op de Nederlandse velden.

Oorzaak III: De jeugdopleidingen brengen te weinig talent voort
In 2005 kwam uit een intern onderzoek van de KNVB naar voren dat de 38 jeugdopleidingen van de profclubs te weinig profvoetballers voortbrachten. Het systeem, dat in 2001 was geintroduceerd, moest op de schop om het aantal talenten dat doorbreekt in het profvoetbal te verdubbelen. De Regionale Jeugd Opleiding (RJO) werd geboren, maar de resultaten daarvan vielen ook zwaar tegen.

De 13 RJO's in Nederland

Slechts 4% van de jeugdspelers haalt het 1ste team
Dat werd bevestigd door een onderzoek van Elsevier (Dromen in Duigen) uit 2011 onder de 13 RJO’s. Bij PSV haalt amper 3% van de eigen opgeleide jeugd het 1ste, bij Ajax 6% en bij Feyenoord 5%.  ADO Den Haag, FC Groningen/Cambuur, NEC/FC Oss, FC Utrecht en Willem II/RKC, leverden samen in vier jaar amper tien volwaardige profvoetballers af. Van alle 1.335 jongens die werden onderzocht brak gemiddeld slechts 4,5 procent door bij hun eigen club.

Meer dan driekwart van de jeugd komt niet in het betaalde voetbal terecht

(Onderzoek naar rendement van de RJO’s uit 2011. Bron Elsevier)

Dit soort extreem lage percentages hebben meer weg van toeval dan van het resultaat van een goede scouting én opleiding.

De KNVB heeft vanwege deze slechte resultaten het  systeem van de jeugdopleidingen in 2014 weer omgegooid. De Jeugdopleidingen zijn nu onderverdeeld in 4 klassen: lokaal, regionaal, nationaal en internationaal. Prima, dat de KNVB inziet dat het niet goed gaat, maar alleen het systeem of de opzet iedere keer  veranderen, gaat niet helpen. Het gaat vooral om de kwaliteit van de trainers, alsook om de KNVB-opleiding en niet te vergeten om kwaliteit van de scouting (later daar meer over). Als dat niet verbetert, gaat ook deze nieuwe opzet te weinig profvoetballers opleveren. En vooral veel te weinig goed opgeleide spelers voortbrengen, laat staan toppers.

Oorzaak IV: De mentale ontwikkeling schiet tekort

Topsporters zijn te herkennen aan een groei-mindset, groot doorzettingsvermogen, de wil om zichzelf continue te verbeteren en een behoorlijke dosis zelfreflectie. Als je dat loslaat op alle Nederlandse profvoetballers van nu valt het merendeel door de mand. Die mentale tekortkoming of beter gezegd de mentale groei die er gewoon te weinig is geweest uit zich op het veld in zeer wisselende prestaties, in gemakzucht, in concentratieverlies, in een gebrek aan inzet, in het niet tegen kritiek kunnen, in faalangst, in twijfel en in het ontbreken van het altijd per se willen winnen. En leidt dus samen met de al eerder genoemde technische en taktische gebreken uiteindelijk tot gemankeerde voetballers en heel matige en zelfs slechte wedstrijden.

Dat is niet zo vreemd als er gekeken wordt wat er de afgelopen 10 jaar met die jongens is gebeurd. Het heeft allemaal te maken met de aanpak van de talenten, de talentontwikkeling. Die aanpak stimuleert vaak de verkeerde mindset, en juist de mindset is zo belangrijk om de absolute top te halen.

Thuis draait alles om die knapen. Alles wordt voor ze gedaan en geregeld. Er wordt rekening gehouden met trainingen en wedstrijden. Wanneer en wat ze moeten eten. Hoe laat ze moeten worden gebracht en opgehaald. Werktijden van papa en mama worden erop afgestemd. Shirtjes worden gewassen, tassen ingepakt en zelfs gedragen. Weerwoord krijgen de knapen niet of nauwelijks. Hun omgeving kijkt tegen ze op, ziet ze als de kip met de gouden eieren en praat ze naar de mond. Dit gebeurt vooral in de ‘vriendenkring’.

Groeimindset tegenover statische mindset

Groeimindset tegenover statische mindset

Ze zitten op speciale scholen waar ook alles op hen is en wordt afgestemd.  Als het even niet lekker gaat krijgen ze privé-leraren, schoolbegeleiders en huiswerkbegeleiders toegewezen. Op de club krijgen ze alles gratis: van tassen tot shirts. Er staan fysiotherapeuten, materiaalmensen, voedingsdeskundigen, focus-coaches, sportpsychologen, prestatie-coaches, trainers en performance-coaches tot hun beschikking.

Alles wordt voor deze jongens geregeld en goedgepraat. Voor alles een vangnet gecreeerd. Clubs doen er echt ALLES aan om de grote talenten binnen te houden. Weerstand, tegenslag, zelf initiatief, verantwoordelijksheidgevoel of omgaan met kritiek kennen ze daardoor niet en wordt ze ook nooit geleerd. Mentale hardheid, doorzettingsvermogen, weerbaarheid en een groeimindset worden daardoor niet tot matig ontwikkeld. En dat is nu net zo nodig om steeds beter te worden. Om altijd te presteren. Om constanter te worden in de prestaties. En om uiteindelijk de (wereld)top te bereiken. Het is niet zo vreemd dat Nederland geen enkele topper meer heeft voortgebracht de afgelopen 10 jaar.

Het is 10% talent en 90% doorzettingsvermogen

Ronaldo

Ronaldo

Als je aan topsporters als Serena Williams, Lornah Kipgalat, Maartje Paumen, Christiano Ronaldo, Lionel Messi, Esther Vergeer en Epke Zonderland vraagt wat er belangrijk is om aan de top te komen. Hoor je allemaal hetzelfde. Het is 10 % talent en 90 % doorzettingsvermogen/mentaliteit.

Natuurlijk is talent ook belangrijk, maar ook uit wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat  het doorzettingsvermogen, de mentaliteit en de ambitie van een sporter beslist of hij/zij de top haalt. De wil om jezelf beter te maken, per se de beste willen zijn, per se willen winnen en altijd je best willen doen is veel belangrijker dan talent. In Nederland is dit credo totaal ondergesneeuwd geraakt. Weggepamperd.

2016-03-29_1-35-02

Foppe de Haan verwoordde het onlangs perfect in het blad De Voetbaltrainer. Tijdens de Olympische Spelen van 2008 bekroop hem een gevoel dat hij nog nooit had gehad in zijn lange trainersloopbaan.  “Dit kan mijn team niet zijn. Hier hoor ik niet bij.”  Hij doelde daarmee op de slappe mentaliteit van zijn spelers. “De meeste van mijn spelers overschatten zichzelf. Denken dat ze er al zijn. Zijn bezig met geld tellen in plaats van met beter worden. Ze zijn moeilijk te bereiken en vooral met zichzelf bezig. Hebben geen interesse in elkaar en in anderen en kunnen slecht omgaan met kritiek en met tegenslagen.”

Oorzaak V: Talentherkenning is oerconservatief en kortzichtig
Naast de trainersopleidingen van de KNVB, de trainers, de jeugdopleidingen en de mentaliteit is er nog een 5e oorzaak aan te wijzen voor het matige niveau van Nederlandse voetballers en het voetbal op de Nederlandse velden: de talentherkenning/de scouting. En daar hoor je nooit iemand over, terwijl dat zo verschrikkelijk belangrijk is.

Wat is talent eigenlijk?
De talentherkenning bij veel clubs, trainers en scouts is onbegrijpelijk kortzichtig en ouderwets. Er zijn al genoeg wetenschappelijke rapporten over geschreven, maar de clubs blijven maar stug in de oude fouten vervallen. Het begint met de vraag wat is talent (zie het DMGT-model van Gagné en lees er meer over in dit artikel) en hoe herken je het? Ook daar zijn hele onderzoeken en testen aan gewijd ** (zie onderaan), maar die gaan blijkbaar aan het voetbal voorbij.

In theorie let een goede scout op zaken als techniek, motoriek, snelheid, fysiek, inzicht, mentaliteit (groei-mindset), doorzettingsvermogen, geboortemaand- en jaar, en trainings-en wedstrijdhistorie. Aan de hand daarvan kan er een inschatting worden gemaakt over de vooruitgang die het kind daarin nog kan boeken.

Beide jongens zijn 14 jaar. De rechter is een laatrijper en bereikt zijn hoogste groeisnelheid (PHV-waarde) pas over 2 jaar en wordt uiteindelijk veel groter dan de jongen links. De Jongens links is namelijk al ver over zijn groeispurt heen.

Twee voetballers van 14 jaar, ze schelen 1 week qua leeftijd;.  De rechter is een laatrijper en bereikt zijn hoogste groeisnelheid (PHV-waarde -1,98) pas over 2 jaar en wordt uiteindelijk groter dan de jongen links. De jongen links is namelijk al ver over zijn groeispurt heen (PHV-waarde van 0,93).

Maar in de praktijk  zoeken heel veel scouts nog altijd naar jongens die qua prestatie nu boven hun leeftijdsgenoten uitsteken en niet naar jongens die de potentie hebben om later de top te halen (de High Potentials). In ander sporten (bv hockey en tennis) is het al langer doorgedrongen dat het selecteren op basis van prestaties tot de leeftijd van 14 jaar niet wenselijk is. Prestaties tot die leeftijd zijn geen goede indicator voor later succes! (lees meer hierover dit artikel)

Maar in het voetbal zijn ze zover nog lang niet. Daar duikelen voetbalscouts als beginners in alle valkuilen die er maar zijn in talentherkenning. Zo houden scouts en clubs anno 2016 nog steeds veel te weinig rekening met het leeftijdseffect, of de jongens vroegrijpers of laatrijpers zijn en of ze de groeispurt al dan niet gehad hebben. Merkwaardig… Er is namelijk een workshop voetbalscouting van Henk Grim, notabene goedgekeurd door de KNVB (en waarmee je ook studiepunten kan verdienen), waarin duidelijk naar voren komt dat scouts zich niet blind moeten staren op de vroegrijpe, grote jongens.

Het verschil in ontwikkeling qua groeisnelheid tussen laatbloeiers en vroegbloeiers

Het verschil in ontwikkeling qua groeisnelheid tussen laatbloeiers en vroegbloeiers. Laatrijpers kunnen hierdoor biologisch gezien 3 jaar achterlopen op vroegrijpers.

En toch zitten de jeugdopleidingen van profclubs alsook de hoogste jeugdteams van amateurclubs volgestopt met jongens die biologisch gezien verder zijn dan hun leeftijdsgenoten. Ze zijn vaak groter, sterker, kunnen harder lopen, zijn motorisch verder, kunnen harder schieten, zijn fitter, kunnen langer doorgaan en vallen daardoor op bij de scouts.

Fysieke verschillen tussen jongens van 14 jaar.

Fysieke verschillen tussen jongens van 14 jaar. De jongens uit de laatste 2 kolommen hebben de grootste kans om gescout te worden of om langer in de opleiding te blijven dan de ‘kleintjes’.

PSV scout op geboortemaand niet op talent
De fysieke voordelen als puber of als kind zijn allemaal leuk en aardig voor nu, maar zeggen heel weinig over de kans op slagen als volwassene. Al die voordelen kunnen ze namelijk kwijt zijn als ze 17-18 jaar zijn en ze qua fysiek zijn ingehaald door de rest. Dan blijken veel van die jongens helemaal niet zo goed te zijn, omdat dan hun technische, motorische, taktische en mentale beperkingen ineens aan het licht komen. Ruben Jongkind (ex-Ajax-jeugdopleiding) en Bastiaan Riemersma (coordinator FUNdament PSV) onderkennen dit probleem en geven aan dat zowel PSV als Ajax het leeftijdseffect in de gaten houden. Mooie woorden, maar  Riemersma die ook het o13-team van PSV traint heeft maar liefst 15 spelers uit de eerste 5 maanden in zijn team en slechts 1 uit de laatste 6 maanden. En in de FUNdament-teams van PSV – waarin ze alles anders zouden gaan doen – zitten ook weer veel te veel jongens die geboren zijn in de eerste maanden van het jaar.

Leeftijdseffect

Twee even oude spelers van Volendam en Vitesse

Op deze manier zijn jeugdopleidingen bezig om jarenlang de verkeerde jongens op te leiden. Toch komen dit soort voetballers toch in het betaalde voetbal terecht. Puur en alleen omdat ze beter zijn opgeleid dan de amateurvoetballers, die misschien wel meer talent hadden maar dat nooit optimaal hebben kunnen ontwikkelen. Zo ontstaat er een self-fulfilling prophecy en denken scouts gelijk te hebben gekregen. Dat dit niet zo is is al meerdere keren aangetoond door wetenschappelijke onderzoeken.

Trainers willen nu winnen en kijken dus niet verder vooruit
De schuld van het voorgaande ligt overigens niet alleen bij de scouts. De KNVB schept hiervoor de voorwaarden en de clubs laten de keuze voor een jongen vaak afhangen van het oordeel van een trainer. En trainers kijken vaak puur of die jongen direct een aanwinst is en niet of hij over 5 jaar de beste kan worden. Veel trainers willen nu presteren en nu winnen in plaats van het goed opleiden van de grootste talenten. Dat is begrijpelijk, omdat veel jeugdtrainers nog steeds worden afgerekend op de stand in de competitie en niet hoe zij de jongens opleiden en of deze vooruitgang hebben geboekt.

Jeugdspelers onderverdeeld naar het kwartaal waarin ze geboren. In rij 4 het verschil tussen kwartaal 1 en 4.

Jeugdspelers onderverdeeld naar het kwartaal waarin ze geboren. In rij 5 het verschil tussen kwartaal 1 en 4.

Er zijn onderzoeken genoeg die bevestigen dat de talentherkenning van scouts, trainers en clubs heel eenzijdig en kortzichtig is. Zo is het leeftijdseffect een bekend fenomeen binnen de voetbalsport. Jongens die geboren worden  in de maanden januari, februari en maart worden 4 tot 5 keer zo vaak gescout dan jongens uit de laatste 3 maanden van het jaar. Alsof de geboortemaand het voetbaltalent zou bepalen! Dat leeftijdseffect zorgt ervoor dat per definitie een kwart verkeerd is gescout en nooit in de opleiding terecht had mogen komen. Het rare is dat clubs ervan af weten en er toch mee doorgaan. Met Ajax en PSV voorop (zie image hierboven)!

Laatbloeiers zitten op de bank of worden niet gescout
Uit een Noors onderzoek blijkt  verder dat spelers die geboren zijn in het laatste kwartaal niet alleen minder vaak gescout en geselecteerd worden, maar ook de minste speelminuten krijgen. Daardoor creeert het voetbal de eigen self-fulfilling prophecy in het kwadraat. De voorspelling dat de jongens die gescout worden ook beter kunnen voetballen, komt uit, omdat ze beter worden opgeleid en beter faciliteiten tot hun beschikking hebben én dus ook omdat ze meer speeltijd krijgen, en niet omdat ze meer talent hebben.  (zie dit onderzoek onder voetballertjes van 8 jaar Van Ward & Williams)

laatbloeiers vs vroegrijpers

Elk blauw stipje is een voetballer. De voetballers boven de lijn zijn vroegrijp, daaronder zijn laatbloeiers. De jongens in het rode gebied worden gescout.

Een ander voorbeeld is het laatbloeiers-tekort: jongens die achterlopen in hun biologische ontwikkeling worden veel minder of niet gescout en/of vallen af uit de jeugdopleiding. Een onderzoek van Malina onder Portugese jeugdvoetballers van 11 tot 16 jaar laat dit duidelijk zien: met toenemende chronologische leeftijd blijven er minder laatbloeiers en meer vroegrijpers over. Bij 11– tot 12–jarigen was 59% op tijd matuur, 20% vroegrijp en 20% laatrijp. Bij de 13– tot 14–jarigen waren al 38% van de voetballers vroegrijp. Tot slot was bij de 15- tot 16–jarigen maar liefst 65% van de voetballers vroegrijp en waren er geen laatbloeiers meer in de opleiding. Die waren allemaal weggestuurd. Laat- en vroegrijp staat los van talent. Als er geen laatbloeiers meer in de opleiding zitten betekent dit dat de clubs 30% van het talent gemist heeft. Dit kun je 1 op 1 op de situatie in |Nederland leggen. In combinatie met het leeftijdseffect  wordt in Nederland bijna de helft van al het talent over het hoofd gezien, niet gescout of uit de opleiding geknikkerd. Dat gaat ten koste van de kwaliteit van het algehele voetbal.

Zone 14

Zone 14

Het is dan ook zeer verontrustend als de KNVB in een van haar 11 speerpunten zet dat scouts nog meer op fysiek (kracht en lengte) moeten gaan letten, terwijl het juist om techniek, motoriek en inzicht zou moeten draaien. Maar liefst vijftig procent van alle goals in de Champions League wordt voorbereid of komt direct uit zone 14. Een team dat vaker via zone 14 aanvalt is succesvoller dan teams die dat minder doen. Alles draait dus om zone 14! En daar moeten juist hele technische, handige spelers staan met een perfecte motoriek die snel en juist het spel kunnen voorzetten in een kleine ruimte, een actie kunnen maken of op doel kunnen schieten. Momenteel telt Nederland niet een zo’n speler! Dan is het niet verstandig om een signaal af te geven dat scouts nog meer op fysiek moeten letten.

Er lopen momenteel honderden betere talenten rond bij de amateurs
Als bijna de helft per definitie al verkeerd is gescout, dan betekent dat dat er momenteel honderden meer getalenteerde voetballertjes nog bij de amateurs rondlopen. Voetballertjes waarvan het talent niet wordt en is herkend.  Deze jongens zijn overgeleverd aan de toevalligheden in het amateurvoetbal. Zij missen alle voordelen van een professionele opleiding,  ontwikkelen zich daardoor minder of raken gefrustreerd en stoppen er zelfs mee. (zie de uitstroomonderzoeken van de KNVB). Daardoor gaat ontzettend veel talent verloren voor de Nederlandse velden.

Let op de Diamonds in the Rough
Het zijn vooral de laatbloeiers, die van deze gang van zaken omtrent verkeerd en slecht scouten de dupe zijn. Oud top-honkballer Robert Eenhoorn (nu directeur van AZ) daarover: “Het gaat erom ook de laatbloeiers te scouten, dat zijn vaak de diamanten tussen het onkruid, maar veel van hen worden nu structureel over het hoofd gezien.”

Twee laatbloeiers bij uitstek. Ruud van Nistelrooy en Jaap Stam. Totaal over het hoofd gezien door alle scouts.

Twee laatbloeiers bij uitstek. Ruud van Nistelrooy en Jaap Stam. Totaal over het hoofd gezien door alle scouts.

Een ander voorbeeld van een talenten-onderzoek dat het voetbal ter harte zou moeten nemen: Uit een Australisch onderzoek gehouden onder 256 topsporters blijkt dat talenten zich grillig ontwikkelen. Slechts 7% van de Australische toppers behoorde als junior ook tot de besten. En maar liefst 84% van deze topsporters behoorde vroeger niet altijd tot de beste spelers, speelde dus niet altijd in het 1ste team en is via een omweg aan de top gekomen. Talent ontwikkelt zich dus niet lineair en wordt dus heel, heel vaak niet herkend door de zogenaamde experts. Dat bleek ook in Duitsland. Daar hebben ze de hele scouting omgegooid toen ze erachter kwamen dat de helft van de internationals niet gescout was voor hun 16e door een top-team.

Wie goed kan verdedigen wordt niet gescout
Nog een fout die scouts en clubs al decennia maken en waardoor veel talenten niet in de opleiding terecht komen. Jeugdscouts hebben een voorkeur voor aanvallers en nummers 10. Profclubs scouten namelijk hoofdzakelijk spelers die goed zijn aan de bal. Jongens die goed kunnen verdedigen of omschakelen worden amper eruit gepikt. Het zijn daardoor bijna altijd dezelfde type spelers die bij de amateurclubs worden weggeplukt.

Daardoor ontstaat er meteen een probleem in het jeugdteams van de profclubs. Wie zetten ze achterin? De pechvogels, vaak de minder getalenteerden van de selectie, worden dan omgeturnd tot verdediger. Die jongens willen dat vaak helemaal niet. Hebben daar ook  de specifieke kwaliteiten niet voor. Maar ze kiezen eieren voor hun geld, want het is of verdedigen of uit de opleiding worden geknikkerd.  En als ze dan eenmaal een beetje kunnen verdedigen is de kans vrij groot dat ze toch weer afvallen. Omdat ook hier de jongens die goed zijn aan de bal een streepje voor hebben. Bij FC Groningen bleek uit een intern onderzoek onder jeugdspelers dat de club de afgelopen jaren structureel spelers met goede verdedigende capaciteiten heeft laten afvallen, terwijl matige aanvallers mochten blijven. Jongens, waar je nooit meer wat van hebt gehoord. Groningen heeft ondertussen de manier van scouten en opleiden aangepast of is daar nog volop mee bezig.

Het is echt te bizar voor woorden dat profclubs in Nederland jeugdspelers, die een natuurlijke aanleg hebben voor  ballen afpakken, omschakelen, duels winnen, tackelen, vrijlopen en positie kiezen, niet of nauwelijks scouten. Voetballers die een wedstrijd spelen zijn daar immers 88 van de 90 minuten mee bezig. Je zou toch verwachten dat de ‘kenners’ daar iets meer belang aan zouden hechten.

Het is niet zo verwonderlijk dat Marco van Basten in zijn column in de VI schreef dat de jeugdopleidingen van Nederland hoofdzakelijk eenheidsworsten voortbrengen. Clubs – met dank aan de scouts – stoppen de jeugdopleiding vol met dezelfde type spelers en als die dan ook nog heel matig worden opgeleid dan krijg je inderdaad saaie eenheidsworsten. Ga zaterdag maar eens kijken bij een profclub bij u in de buurt. Je kan de jochies qua type voetballer haast niet meer uit elkaar houden.

Samenvattend
Als de trainersopleidingen van de KNVB tekortschieten en achterlopen qua leerstof, als teveel trainers niet goed zijn opgeleid en/of talent voor het trainerschap missen, als de jeugd op mentaal gebied niet goed wordt begeleidt en opgeleid en als de talentherkenning kortzichtig is, dan is het geen wonder dat de jeugdopleidingen te weinig goede voetballers, laat staan echte  toppers afleveren. Dan is het geen wonder dat het Nederlands voetbal zo in het slop is geraakt. Geen wonder dat er zo slap en slecht verdedigd wordt. Geen wonder dat balbezit doel is geworden en geen middel is. Geen wonder dat er veel te veel breed of terug wordt gepast. Geen wonder dat creativiteit, flair, zelfinitiatief en durf ver te zoeken zijn. Geen wonder dat spelers bang zijn om fouten te maken.  Geen wonder dat de techniek zo matig is. Geen wonder dat niemand nog zijn man voorbij komt. Geen wonder dat fysieke duels worden verloren of niet worden aangegaan.  Geen wonder dat spelers 1 wedstrijd heel goed spelen en je ze daarna 3 wedstrijden amper ziet. Geen wonder dat voetballers niet tegen kritiek kunnen. Geen wonder dat het niveau in de Eredivise laag is. Geen wonder dat Nederlandse clubs niet meer kunnen winnen van ploegjes uit Oostenrijk, Noorwegen, Luxemburg en Tsjechie. Geen wonder dat Oranje kansloos wordt uitgeschakeld voor het EK.

Aanbevelingen:

Stop met het scouten van jonge kinderen jonger; dat is nattevingerwerk, ongewenst en zinloos

Profclubs moeten stoppen met het scouten van hele jonge kinderen. Vroeger werden kinderen in de D gescout, tegenwoordig gebeurt dat al in de O8 of O9 of zelfs daarvoor al bij de mini’s.  Het is totale onzin en niet wenselijk om in de voetbalsport een heel jong kind het hoofd op hol te brengen en van hem of haar te voorspellen dat hij/zij over 10 jaar goed genoeg is voor profvoetbal. Dat is onmogelijk en gaat tegen alle onderzoeken en feiten in. De regel is zelfs: neem geen extreme beslissingen vóór de leeftijd van 16 jaar, omdat kinderen juist tussen de 14 en 16 jaar nog grote veranderingen kunnen ondergaan. 

Ik ga niet herhalen wat ik daar al eerder over heb geschreven. Maar voor meer informatie hierover verwijs ik naar het artikel:  Jonge voetballertjes scouten is onverstandig en onzinnig.

Profclubs moeten stoppen met hun jongste jeugdteams
De KNVB zou in ieder geval het voortouw moeten nemen door het op jonge leeftijd scouten van kinderen gewoon keihard te verbieden. Profclubs moeten daardoor hun jongste jeugdteams opheffen. De trainers die daardoor vrijkomen moeten niet worden ontslagen maar gestald worden bij amateurclubs in de regio. De KNVB zou ook trainers bij amateurclubs moeten gaan neerzetten. In andere landen (Duitsland) en  bij andere sporten ( Zweeds IJshockey) gebeurt dit al. Dat zorgt ervoor dat de talentenvijver waaruit gevist gaat worden vele malen groter is en dat veel meer jongens ook goed zijn opgeleid. De KNVB zou dit bijvoorbeeld kunnen financieren door een soort opleidingsvergoeding te gaan heffen over alle transfer- en makelaarskosten.

Op deze manier krijgen alle talenten een goede opleiding van 6 jaar. En trainers hebben een veel beter beeld gekregen dan een scout ooit zal hebben van deze jongens. Dit sluit ook aan op het feit dat een goede talentidentificatie 3-5 jaar duurt. Pas na deze tijd (dus na de keeftijd van 12 jaar) heeft het zin een eerste voorlopige selectie te maken die extra trainingen krijgt. Om op 15-16-jarige leeftijd, als het beeld van de spelers zo goed als compleet is geworden, een definitieve selectie te maken.

Laat talenten bij hun eigen club spelen, zet daar goede trainers voor de groep
Laat die jonge kinderen die echt goed zijn gewoon lekker bij hun club in de buurt spelen. Dat is beter voor hun ontwikkeling en zo worden ze niet geforceerd bij elkaar in een team gezet. Uit onderzoek is gebleken dat teveel talent bij elkaar zetten niet goed is voor de individuele ontwikkeling en de teamprestatie.

Laat ze bij hun eigen team spelen en zorg dat daar goed opgeleide trainers voor de groep staan. Daar ligt een taak voor de KNVB en de profclubs. Zo voorkom je ook dat die kinderen al vanaf een hele jonge leeftijd een enorme druk krijgen opgelegd (wat ten koste van het plezier gaat) en dat ze mentaal worden verpest omdat alles voor ze wordt geregeld. Laat ze lekker op hun favoriete positie spelen, uitblinken bij hun club en de kar trekken. Dat is goed voor het verantwoordelijkheidgevoel, het leiderschap en het plezier. Zaken die nu vooral ontbreken bij spelers.

PSV is al bezig met het afschaffen van de jongste jeugdteams. De Eindhovenaren hebben hun jeugdopleiding omgegooid en hun nieuwe concept heet FUNdament. De gescoute voetballers van FUNdament worden niet meer opgeleid bij PSV, maar bij profclubs bij hun in de buurt. Die opleiding duurt 4 jaar en daarna heeft PSV de 1ste keus voor het eigen onder 12 team. Dat is al een veel betere ontwikkeling en vergroot ook de talentenvijver, maar hierdoor wordt nog steeds heel veel talent buitengesloten en zo alle voordelen van een professionele opleiding missen.

Maak bij talentherkenning ook gebruik van testen 
Scouts, trainers en clubs moeten ter ondersteuning gebruik gaan maken van sportspecifieke testen om talent te herkennen. Deze zijn niet zo gevoelig voor groei-en rijpingsprocessen van spelers en daarmee onmisbaar voor een club. Vooral dribbeltesten, coordinatie-testen en sprintsnelheidstesten geven goed inzicht in wie succesvol en minder succesvol gaat worden.

Scout ook op verdedigende kwaliteiten en omschakelen
Houd op met het uitsluitend scouten van voetballers die goed zijn in balbezit. 88 minuten van de wedstrijd heeft een speler geen balbezit en moet hij vrijlopen, tackelen, positie kiezen, man dekken, omschakelen, duels winnen. Scout daar ook eens op! Verdedigen is ook een talent.

Stop met pamperen
Stop met al die vangnetten binnen de jeugdopleiding.  Helpen en bijsturen is goed, maar als zaken als inzet en mentaliteit er van nature niet in zitten zijn en er daarin ook geen vorderingen worden gemaakt, dan zijn die jongens ongeschikt voor het profvoetbal. Profclubs moeten ophouden de mentaal zwakke jongens (de moeilijke gevallen), die wel veel talent hebben, te blijven pamperen tot het oneindige in de hoop dat het toch nog goed komt. Dat doen ze alleen uit angst. Angst dat deze jongens bij een andere club wel slagen. De hele aanpak hiervan is hartstikke fout. Stimuleert een totaal verkeerde mindset bij die knapen. Het barst in het profvoetbal van spelers die op deze manier kunstmatig naar een profloopbaan zijn gebracht. En dan vinden wij het raar dat ze zich zo vaak niet voor 100% inzetten en naast hun schoenen lopen?

Stop met het spelen van 7-7 en 11-11 bij de jongste jeugd
De KNVB zou de hele competitieopzet bij de jeugd moeten veranderen. Stop met 7-7 en 11-11 bij de jongste jeugd. Die opzet is totaal achterhaald. Het veld, de ruimtes, de goals en de keuzes zijn veel te groot voor die knapen. Het is nogal logisch dat trainers dan voor de grotere, sterkere en snellere spelers kiezen en niet voor de handige, technische jongens. De KNVB werkt hiermee een hele verkeerde talentherkenning in de hand.

Vroegrijpe jongens zijn in het voordeel. helemaal op een groot veld

Vroegrijpe jongens zijn in het voordeel. Helemaal op een groot veld

Het aantal balcontacten dat je nodig hebt om beter te worden is op een groot veld ook veel en veel te laag. Het plezier is ook veel minder. Welk kind vindt het nu leuk om er na een uur achter te komen dat ie amper 10 x de bal heeft gehad? Voor velen is het meer wachtbal dan voetbal! In dit filmpje van de BBC wordt goed uitgelegd wat het voor kinderen betekent om op een volwassen-veld te spelen.

In landen als Belgie, Frankrijk, Engeland en Duitsland hebben ze dat allang aangepast. Daar spelen ze in de E en F 2-2, 3-3- of 5-5 en in de D 7-7 of 8-8 of 9-9.

Wedstrijdvormen in Duitsland

Wedstrijdvormen in Duitsland

De profclubs in Nederland zijn al overgestapt op de zogenaamde twingames. En die opzet of een variant daarvan zou meteen moeten worden ingevoerd bij de amateurs. Het aantal balcontacten stijgt daardoor met maar liefst 125%.

De KNVB heeft laten weten bezig te zijn met de aanpak hiervan. Dat kun je hier lezen.

Nadruk bij jongste jeugd op techniek, inzet, plezier en motoriek
Leg bij de jongste jeugd (alles jonger dan 13) het accent op plezier, techniek, inzet/mentaliteit en motoriek en speel veel onderlinge mini-partijtjes en mini-oefeningen op de trainingen. Stop met het in rijtjes staan en de onbenullige warming-ups zonder bal. Dat is tijdverspilling. Trainers hebben vaak maar  1 uur de tijd. Benut die tijd optimaal door zoveel mogelijk balcontacten. Laat ze pingelen en trucjes doen. Voeg daar vanaf het 13e levensjaar – als ze groter en sterker gaan worden – zaken als taktiek en fysiek aan toe.

Houdt geen uitslagen en standen meer bij voor de jongste jeugdteams
Stop in ieder geval bij de onder 8, 9, 10 en 11 teams met het bijhouden van uitslagen en standen. Dat haalt de druk weg bij spelers (stress verknalt het leereffect), dat vooral door ouders en trainers wordt opgelegd. In die hoek zit met name het probleem. Je moet het geschreeuw en de aanwijzingen eens horen langs de lijn van trainers, leiders en ouders. Omdat jongetjes van 7 jaar aan het voetballen zijn… Kinderen durven daardoor niks meer, ontwikkelen faalangst, raken in de war, denken niet zelf meer na, maar doen wat er aan de kant wordt geroepen. De hele spontaniteit en het plezier gaan er zo vanaf.

Het gaat in die eerste fase uitsluitend om de ontwikkeling en het plezier niet om de uitslag en het kampioen worden. In Belgie wordt dit verschijnsel  Championitis genoemd en het is daar ten strengste verboden. Omdat door de druk van trainers/ouders die per se willen winnen, worden de kinderen al veel te vroeg in het keurslijf van overspelen en geen risico’s nemen gedwongen en zo gaat de fun eraf. Laat het kind het zelf oplossen in het veld. Inzicht is ook een talent. En coach op de trainingen.

Dit betekent niet dat winnen niet meer belangrijk is. Dat winnen zit er bij kinderen van nature wel in. Kinderen maken overal een spelletje van en willen dat ook winnen. Trainers moeten dat stimuleren en aanscherpen, dat kan ook prima zonder de uitslag te noteren en standen bij te houden.

Voer onbeperkt wisselen in via een vliegende wissel
Elke zaterdag zitten er duizenden kinderen op de bank te verpieteren. Ze zijn soms hun hele dag kwijt voor een paar minuten voetbal. In de A-categorie mag er maximaal 5x gewisseld worden. Maar dat doen veel trainers niet. Er is er altijd 1 die helemaal niet speelt en 1 of 2 die een paar minuten voor tijd nog mogen invallen. De KNVB moet toestaan dat ook in de A-categorie doorlopend gewisseld mag worden. Dat vergroot de kans op speeltijd voor iedereen. Er zijn nu veel kinderen die stoppen of gedemotiveerd raken omdat ze op zaterdag heel weinig mogen spelen. Met een vliegende wissel (zie hockey) zorgt dit ook niet voor oponthoud.

De helft van de kinderen stopt zelfs met voetbal voor hun 14e
Uit onderzoeken van o.a de KNVB blijkt dat veel kinderen stoppen met voetballen vanwege de frustraties dat ze niet in 1ste teams worden gekozen vanwege hun biologische achterstand, vanwege slechte trainers en vanwege de slechte sfeer binnen een team. Voor hun 14e is de helft ermee gestopt!Een betere trainersopleiding (trainers die de nadruk op plezier leggen en met kinderen kunnen omgaan) en een betere talentherkenning zou dit tegen gaan.

Verbeter de trainersopleidingen van de KNVB
De KNVB moet de inhoud van de trainerscursussen aanpassen, verbeteren en vooral moderniseren.  Het uitgangspunt moet het Totaalvoetbal/de Hollandse School zijn. Wat is daar voor nodig? Dan zal het technische, taktische, mentale en fysieke deel van de cursussen aangepakt moeten worden. Kijk af bij de Duitse en Spaanse cursussen.

Naast het voetballende gedeelte moet er ook veel meer aandacht besteed worden aan het didactiek en pedagogiek. Hoe moeten trainers om gaan met kinderen, hoe coach je positief, hoe breng je kinderen van verschillende leeftijden iets bij, hoe komt een boodschap het beste over. En, er moet vooral aandacht in de cursus zijn voor de motoriek van de jeugd. Zonder goede motoriek, geen goede voetballer. En juist die basis-motoriek wordt steeds minder omdat de jeugd steeds minder beweegt.

Hoe verbeter je verder een opleiding? Dat hoeft de KNVB echt niet zelf meer uit te dokteren. Ook daar is onderzoek genoeg naar gedaan, onder andere door het gerenommeerde onderzoeksbureau McKinsey.

Dit bureau stelt dat je een opleiding verbetert door de zwakke leraren/trainers te ontslaan, betere leraren te scouten en over te halen om les te komen geven ( bv door een beter salaris te geven) en door eisen te stellen aan de vooropleiding. De KNVB moet ook de bijscholing verplicht stellen voor alle trainers. En niet de trainers de bijscholing zelf laten regelen.

Clubs moeten hetzelfde doen met hun trainers. Ontsla de zwakke trainers, scout betere trainers en stuur ze allemaal verplicht op cursus en verplicht ook de bijscholingscursussen. Clubs (Technisch Directeur en Hoofd Jeugdopleiding) moeten erop toe zien dat trainers ook daadwerkelijk uitvoeren wat ze hebben geleerd en daar niet een eigen draai aan gaan geven die totaal afwijkt van de Hollandse School/Totaalvoetbal. Hier komt ook weer een stukje methodologie om de hoek kijken.

Eindoverweging:
De KNVB kan dan wel op zoek zijn naar de Hollandse School 2.0, maar dan moet er eerst geanalyseerd worden wat er goed en minder goed was aan het origineel. De afgelopen 40 jaar is daar totaal niet over nagedacht, net zo min als er geprobeerd is om dat type-voetbal nog te verbeteren en te doorontwikkelen. Sterker nog, we hebben onze nalatenschap behoorlijk laten versloffen. En als we naar de mensen luisteren die in de werkgroepjes zitten van de KNVB dan weten die nog steeds niet wat De Hollandse School is. Die zogenaamde kenners beweren dat zaken als fysiek, kracht, mentaliteit en loopvermogen aan de Hollandse School moeten worden toegevoegd. Opmerkelijk, want  de Hollandse School, het Totaal voetbal uit begin jaren ’70 dat wereldberoemd is geworden door het Nederlands elftal tijdens het WK in West-Duitsland, was hard, was mentaal en conditioneel ijzersterk, bulkte van het loopvermogen en de werklust en voegde daar creativiteit, flair, techniek en taktiek aan toe.

Die Hollandse School of Totaal voetbal bezit alle ingrediënten om daar ook nu weer succesvol mee te zijn. Het moet alleen voorzien worden van nieuwe (wetenschappelijke) inzichten en kennis. Het wordt tijd dat de KNVB, de clubs en de trainers de Hollandse School doorontwikkelen.  Alle kennis daarvoor hebben we in eigen land, maar dan moet er wel naar de juiste mensen worden geluisterd. Dus ook naar mensen van buiten de voetbalsport en naar wetenschappers.

Het is te hopen – gezien de veelheid aan betrokkenen bij dit project – dat de KNVB niet teveel is gaan polderen en de hele voetbalopleiding, talentherkenning en competitie-opzet in Nederland op de schop durft te gooien. En dat clubs, trainers en bestuurders dat beleid ook gaan omarmen, gaan naleven en vooral gaan verbeteren. Want nog eens 40 jaar zo weinig innovatie past niet bij een voetbalgrootmacht als Nederland.

———————————————————————————————————

Op initiatief van Guus Hiddink en de KNVB is er in december 2014 een KNVB-symposium gehouden over de toekomst van het Nederlandse voetbal. Daaruit zijn 11 speerpunten naar voren gekomen. Deze 11 speerpunten zijn de afgelopen anderhalfjaar onderzocht door verschillende werkgroepjes. De resultaten daarvan zullen in mei 2016 bekend worden gemaakt.

**  Uit een onderzoek van Vandorpe (2012) blijkt dat een algemene motorische testbatterij beter in staat is om prestaties op langere termijn te voorspellen dan anthropometrische parameters, fysieke performance testen, trainingservaring en de beoordeling van een expertcoach. Dit geeft uiteraard nog geen zekerheid op podiumposities op wereldniveau, echter het biedt de mogelijkheid ‘high potentials’ te identificeren en op te nemen in een gericht talentontwikkelingstraject.


Update: Danny Blind, niet alle spelers weten wat topvoetbal inhoudt

Update: KNVB-rapport Winnaars van Morgen staat vol tegenstrijdigheden

Update: En hier het KNVB-plan Winnaars van Morgen waar we al zo lang op hebben gewacht

Update: Van Gaal stelde in 2001 een belabberd Masterplan op voor het Nederlandse voetbal. De effecten daarvan zijn nu duidelijk meetbaar… En dan wil Danny Blind nu Van Gaal weer als TD bij de KNVB. Het is te hopen voor het Nederlandse voetbal dat dit niet doorgaat.

Interessante links (nog meer leesvoer):

ECA rapport over jeugdopleidingen vanEuropee  profclubs

Long term athlete development van NOC ISF

Late specialisatie is beter voor veel sporten

Kerntalentenmerhode (1) bij talentherkenning

Hoe Engeland sporttalent ging scouten na het debacle op de Olympische Spelen

Houdt groei in de gaten bij talentidentificatie en -ontwiklkeling

Laat laatbloeiers een team lager spelen (Van C naar D of van B naar C))

NOC zoekt naar talent

Talentidentificatie in sport

Posted in Columns | Tagged , , , , , , | 6 Reacties

PSV scout ook voor FUNdament-opleiding op geboortemaand en niet op talent
avatar

PSV heeft afgelopen zomer het jeugdopleidingstraject op de schop gegooid omdat ze zelf ook vonden dat het veel te weinig rendement opleverde. Weinig in de zin van: 10 jaar zelf scouten en opleiden leverde 1 speler op voor het 1ste team.* Het verwondert mij dat een professionele organisatie er na 10 jaar fabriceren pas achterkomt dat er aan het einde van de lijn geen eindproduct meer overblijft. Maar ik snap sowieso al weinig van het hedendaagse voetbal in Nederland.

Het nieuwe opleidingstraject van PSV heet FUNdament. Op 5 lokaties in Zuid-Nederland worden 50 hele jonge voetballertjes gedurende 4 jaar klaargestoomd voor het latere D1 team van PSV.  Ze spelen gedurende deze 4 jaar niet in een PSV shirt, kunnen niet uit de opleiding worden gezet, trainer ‘slechts’ 2 x in de week en de nadruk ligt op Fun. Na die 4 jaar selecteert PSV dus de beste 13-14 jongetjes uit die 50.

Alle stadia in het Long Term Athlete Development model

Alle stadia in het Long Term Athlete Development model

Dit zijn allemaal uitstekende ontwikkelingen gebaseerd op het Long Term Athlete Development-concept (klikken download een PDF-bestand). Op deze manier kunnen kinderen dicht bij huis blijven spelen wat heel belangrijk is op jonge leeftijd, is er de druk van het PSV-shirt niet, vindt er geen overbelasting en burnout plaats en houden kinderen vooral plezier in het spelletje.

Verder is natuurlijk een prima zaak dat PSV-trainers nu ieder jaar 50 en volgend jaar al 70 nieuwe kinderen gaan opleiden. Dat is heel wat beter dan de 10 nieuwe F-spelers in de jaren ervoor. Dit vergroot de talentenvijver. Hoe groter de vijver, hoe meer vissen je erin gooit, des te groter de kans dat er eentje heel groot gaat worden later. Aan de andere kant is het doodzonde dat PSV blijft volharden in het scouten van hele jonge kinderen, omdat je er op die leeftijd nog helemaal niets van kan zeggen. Het op vroege leeftijd toch blijven selecteren van talent wat PSV nu doet, betekent automatisch ook dat je ander talent buitensluit. En talent is er genoeg zoals blijkt uit dit artikel.

PSV zegt nee tegen het leeftijdseffect

PSV zegt nee tegen het leeftijdseffect… op papier dan.

Zeer hoopvol waren verder de woorden van de coördinator van het FUNdament-project van PSV in het blad de voetbaltrainer. Daarin zei Bastiaan Riemersma letterlijk:

‘De voetballers die we vroeger haalden als aanvulling, redden het niet. Dit zijn vaak jongens uit januari of februari, die gescout zijn op hun fysiek. Zij lijken beter, maar dat is vaak niet zo. Spelers verlieten De Herdgang met buikpijn. Ik weet zelfs dat een jongentje dat bij ons is weggestuurd nu bij een psycholoog loopt.’ Afgelopen zomer trok PSV de conclusie dat dit niet de juiste weg was. ‘Een nieuw tijdperk is ingeluid’, aldus Riemersma. De Eindhovenaren begonnen Het Fundament.

Eindelijk een club die het leeftijdseffect  in het voetbal gaat aanpakken. Eindelijk een club die stopt met het uitsluitend scouten van vroegrijpers. Eindelijk een club die ook de laatbloeiers een kans gaat geven. Eindelijk een club die eens gaat letten op de potentie van een speler en niet hoe goed ie nu is. Tenminste, dat hoopte ik.

geboortemaand

Geboortemaandeffect (leeftijdseffect) in het Nederlands jeugdvoetbal.

Maar als je vervolgens gaat kijken naar de geboortedata van alle FUNdament-spelers van PSV, dan blijkt dat er niets is veranderd. PSV gaat gewoon door met het scouten van jongens die in de eerste maanden zijn geboren. Bij PSV o9 komt  75% uit de eerste 6 maanden,  bij PSV o10 is dat 77%, bij VVV o9 83%, bij VVV o10  85% en bij Helmond Sport o10 72%. Het gros van die jongens komt ook nog eens uit januari, februari en maart en de jongens die uit de laatste 3 maanden van het jaar komen zijn op 1 hand te tellen.

Wie geboren is in juli, augustus, september, oktober, november of december krijgt bij PSV GEEN kans

Verbazingwekkend. Wat zijn de woorden van Bastiaan Riemersma dan waard? Dit gaat tegen alle logica in? Riemersma traint ook het O13 team van PSV. Je mag dan toch verwachten dat hij in zijn eigen team het leeftijdseffect wel tegengaat. Niets is echter minder waar. Maar liefst 15 van zijn 16 spelers zijn geboren in de eerste 5 maanden.

Riemersma traint PSV O13. Waarvan maar liefst 15 van de 16 spelers geboren zijn in het eerste half jaar.

Riemersma traint PSV O13. Waarvan maar liefst 15 van de 16 spelers geboren zijn in het eerste half jaar.

Blijkbaar vindt PSV dat jongens die geboren zijn in juli, augustus, september, oktober en december geen talent hebben. Dat is natuurlijk niet zo – tenminste daar ga ik van uit – maar hoe kan het dan dat een profclub met professionele scouts heel veel talent over het hoofd ziet. Daar is maar 1 antwoord op. Omdat de jeugdscouts kijken wie nu het beste is en niet wie het beste gaat worden. En die zogenaamde beste voetballers zijn groter en sterker (en dus beter) omdat ze eerder in het jaar geboren zijn of omdat ze vroegrijp zijn. Ze lopen dus voor op de rest. Maar zo kan iedereen scouten. Dit heeft NIETS met talentherkenning te maken. Blijkbaar zijn PSV scouts niet in staat om echt talent te herkennen.

Echt kwalijk kun je ze dat niet nemen. Ga er maar aan staan. Gaat u maar eens 300 talentvolle kinderen van 7 jaar bekijken. Wie daarvan is over 12 jaar de beste? Dat weet niemand, omdat je dat niet kan zien bij een jong kind.

Wetenschappers lezen de scouts de les. Maar geluisterd wordt er niet.

Wetenschappelijke onderzoeken over talentherkenning en RAE (Leeftijdseffect)

Als PSV toch door wilt gaan met deze poppenkast-scouting – en dat maken ze er echt zelf van – dan zou het verstandig zijn om statistisch te werk te gaan. Talent is gelijkmatig verdeeld over het jaar qua geboorte. Zorg dan in ieder geval dat er evenveel kinderen worden geselecteerd die geboren zijn in kwartaal 1,2,3 en 4.

Hoeveel wetenschappelijke rapporten moeten er nog geschreven worden over leeftijdseffect, vroegrijpers en laatbloeiers voordat ze in Eindhoven niet alleen intelligent gaan praten, maar ook intelligent gaan handelen?

Veel talent stopt ermee

Tekst is uit: Het relatieve leeftijdseffect in voetbal: een cross-sectionele studie

Op deze manier is PSV voor de zoveelste keer bezig om minstens de helft aan verkeerde talenten op te leiden en lopen meer getalenteerde jongens nog op de amateurvelden rond. Het is te hopen voor die jongens dat ze goed worden opgeleid bij hun amateurclub, dat ze niet opgeven en dat ze later alsnog komen bovendrijven. PSV laat met deze aanpak weer heel veel talent over aan toeval en dat lijkt mij niet de professionele benadering die je van een topclub mag verwachten.

Toon Gerbrands heeft op zijn kantoor een bordje staan met daarop de tekst: Topsport kent geen compromissen; het is goed of het is slecht. De jeugdscouting van PSV is dan in dat geval slecht of PSV beoefent geen topsport op dat gebied, dat kan natuurlijk ook.

———————————————————————————————————

*Het gaat hier om jonge spelers van amateurclubs die door PSV zelf zijn gescout. Dus een Depay hoort daar bijvoorbeeld niet bij. Die was al gescout door Sparta. De enige speler die als F- of E-speler door PSV is gescout en het 1ste heeft gehaald is Jorrit Hendrix.

** Ik raad alle PSV-scouts aan dit onderzoeksrapport te gaan lezen. 

Lees ook: Jonge voetballertjes scouten is onverstandig en onzinnig: talentherkenning en -ontwikkeling moet op de schop

Lees ook: Hoeveel talent moet je hebben om profvoetballer te worden?

Posted in Columns | Tagged , , , , , | 3 Reacties

Hoeveel talent heb je nodig om profvoetballer te worden?
avatar

Kinderen vragen wel eens. Hoe goed moet je zijn om gescout te worden? Kan ik ook gescout worden? Kan ik ook profvoetballer te worden? Wat moet ik daar voor doen? Heb ik genoeg talent daarvoor? 

Prachtig natuurlijk. Die dromen in de oogjes. Maar voordat ik daar antwoord op geef, laten we eerst eens kijken hoeveel kinderen er voetballen in Nederland. Volgens de KNVB telt Nederland 493.000 jeugdvoetballers (F t/m A).  Hoeveel daarvan zijn talentvol?

Hoeveel jeugdvoetbaltalenten telt Nederland?

De Canadese professor Francoys Gagné is een autoriteit op het gebied van onderzoek naar talent. Hij stelt dat (hoog)begaafdheid niet alleen op op het gebied van intelligentie (IQ) voorkomt, maar ook op een aantal andere gebieden zoals bijvoorbeeld creativiteit en senso-motoriek. Dat laatste is van belang om een goede voetballer te worden. Een voetbaltalent of de natuurlijke aanleg (wat je bij je geboorte hebt meegekregen) voor voetbal is dus helemaal niet zo bijzonder als sommigen van ons misschien denken omdat daar net als IQ of lengte een normale verdeling voor geldt.

De verdeling van voetbaltalent onder alle voetballers is een normale verdeling. Deze curve zie je ook terug bij eigenschappen als lengte en IQ. Links de minste getalenteerden, rechts de meest getalenteerden.

De verdeling van voetbaltalent en natuurlijke aanleg onder alle voetballers is een normale verdeling. Deze Bell-curve zie je ook terug bij eigenschappen als lengte en IQ . Aan de uiterst linkerkant de voetballers die geen enkele natuurlijke aanleg hebben of totaal niet talentvol zijn. Aan de uiterst rechterkant de voetballers met heel veel natuurlijke aanleg of voetballers die extreem getalenteerd zijn.

Volgens zijn Differentiated Model of Giftedness and Talent  (klik voor meer info over dit model) mogen voetballers als talentvol worden aangemerkt als ze bij de beste 10% horen van hun leeftijdscategorie.  Dat betekent dat Nederland in totaal ongeveer  50.000 jeugdige voetbaltalenten telt. Die hebben natuurlijk niet allemaal evenveel natuurlijke aanleg en zijn ook niet allemaal evengoed.

The Differentiated Model of Giftedness and Talent (DMGT) van Gagne

The Differentiated Model of Giftedness and Talent (DMGT) van Gagne

Gagné onderscheidt namelijk binnen die groep van 50.000 getalenteerde voetballers in Nederland verschillende gradaties in aanleg/talent: 1 op de 100 van alle voetballers (dus 1:10 binnen de groep talenten) is een gemiddeld begaafd talent (± 5000 voetballers), 1 op de 1000 is een hoog begaafd talent (± 500),  1 op de 10.000 is een buitengewoon begaafd talent (50)  en 1 op de 100.000 is een extreem begaafd talent (±5).

Wat is natuurlijke aanleg en wat is talent? Is er een verschil?

Talentidentificatie is de heilige graal van de sportwetenschap. Al tientallen jaren proberen wetenschappers hun vinger te leggen op het haast ongrijpbare fenomeen talent. Wat zou het mooi zijn als een test naadloos zou aangeven wie de topsporters van morgen gaan worden. Tot op heden is dat onmogelijk. Maar de wetenschap komt wel steeds dichterbij en haar nieuwe inzichten zijn ontzettend waardevol bij talentidentificatie en -ontwikkeling. Volgens Gagné (zie model hierboven) is talent of een talent het eindproduct van 4 verschillende factoren:

1 Natuurlijke aanleg
2 Ontwikkeling
3 Interne en externe invloeden/factoren (katalysatoren)
4 Geluk/toeval

  • Voor voetbal heb je dus als eerste natuurlijke aanleg/gave (wat je bij je geboorte hebt meegekregen)  nodig op senso-motorisch gebied. Dat zorgt immers voor balgevoel, coördinatie, visueel inzicht, lichaamsbesef en evenwicht.  Zonder dat houdt het al meteen op en kun je beter iets anders gaan doen.
  • Ten tweede moet je die natuurlijke aanleg ontwikkelen voor de voetbalsport. Dat gaat door oefening, training en door te leren.
  • Hoe goed dat ontwikkel- of leersproces verloopt is weer afhankelijk van jezelf (bv qua fysiek, motivatie, gezondheid, leersnelheid, doorzettingsvermogen, ambitie) en van je omgeving (bv trainers, clubs, ontmoetingen, ouders).
  • En als laatste speelt de factor geluk een rol. Woon je toevallig dichtbij een club met een goede jeugdopleiding en met goede jeugdtrainers. Raakt er een jongen geblesseerd waardoor jij een kans krijgt. Word je ziek, krijg je een ongeluk. Speel jij de sterren van de hemel als er net een scout staat te kijken.

Gagné laat duidelijk zien dat talent geen vaststaand iets is, maar dat het een dynamisch proces is. De mate van talentvol zijn, kan dus gedurende het ouder worden zowel in negatieve als positieve zin veranderen. Als bepaalde katalysatoren (bijvoorbeeld motivatie, gezondheid, trainers, steun van de ouders, doorzettingsvermogen) ontbreken, wegvallen, minder worden of juist opduiken dan verandert dat je mate van talentvol zijn. Dan zorgen die katalysatoren ervoor dat je je natuurlijke aanleg goed of minder goed wordt ontwikkeld waardoor je een meer of minder talentvolle voetballer wordt.

Laat ik 3 voorbeelden geven om dit te verduidelijken:

  • Een jongen van 8 jaar is een groot talent, maar voetbalt in een gehucht (Zie Environmental in het model van Gagné) op een lager niveau en wordt daardoor niet gescout. Op zijn 9e verliest ie zijn motivatie ( zie Intrapersonel/Motivation) omdat zijn nieuwe trainer (zie Individuals) slecht training geeft en niet met kinderen kan omgaan. De jongen gaat daardoor minder oefenen (ook op straat) ontwikkelt (zie Developmental) zich minder goed en is op zijn 11e teruggeworpen tot een gemiddeld talent. Uit frustratie (zie Motivation) stop de jongen met voetbal op zijn 12e.
  • Een ander kind is buitengewoon getalenteerd op zijn 12e. Hij hoort op dat moment bij de allerbeste voetballertjes van Nederland in zijn leeftijdsgroep. Hij is gescout door een profclub en blinkt wekelijks uit. De jongens is echter ook vroegrijp, geboren in januari en een kop groter en veel sterker (zie Muscular)) dan de rest. Op zijn 16e is hij echter qua lengte en kracht ingehaald door de andere voetballers en is hij alle fysieke voordelen kwijt en blijkt hij  technisch, taktisch (zie Perceptual), mentaal en motorisch tekort te komen (zie Motor Control)). Qua talent hoort hij dan ineens niet meer bij de besten en is teruggevallen naar de gemiddeld getalenteerden of zelfs de groep eronder en wordt uit de jeugdopleiding gezet.
  • Een jongen van 14 (normaal talent) valt al jaren buiten de selectieteams van zijn club ondanks zijn grote natuurlijke aanleg. Zijn trainers vinden hem namelijk te klein en te licht (Muscular), bovendien is hij vaak geblesseerd wegen groeipijnen in zijn voet (Intrapersonal/Physical). Dan krijgt de C1 een andere trainer (Chance en Individuals) en deze denkt verder vooruit en ziet het wel in hem zitten en haalt hem bij de selectie. De jongen krijgt nu veel betere training en traint met betere spelers, hervindt zijn motivatie (zie Intrapersonal/Motivation), gaat extra oefenen (Developmental) en krijgt ook nog zijn groeispurt (Muscular). Door die enorme ontwikkeling  wordt hij op zijn 17e alsnog gescout door een profclub.

Wat is dan een underachiever qua talent?

Het mooie van dit model is dat het ook ‘underachievers‘ en ‘werkpaarden’ in de sport kan verklaren. Soms kom je een jongen tegen die heel veel natuurlijke aanleg (bij de beste 1% hoort) heeft maar er niet in slaagt dat om te zetten in heel veel talent. Dat kan bijvoorbeeld door te weinig motivatie, gezondheidsredenen, mentale problemen, te weinig oefenen of slechte trainers komen. Van zo iemand wordt dan langs de kant gezegd: Hij is een natuurtalent, maar het komt er maar niet uit.  Andersom is ook mogelijk. Qua natuurlijke aanleg hoort iemand slechts bij de beste 10% van zijn leeftijdsgroep, maar door heel veel oefenen, motivatie en doorzettingsvermogen kan zo iemand toch bij de beste 1% van alle talenten komen.

Aangezien niemand in de toekomst kan kijken hoe natuurlijke aanleg zich bij een jong kind gaat ontwikkelen en hoe alle katalysatoren op dat proces gaan inwerken is het ook uitermate onverstandig om daar een voorspelling over te doen. Helemaal bij een open-skill sport als voetbal.

Talentselectie op jonge leeftijd moet stoppen en plaatsmaken voor talentidentificatie

Zolang een kind de groeispurt en de pubertijd nog niet heeft gehad kan het eigenlijk nog alle kanten op gaan. In de tenniswereld noemen ze talentidentificatie niet voor niets: het zoeken naar een zwarte kat in een pikdonkere kamer. Scouts die beweren dat ze het wel kunnen zien en afgaan op hun fingerspitzengefuhl kletsen uit hun nek. Waarschijnlijk doen ze dat om hun eigen baan zeker te stellen en dat is op zich wel begrijpelijk, maar het is niet goed van profclubs om jonge kinderen (en ouders) onnodig het hoofd op hol te brengen en ze uit hun vertrouwde omgeving te halen terwijl de kans op slagen vaak minder dan 1 procent is. En het is niet goed om al op vroege leeftijd een selectie te maken waardoor een hele grote groep kinderen die ook talentvol zijn worden buitengesloten van een goede opleiding.

Als je niet kan zien wie de toppers van morgen worden is het slimmer om 1000 talentjes goed op te leiden in plaats van 100

Dat op vroege leeftijd al buitensluiten van talent gaat regelrecht tegen alle wetenschappelijke onderzoeken en rapporten in. Uit al die onderzoeken blijkt namelijk dat kinderen die op vroege leeftijd de beste zijn, dat heel, heel vaak niet meer zijn na de pubertijd. En dat het veel beter is om zoveel mogelijk talent goed op te leiden omdat dat de kans vergroot dat er een paar toppers tussen zitten.

geen spelers uitsluiten

Talentselectie op jonge leeftijd moet stoppen en plaatsmaken voor talentidentificatie. Het is gewoon een kwestie van statistiek, van kansberekening. Ga je die ene grote vis met een groot net vangen of met een klein schepnetje? Als je niet weet wie de topper wordt later is het dan niet slimmer om er 1000 goed op te leiden in plaats van 100?

Ik heb in mijn vorige artikel al aandacht besteed aan de zin en onzin van vroeg scouten en selecteren, maar zal nog 2 voorbeelden geven.

Deze jongens zijn allemaal 13 jaar. De vroegrijper is nu beter, maar hoe dat is over 6 jaar is een groot vraagteken. Toch pikken heel veel scouts de grote jongen eruit.

In rugby worden de biologische verschillen tussen jongens van 13 jaar op wel heel pijnlijke wijze duidelijk gemaakt… Alle trainers zouden de grote jongen meteen in hun team willen hebben, maar het zou heel goed kunnen dat de jongen links  meer potentie heeft en over 5 jaar een veel betere speler is. En toch schrijft iedere scout de vroegrijper op.

In Zuid-Afrika heeft professor Ross Tucker onderzocht hoeveel jongetjes die op hun 11e en 12 jaar bij de beste rugbyers van hun regio hoorden (O13 team) na 5 jaar het O18-team hebben gehaald. Minder dan 25%. Driekwart was afgevallen. De reden? Ze bleken in pubertijd ineens niet meer goed genoeg. De scouts hadden misgekleund. De jongens die altijd over het hoofd waren gezien (waaronder veel laatbloeiers) hadden die plekken ingenomen. Tucker vraagt zich terecht af, hoe goed die jongens zouden zijn geworden als ze wel vanaf hun 10e waren gescout/geselecteerd en dus beter waren opgeleid. Tucker ergert zich eraan dat heel veel kinderen die wel talentvol zijn buiten de boot vallen door de mening van een aantal  ‘experts’ en dat clubs en de bond slechts met een klein groepje ‘getalenteerden’aan de slag gaat. En dat die zogenaamd getalenteerden altijd de vroegrijpers zijn of de jongens die in de eerste maanden van het jaar zijn geboren.

Driekwart van de spelers is al verdwenen voor hun 18e

Driekwart van de spelers is al verdwenen voor hun 18e

De beweeglijke, minder sterke, slankere jongens halen de top

Er is een onderzoek van Piotr Unierzyski onder de beste 1000 tennisspelers van 12 en 13 jaar uit 50 landen. Die kinderen werden aan allerlei testen onderworpen. Acht jaar later werd er gekeken welke kinderen het tot professional hadden geschopt. Daaruit kwamen een aantal opmerkelijke uitkomsten. Degenen die het hadden gered waren de kinderen die: minder sterk waren, beweeglijker waren, later in het jaar waren geboren (dus jonger), slanker waren gebouwd, minder uren hadden geoefend (geen burnout), sneller waren en in hun jeugd meestal niet tot de besten behoorden.

De toppers uit de jeugd, die vooral zo goed waren door hun biologische voorsprong en dus meer kracht hadden, hadden het bijna allemaal niet gered. Reden voor het Deense tennis om scouts erop attent te maken dat ze de grote, sterke en vroegrijpe kinderen beter kunnen mijden!

Deel kinderen in op biologische leeftijd en niet op kalenderleeftijd

Deze ontwikkeling is natuurlijk te gek voor woorden. Als het de trend is dat heel veel vroegrijpers en  leeftijdseffect-talenten het niet gaan redden en dat laatbloeiers bijna  niet worden gescout dan is er iets grondig mis met de scouting en met de opleiding.

laatbloeiers stoppen ermee

Als vroegrijpers teveel op hun fysiek varen, waardoor ze hun technische en motorische vaardigheden verwaarlozen dan moeten trainers, clubs en KNVB daarop inhaken. Zet deze jongens bijelkaar. Laat ze tegen elkaar spelen. Zet ook de laatbloeiers bijelkaar. Deel dan niet meer in op kalenderleeftijd, maar op biologische leeftijd. Via een kleine test is perfect te achterhalen hoever iemand is in zijn ontwikkeling. In bijvoorbeeld Engeland zijn ze daar al lang mee bezig (binnenkort daar een artikel over).

leeftijdseffect in voetbal

Het heeft geen zin om deze 2 jongens, die even oud zijn, nu tegen elkaar te laten voetballen. Dat is niet goed voor de ontwikkeling van allebei. De een wordt omgeduwd en komt niet aan de bal, de ander gerbuikt teveel fysiek in plaats van techniek.

Maar waar andere voetballanden en andere sporten aan de slag zijn gegaan met wetenschappelijke inzichten, uit gaan van de feiten, bezig zijn met leren en vooruitgang proberen te boeken, daar staat het Nederlandse voetbal, met de KNVB voorop, al decennia hopeloos stil.

KNVB moet het scouten van jonge kinderen keihard verbieden

De KNVB zou het voortouw moeten nemen door het op jonge leeftijd scouten van kinderen gewoon keihard te verbieden. Profclubs moeten daardoor hun jongste jeugdteams opheffen. De trainers die daardoor vrijkomen moeten niet worden ontslagen maar gestald worden bij amateurclubs in de regio. De KNVB zou ook trainers bij amateurclubs moeten gaan neerzetten. In andere landen (Duitsland) en  bij andere sporten ( Zweeds IJshockey) gebeurt dit al. Dat zorgt ervoor dat de talentenvijver waaruit gevist gaat worden vele malen groter is en dat veel meer jongens ook goed zijn opgeleid. De KNVB zou dit bijvoorbeeld kunnen financieren door een soort opleidingsvergoeding te gaan heffen over alle transfer- en makelaarskosten.

Op deze manier krijgen alle talenten een goede opleiding van 6 jaar. En trainers hebben een veel beter beeld gekregen dan een scout ooit zal hebben van deze jongens. Dit sluit ook aan op het feit dat een goede talentidentificatie 3-5 jaar duurt. Pas na deze tijd (dus na de keeftijd van 12 jaar) heeft het zin een eerste voorlopige selectie te maken die extra trainingen krijgt. Om op 15-16-jarige leeftijd, als het beeld van de spelers zo goed als compleet is geworden, een definitieve selectie te maken.

Ja, jij kan ook gescout worden

Dus om terug te komen op de beginvragen van een kind of hij talent genoeg heeft of hij ook prof kan worden? Wie ben ik om daarover te oordelen? Uit het voorgaande blijkt wel dat NIEMAND er over kan oordelen. Volgens Gagné en andere talentexperts zijn er in Nederland duizenden kinderen die daarvoor qua talent en natuurlijke aanleg in aanmerking komen. Belangrijk is dat ze zich goed ontwikkelen en vooral dat ze daarvoor allemaal de kans krijgen! Maar de bal ligt hiervoor zoals gezegd bij de profclubs en de KNVB.

Laat een kind eens kritisch naar zichzelf kijken? En zijn zwakke en sterke punten benoemen. Kan hij/zij dat? Dat is namelijk al een vereiste om de top te halen. Heeft hij balgevoel? (Check daarvoor deze test). Beweegt hij makkelijk en is hij technisch? Hoe is zijn inzicht? Is hij (redelijk) snel? Wil hij er helemaal voor gaan? Doet hij altijd zijn best? Wil hij per se winnen? Leert hij snel? Dat soort vragen zijn allemaal erg belangrijk.

Maar belangrijker is om kinderen vooral te laten dromen. Dat ze allemaal een kans krijgen. Zorg dat ze plezier hebben op het veld. Dat ze blijven voetballen. Help ze en stimuleer ze. Zorg dat ze bij een goede club spelen met goede trainers. Laat ze er maar helemaal voor gaan. En ja, dan is alles mogelijk.

Lees ook: jonge voetballertjes scouten is onzinnig en onverstandig: talentherkenning- en ontwikkeling moet op de schop.

Lees ook: KNVB maakt jeugdvoetbal onnodig frustrerend voor kinderen

Verplichte kost voor scouts en trainers: het leeftijdseffect in voetbal; een cross-sectionale studie

 

 

 

Posted in Columns | Tagged , , , , , , | 1 Reactie

Kapitale denkfout Cocu: hij wuift al maanden het doelsaldo weg
avatar

philip cocu

Philip Cocu

PSV-trainer Philip Cocu zei in januari: “Het zal een spannende titelrace blijven en dat verwacht ik tot het einde van het seizoen.” Dan mag je verwachten van een trainer, die zelf PSV in 2007 op doelsaldo naar de titel schoot, dat het doelsaldo wel een dingetje is op de trainingen en tijdens de wedstrijdbesprekingen. Dan mag je ervan uitgaan dat hij zijn team duidelijk maakt dat ze door moeten blijven gaan. Hun taak moeten blijven uitvoeren. Blijven jagen op goals. Niet verslappen, omdat ze dat anders wel eens heel duur kan komen te staan aan het einde van het seizoen… 

 

 

Het opmerkelijke is dat Cocu in de maanden erna het alleen maar over winnen had en het woord doelsaldo niet in de mond wilde of durfde nemen. Sterker nog, hij maakte het iedere keer onbelangrijk, een bijzaak. Een paar voorbeelden.

  • Voor het duel tegen Excelsior in januari zei hij nadat zijn ploeg na een uur met 0-3 voorstond, PSV er daarna met de pet naar gooide en het 1-3 werd: “Het gaat om de punten. Dat is wat ik de ploeg voor de wedstrijd heb voorgehouden.”
  • Een week later zei hij voor de wedstrijd tegen De Graafschap dat de volle buit pakken alleen belangrijk was. In die wedstrijd stond PSV na een helft met 3-0 voor, waarna de ploeg compleet inkakte en het na 3-2 uiteindelijk nog 4-2 werd. In de uitwedstrijd was PSV hetzelfde overkomen door de Graafschap terug te laten komen tot 3-3 na een 0-3 ruststand. Na afloop sprak Cocu niet over een gemiste kans om het doelsaldo op te krikken, maar had hij het over: “we hebben verzuimd het duel op slot te gooien.”
  • Tegen AZ liet PSV de Alkmaarders na een 0-4 voorsprong terugkomen naar 2-4. Wederom wilde Cocu het niet over doelsaldo hebben. Hij benadrukte ook nu weer het belang van de 3 punten en zei: “We moeten spelen om de overwinning binnen te halen.
  • Tegen Willem II speelde PSV zich inspiratieloos na een 2-0 zege. Het signaal dat Cocu na de wedstrijd gaf aan de pers, het publiek en de tegenstanders sprak boekdelen: “de 3 punten wegen zwaarder voor mij dan de uitslag.” Om er daarna nog aan toe te voegen: “Het aantal goals moet niet een doel op zich zijn.
  • Roda bakte er tegen PSV helemaal niets van. De Eindhovenaren  drukten echter niet door, integendeel. Het erg slordig spelende elftal van Cocu maakte geen moment de indruk écht te willen knokken voor een grote overwinning. Nadat PSV op 0-2 was gekomen, haalde Cocu aanvaller Perreiro naar de kant en bracht een 3e centrale verdediger (Bruma) in om, zoals Cocu later zelf aangaf, ‘het duel in het slot te gooien.’
  • Aangezien het steeds duidelijker werd dat de titelstrijd wel weer eens bepaald zou kunnen worden door het verschil in doelsaldo werden de vragen van de pers steeds explicieter op dat gebied. In de persconferentie voor de wedstrijd tegen Vitesse gaf Cocu eindelijk bloot, wat iedereen al maanden op het veld had gezien. “Er is geen aandacht besteed aan het doelsaldo in de voorbereiding. Je moet winnen en niet veel verder denken. Nu zien te winnen, op de laatste dag zou het kunnen gaan om doelsaldo, op dit moment is dat echter niet de hoofdzaak.” PSV won die wedstrijd met 2-0. Maar van knokken en jagen op een grotere overwinning, was net als al die vorige wedstrijden, geen enkele sprake.

Als winst het doel is, gaan spelers niet meer doelpunten maken

Cocu heeft zeker na de winterstop de nadruk uitsluitend gelegd op winnen. Dat is niet verstandig sport-psychologisch gezien. Om te winnen moet je juist niet voortdurend met winnen bezig zijn. Het overmatig focussen op het eindresultaat werkt averechts. Het is beter je te focussen op de weg die je moeten bewandelen om het eindresultaat te bereiken.

Het winnen kan in een toernooi – waar je er meteen uit ligt bij verlies – wel een goede focus zijn en dan is het ook verstandig om een wedstrijd in het slot te gooien als die voorsprong eenmaal is bereikt. Maar in een langdurige competitie – ook nog een die zo spannend is dat het doelsaldo heel belangrijk kan worden – mag de focus nooit iedere week op het winnen liggen. Alleen maar winnen is niet genoeg in dit geval.

De eerste de beste sportpsycholoog had aan Cocu kunnen vertellen dat als je je spelers de boodschap van ‘winnen’ meegeeft, ze na een 1-0 voorsprong automatisch behoudender gaan spelen en bij een 2-0 voorsprong het wel welletjes vinden. Het doel is immers dan al bereikt, waardoor ze zich minder gaan richten op de dingen die ze op dat moment goed moet doen. Zo sluipt er onbewust concentratieverlies, slordigheid en gemakzucht in een ploeg. Een hoge(re) uitslag neerzetten is met die insteek onmogelijk.

Veel beter is het om de boodschap ‘je gaat 90 minuten je stinkende best doen of je gaat je taak 90 minuten lang uitvoeren of je laat je man 90 minuten niet los’ mee te geven. Dan geeft het brein geen signalen af van verzadiging en verslapping.

toon gerbrands

Toon Gerbrands

Het is in een professionele sport als voetbal onbegrijpelijk dat een trainer van een topclub zijn team op deze amateuristische manier maanden achter elkaar benadert en toespreekt. Én dat niemand hem hierin heeft gecorrigeerd. Er loopt toch een sportpsycholoog rond bij PSV? Als je bijna wekelijks binnen en buiten het veld hetzelfde onprofessionele patroon ziet, moet dit toch iemand opvallen? Of heeft PSV na het ontslag van sportpsychologe Isbouts geen andere in dienst genomen? In dat geval heeft Toon Gerbrands de grootste fout in zijn carièrre gemaakt, want hij was het die Isbouts de wacht aanzegde omdat ze geen topsportmentaliteit kweekte.

Deze focus getuigt niet van topsportbeleid

Wat er nu al maanden (eigenlijk het hele seizoen al) bij PSV gebeurt, getuigt echter niet van een topsportmentaliteit- en beleid. Cocu heeft ongestoord de druk en focus op winnen maanden achterelkaar zo groot kunnen maken dat het daardoor onmogelijk is voor zijn team om maximale prestaties te leveren. Met die aanpak bereik je juist het tegenovergestelde: dat zijn ploeg juist minder goed gaat spelen, de focus niet kan vasthouden, minder doelpunten gaat maken, onnodig punten verspeelt en dat het team op het moment suprême (Ajax thuis) niet thuis geeft.

Uitslagen PSV

Uitslagen PSV

PSV heeft dit seizoen veruit de beste selectie van de Eredivisie. Toch slagen de Eindhovenaren er maar niet om dat om te zetten in overtuigende uitslagen. In de laatste 10 Eredivisiewedtrijden wist PSV maar 22 x het net te vinden. Een gemiddelde van amper 2 goals per wedstrijd. Dat is wel erg karig als je weet dat de strijd wel eens kan uitdraaien op doelsaldo. Het is curieus dat dit intern niet werd en nog steeds niet wordt geevalueerd, en dat zowel trainer, spelers als directeur steeds maar weer heel tevreden dezelfde teksten de huiskamer in blijven slingeren.

Of PSV nu wel of niet kampioen wordt, maakt in deze niets uit. Het gaat erom dat er een blunder is gemaakt in de mentale voorbereiding van een team op wedstrijden. Niet 1 keer, maar eigenlijk een heel seizoen en zeer zeker in alle duels na de winterstop. Dat is onacceptabel op dit niveau, omdat zoiets je het kampioenschap kan kosten. Die benadering staat haaks op het door PSV zo geambieerde topsportklimaat en getuigt eerder van psychologie van de koude grond.

Update: En ook voor de wedstrijd tegen Cambuur heeft Cocu het over winnen. Het zijn zelfs de eerste woorden die de man in zin mond neemt tijdens de persconferentie. Onverbeterlijk en ongelooflijk. Je kan er allerlei kreten op los laten, maar 1 ding is zeker: Met deze amateuristische benadering is het onmogelijk dat PSV tegen Cambuur de gewenste monsterscore gaat neerzetten, omdat ook in deze wedstrijd er weer periodes van concentratieverlies, gemakzucht en het niet houden aan de taken gaan optreden.

Posted in Columns | Tagged , , | Wat te melden?

Rapport: Wat is talent? Hoe herken je talent?
avatar

Iedereen heeft wel een bepaald beeld bij het begrip ‘talent’. Vele trainers, coaches en talentscouts zeggen talent te herkennen als ze het zien. Ze hebben er een soort ‘Fingerspitzengefühl’ voor. Maar wat het precies is dat ze zien, is lastig onder woorden te brengen. Bovendien vergissen ze zich met enige regelmaat en worden latere toppers niet altijd als talent herkend in hun jeugd. 

Lees hier het interessante rapport over Talent en Talentherkenning  van bewegingswetenschapper Marije Elferink-Gemser waarin alles uit de doeken wordt gedaan over talent, talentherkenning en talentontwikkeling. Verplichte kost voor iedere scout, trainer en bestuurder.

Voor wie weinig tijd heeft: lees alleen de geel gemarkeerde tekst.

 

Talentherkenning- en ontwikkeling in sport

Lees ook: Jonge voetballers scouten is onverstandig en onzinnig

 

 

Posted in Columns | Tagged , , , , , | Wat te melden?

Jonge voetballertjes scouten is onverstandig en onzinnig; talentherkenning en -ontwikkeling moet op de schop
avatar

Ik zag laatst een aantal voetbalscouts staan bij een F-wedstrijdje. Het is te gek voor woorden dat Nederlandse profclubs nog steeds hele jonge kinderen scouten

Voetbal is een open skill sport. Dat betekent dat veel vaardigheden (o.a. techniek, inzicht, kracht, snelheid, motoriek, mentaliteit, besluitvorming) zich steeds moeten aanpassen aan een veranderende omgeving (o.a. medespelers, tegenstanders, ruimtes, bal). Al die variabelen maken het ontzettend moeilijk, zo niet onmogelijk om een voorspelling te doen bij 7 en 8 jarigen over wie er over 10 jaar de beste voetballer is. Het gaat immers om kinderen die nog niet in de pubertijd zitten en waarvan de ontwikkeling op veel gebieden nog een groot vraagteken is.

 

Open skill vs closed skill sporten

Open skill vs closed skill sporten

Bovendien zoeken scouts in Nederland (en veel andere landen) nog altijd veel te vaak naar jongens die qua prestatie nu boven hun leeftijdsgenoten uitsteken en niet naar jongens die de potentie hebben om later de top te halen. Daarmee duikelen de scouts en de betaald voetbalclubs als beginners in alle valkuilen die er maar zijn in talentherkenning.

Vroegrijpe jongens zijn in het voordeel. Ze zijn sterker, winnen meer duels, kunnen harder schieten, kunnen harder lopen en kunnen het conditioneel langer volhouden. Geen wonder dat ze opvallen.

Vroegrijpe jongens zijn in het voordeel. Ze zijn sterker, winnen meer duels, kunnen harder schieten, kunnen harder lopen en kunnen het conditioneel langer volhouden. Geen wonder dat ze opvallen.

Zo houden scouts/trainers/clubs en clubs anno 2016 nog steeds veel te weinig rekening met het leeftijdseffect, of de jongens vroegrijpers of laatrijpers zijn en of ze de groeispurt al dan niet hebben gehad. In het hockey en tennis zijn ze al veel verder hierin, maar het voetbal doet gewoon of de neus bloedt.  Zoals er nu vaak gescout wordt, zo kan iedereen het. Daar is geen enkele vaardigheid voor nodig. Iedereen kan zien wie het beste is op een voetbalveld. Wie het beste gaat worden, daar draait het om. Talent fluistert bijna altijd, de schreeuwende talenten zijn de uitzonderingen.

Jongens die in januari, februari en maart worden geboren worden 5x zo vaak gescout dan jongens uit de laatste maanden van het jaar. Omdat ze groter en sterker zijn. Dat heeft niets met voetbaltalent te maken.

Het leeftijdseffect: Jongens die in januari, februari en maart worden geboren worden 5x zo vaak gescout dan jongens uit de laatste maanden van het jaar. Omdat ze groter en sterker zijn. Dat heeft niets met voetbaltalent te maken.

Bovendien is het algemeen bekend dat talent zich grillig ontwikkelt en niet lineair. Prestaties van nu zijn geen enkele indicatie voor later. Sterker nog, uit vele wetenschappelijke onderzoeken (o.a van Brouwers en Martindale) is gebleken dat sporters die als junior/pupil tot de besten behoorden, maar al te vaak hele middelmatige senioren werden en dat de sub-toppers uit de jeugd de wereldtoppers van nu zijn geworden.

Ter verduidelijking vier voorbeelden hiervan:

  • Van alle jongetjes die PSV de afgelopen 10 jaar zelf al in de F en E heeft gescout heeft 1 jongetje het 1ste elftal gehaald: Jorrit Hendriks. Dat betekent dat de scouts er in 99% van de gevallen naast hebben gezeten.
  • Uit een Australisch onderzoek onder 256 topsporters kwam naar voren dat slechts 7% vroeger ook altijd tot de besten behoorde. En dat maar liefst 84% als kind niet werd gescout en/of vaak niet in het hoogste team speelde. Zij kwamen via een omweg aan de top.
  • Uit een onderzoek van Elsevier (Dromen in Duigen) blijktk dat slechts 4,5% van de jeugdspelers uit de jeugdopleidingen van Betaald Voetbal Organisaties het eerste elftal heeft gehaald. Dat wil nog niet zeggen dat zij uitgroeiden tot vaste basiskrachten. ADO Den Haag, FC Groningen/Cambuur, NEC/FC Oss, FC Utrecht en Willem II/RKC, leverden samen in vier jaar amper tien volwaardige profvoetballers af. De KNVB heeft vanwege deze slechte resultaten de opzet van de jeugdopleidingen in 2014 voor de zoveelste keer omgegooid. De Jeugdopleidingen zijn nu onderverdeeld in 4 klassen: lokaal, regionaal, nationaal en internationaal.
  • In Duitsland hebben ze het hele talentidentificatie– en ontwikkelingstraject op de schop gegooid na de afgang op het EK van 2000. Toen kwam de DFB er ook achter dat meer dan de helft van de spelers die in ‘die Mannschaft’ speelde, op hun 16e nog steeds niet waren gescout door een topteam. Ze zijn zich gaan afvragen hoe het mogelijk was dat scouts die jongens over het hoofd hebben gezien? Want deze spelers hadden veel beter opgeleid kunnen worden…

Als al die experts er zo ontzettend vaak naast zitten, waarom blijven ze dan hele jonge kinderen scouten en selecteren?

In het Nederlandse voetbal geldt nog steeds de opvatting dat je al heel vroeg moet beginnen met specialiseren en opleiden. Dat komt omdat de KNVB (lees de mening technisch manager van de KNVB Jelle Goes hierover) nog steeds de oren laat hangen naar het 10.000 uren trainingsmodel van Ericsson én omdat clubs bang zijn dat als ze niet vroeg beginnen met het selecteren van talent een andere club ermee aan de haal gaat.

KNVB hamert op 10.000 uur training en veel trainingen

KNVB hamert op 10.000 uur training

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt echter dat die 10.000 uur trainen om de top te halen niet waar is. Top-pianisten hebben 20.000 tot 25.000 uur nodig , hockeyers hebben aan 5.000 à 6.000 uur trainen al genoeg en voetballers komen niet uit boven 6.000 à 8.000 uur uit.

Visie van het NOC *NSF op talentherkenning en talentontwikkeling

Visie van het NOC *NSF op talentherkenning en talentontwikkeling

Het barst van de sporters die een topper werden met de helft of zelfs minder. En het barst van de talenten die 15.000 of meer uur trainden en waar niemand ooit nog van gehoord heeft. Dat komt overeen met andere onderzoeken o.a van de NOC*NSF waarin staat dat een talentontwikkeling van 5-8 jaar genoeg is en dus niet 10 jaar of langer moet duren.

Intensief trainen op jonge leeftijd is niet nodig en onverstandig

Verder hebben wetenschappers aangetoond dat intensief trainen tussen het 6e en 12e jaar de kans niet vergroot op een carrière als profvoetballer. Zo vroeg al specialiseren is niet nodig voor de voetbalsport, maar meer geschikt voor een sport als turnen en kunstrijden. Zo jong al kiezen voor 1 sport (het specialiseren) wordt zelfs afgeraden. Reden voor het IOC  om daar met een statement over te komen.

Uit studies blijkt dat het veel beter is als een kind zich op die jonge leeftijd bezig houdt met meerdere sporten. Dat komt de mentaliteit, beweeglijkheid, motoriek en motivatie vaak ten goede.  Kinderen die zich al vroeg (laten) specialiseren en dus van jongs af aan gedurende lange tijd heel intensief trainen, hebben bovendien kans om later te maken te krijgen met blessures, motivatie-problemen, sociale-problemen, burn-out, depressiviteit en stress.

In Duitsland scouten ze geen hele jonge kinderen meer

In Duitsland zijn ze al jaren geleden gestopt met het scouten van kinderen onder de 11 jaar. Zo kan ook een goede talentidentificatie plaatsvinden die normaal gesproken tussen de 2 en 5 jaar duurt.  Ze vinden het belangrijk dat jonge kinderen goed worden opgeleid binnen hun eigen club en vooral binnen hun eigen vertrouwde omgeving.

Profclubs stationeren daarom hun trainers part-time bij amateurclubs. Deze trainers moeten minimaal het UEFA B-diploma (TC II) hebben en de kinderen krijgen niet meer dan 2x in de week training om fysieke en emotionele overbelasting te voorkomen.

Het verhaal van de aanpak van de Zweedse IJshockeybond levert ook interessante informatie op. In Zweden was het ijshockey begin 2000 zo goed als dood. Zweden onder 20 jaar stond zelfs op het punt om voor het eerst in de geschiedenis te degraderen tijdens het WK van 2003. Vanaf dat jaar zijn de Zweden het helemaal anders gaan doen. Ze hebben zich de vraag gesteld wat er zou gebeuren met het onderwijssysteem, de leerlingen en de maatschappij als leraren geen diploma meer nodig hadden om les te geven… Sindsdien krijgen Zweedse ijshockeyers training bij hun eigen club van een professionele trainer en niet meer van amateurs.

Verder worden talenten niet meer heel vroeg, maar pas na hun 16e gescout, omdat er dan pas met grote mate van zekerheid gezegd kan worden wie wel en niet goed genoeg is om prof te worden.  Bovendien zijn ze erachter gekomen dat vroeg scouten, ook vroeg uitsluiten inhoudt. En vaak zitten in die buitengesloten groep heel veel talenten die zich later pas ontwikkelen.

Het gevolg: maar liefst 1% van ALLE Zweedse ijshockeyers schopt het nu tot prof. Dat percentage is 10x hoger dan van een ijshockeyland als Canada. Bovendien  verhuizen heel veel Zweedse spelers naar het walhalla van het ijshockey, de NHL Maar liefst 10% van alle spelers in de NHL is ondertussen Zweed. Sinds de Zweden de aanpak hebben veranderd, barst het niet alleen van het talent, maar behoort het Zweedse ijshockeyteam (inclusief jong Zweden) al weer jaren tot de wereldtop. In navolging hebben de Finnen en Denen het Zweedse model nu met succes gekopieerd.

Talent selecteren houdt ook in dat (groter) talent automatisch wordt buitengesloten

Het op jonge leeftijd al scoutsselecteren van talenten door profclubs, zoals dat in Nederland nog steeds gebeurt, heeft nog een enorm groot nadeel:  het betekent ook dat  talent buitengesloten wordt.

Door het subjectieve en onzekere oordeel van een scout of trainer wordt ook een hele grote groep met talenten niet geselecteerd. Zij zijn overgeleverd aan de toevalligheden van het amateurvoetbal. Vaak krijgen dit soort jongens training van amateurtrainers (vaak vaders) met of zonder diploma, die helemaal niet geschikt zijn om training te geven. Zo ontwikkelt zich er een selffulfilling prophecy voor beide groepen.

De voorspelling dat de profclub-talenten beter zijn komt na een aantal jaren uit doordat zij betere mogelijkheden, faciliteiten en trainers ter beschikking hebben gehad. Uit een onderzoek van Ward & Williams bleek dat de betere techniek van 8-jarige gescoute ‘top’-voetballers het resultaat was van de 200 uur aan kwaliteitstraining en -coaching die zij hadden gekregen en niet door hun genetische superioriteit (talent).

Uit een rapport van het IOC blijkt dat een dergelijk systeem tot gevolg kan hebben dat talentvolle kinderen, die nog niet opvallen in de vroege levensjaren, verder achterop raken doordat zij minder ondersteuning ondervinden en mogelijk kampen met negatieve emoties. Potentiële toppers kunnen zo voorgoed verloren gaan voor het Nederlandse profvoetbal.

Posted in Columns | Tagged , , , , , , | 33 Reacties

Reactie KNVB positief: grote veranderingen jeugdvoetbal op komst
avatar

De KNVB heeft erg positief gereageerd op het artikel ‘KNVB maakt jeugdvoetbal onnodig frustrerend voor kinderen‘.  Dat artikel maakte behoorlijk wat los en allereerst wil ik iedereen bedanken voor alle likes, tweets en mailtjes. De teller staat inmiddels op 2500+ en daaruit durf ik te concluderen dat wat er in het artikel beschreven wordt voor meerdere mensen erg herkenbaar (en een bron van ergernis en frustratie) is en dat het tijd wordt dat onze voetbalbond er iets aan gaat doen.

Ouders verder weg van het voetbalveld houden, zodat hun invloed minder wordt. Daar kijkt de KNVB ook naar. Goede zaak!!!

Ouders verder weg van het voetbalveld houden, zodat hun (vaak negatieve) invloed minder wordt. Daar kijkt de KNVB ook naar.

Goed nieuws, dat gaat zeker gebeuren. De afdeling Voetbalontwikkeling van de KNVB is in september vorig jaar een groot onderzoek gestart naar de ideale wedstrijdvormen voor pupillen van 6 tot en met 12 jaar. Die onderzoeken worden momenteel afgerond en de uitkomsten daarvan zullen in mei/juni worden gepresenteerd. In het aankomende seizoen (2016-2017) zal er uitvoerig worden getest met pilotcompetities en dan wordt de uiteindelijke nieuwe opzet bij het jeugdvoetbal geldig voor iedereen vanaf het seizoen 2017-2018.

Wat is er allemaal onderzocht? En wat gaat er veranderen op de velden?

De KNVB heeft zelf ook grote vraagtekens gezet bij de huidige wedstrijdvormen voor pupillen. Zijn die nog wel van deze tijd? Ook omdat in andere landen het al langer anders wordt aangepakt. Daar wordt al jaren ‘kleiner’ gespeeld. Daarom heeft de KNVB de huidige situatie geanalyseerd, literatuur onderzoek gedaan (kennis vanuit de wetenschap opgedaan), veldtesten met diverse wedstrijdvormen gehouden en een groep van experts (ook van buiten het voetbal) er op los gelaten. Natuurlijk werd ook aan de kinderen gevraagd wat ze van de verschillende wedstrijdvormen vonden.

Doelstelling is om het plezier en de leercurve te vergroten bij de jeugd tot en met 12 jaar. De KNVB wil hiermee bereiken dat minder kinderen ermee stoppen, dat kinderen langer zullen door voetballen en dat kinderen betere voetballers worden.

Het bekende kluitjesvoetbal. Hier heeft geen kind wat aan. De KNVB heeft eindelijk onderzocht wat het beste is voor jonge kinderen.

Het bekende kluitjesvoetbal. Hier heeft geen kind wat aan. Zo leren ze niets. De KNVB heeft eindelijk onderzocht wat het beste is voor jonge kinderen.

Zaken die zijn onderzocht en waar uitvoerig naar gekeken is zijn: 

  • Wedstrijden zonder scheidsrechter, omdat zijn invloed soms te groot is
  • Wedstrijden met een terughoudende rol van de coach, omdat deze ook een te grote (vaak negatieve) invloed kan hebben op het spel/plezier
  • Ouders op grotere afstand van het veld zetten, vanwege hun te grote  (vaak ook negatieve) invloed het op spel/plezier
  • In kleinere teams spelen (meer balcontacten)
  • Op kleinere velden spelen (meer balcontacten, kleinere afstanden, minder fysiek afhankelijk, sneller handelen)
  • Kleinere goals (D-keepers zullen blij zijn)
  • Andere rol van de keeper (geen keeper, meevoetballen)
  • Een lichtere en/of kleinere bal, zodat kinderen ook een lange pass kunnen geven
  • Wel of niet bijhouden van uitslagen en ranglijsten bij pupillen omdat vooral ouders en trainers hiermee bezig zijn. Dat kan ten koste gaan van het plezier en de ontwikkeling van de voetballertjes.(uitslagen worden wel doorgegeven aan de KNVB, zodat de bond kan indelen op sterkte)
  • Is het afschaffen van het bijhouden van uitslagen en standen verstandig? Gaat dit ten koste van het winnen?  Of willen kinderen sowieso al winnen?
  • Is vroege specialisatie wel gewenst of is het beter om kinderen op meerdere posities te laten spelen?
  • Ziet een kind van 7 wel de ruimte, herkent hij of zij een dieptepass, snapt een kind wat vrijlopen is? Hoe zit het met overspelen? Of letten zij alleen op de bal en op zichzelf (kluitjesvoetbal). Kun je ze beter laten pingelen?
  • Wat kan een kind eigenlijk op jonge leeftijd qua voetbal? Welke wedstrijdvorm past daar het beste bij? Hoe stimuleer je de ontwikkeling?

Deze zaken zullen niet allemaal worden geïmplementeerd, maar het mag wel duidelijk zijn dat het hele jeugdvoetbal op de schop gaat. Kijkend naar de landen om ons heen, kun je er donder op zeggen dat er in iedere geval op kleinere velden, in kleinere teams en op kleinere doeltjes gevoetbald gaat worden. Standen afschaffen bij de pupillen lijkt mij verder ook iets waar de KNVB niet langer om heen kan, omdat het vooral de ouders en trainers zijn die daar mee bezig zijn. En dan vaak op zo’n vervelende manier dat het het plezier en de ontwikkeling tegengaat.

De reserves hebben weer een heerlijke zaterdag gehad. Er zit er altijd een tussen die helemaal niet of maar 5 minuten mag meedoen.

De reserves hebben weer een heerlijke zaterdag gehad. Er zit er altijd een tussen die helemaal niet of maar 5 minuten mag meedoen.

Verder zou het wisselen aangepakt moeten worden in de gehele jeugd. Dat heb ik jammer genoeg niet gehoord of gelezen. Dat zou bij alle jeugdteams op alle niveaus onbeperkt moeten zijn en een vliegende wissel moeten worden (Zie hockey). In wedstrijden waar er maar 3x gewisseld mag worden zitten jongens vaak de hele wedstrijd op de bank of mogen de laatste 5 minuten meedoen. Dat staat haaks op plezier en ontwikkeling!

De bond moet natuurlijk ook de ruim 1 miljoen leden meekrijgen. De nieuwe aanpak heeft namelijk behoorlijk wat consequenties voor de clubs. Zij zullen zaken anders moeten gaan aanpakken: denk alleen al aan de indelingen van teams, maar ook het indelen van kleinere velden, kleinere doeltjes neerzetten, misschien lichtere ballen kopen en ouders op afstand houden :).  Dus de nieuwe opzet en regels moeten ook goed toepasbaar zijn voor de clubs. Het is wel te hopen dat de KNVB niet teveel luistert naar de oerconservatieve geluiden die nog steeds in het voetbal rondgaan.

Ik vind het bijzonder positief klinken. Eindelijk gaan er dingen veranderen. Het valt natuurlijk nog wel te bezien wat er allemaal gaat veranderen. Maar het ziet ernaar uit dat de  KNVB het Nederlandse jeugdvoetbal met de nieuwe plannen eindelijk de 21e eeuw in trekt en dat was hard, heel hard nodig. Niet alleen voor het plezier van de kinderen, maar vooral ook voor de ontwikkeling van de Nederlandse jeugdspelers en uiteindelijk voor het totale Nederlandse voetbal.

Dit artikel is een vervolg op: KNVB maakt jeugdvoetbal onnodig frustrerend voor kinderen

 

Posted in Columns | Tagged , , , , | 15 Reacties