Hoeveel talent heb je nodig om profvoetballer te worden?

10 procent is al talentvol

1

Kinderen vragen wel eens. Hoe goed moet je zijn om gescout te worden? Kan ik ook gescout worden? Kan ik ook profvoetballer te worden? Wat moet ik daar voor doen? Heb ik genoeg talent daarvoor? 

Prachtig natuurlijk. Die dromen in de oogjes. Maar voordat ik daar antwoord op geef, laten we eerst eens kijken hoeveel kinderen er voetballen in Nederland. Volgens de KNVB telt Nederland 493.000 jeugdvoetballers (F t/m A).  Hoeveel daarvan zijn talentvol?

Hoeveel jeugdvoetbaltalenten telt Nederland?

De Canadese professor Francoys Gagné is een autoriteit op het gebied van onderzoek naar talent. Hij stelt dat (hoog)begaafdheid niet alleen op op het gebied van intelligentie (IQ) voorkomt, maar ook op een aantal andere gebieden zoals bijvoorbeeld creativiteit en senso-motoriek. Dat laatste is van belang om een goede voetballer te worden. Een voetbaltalent of de natuurlijke aanleg (wat je bij je geboorte hebt meegekregen) voor voetbal is dus helemaal niet zo bijzonder als sommigen van ons misschien denken omdat daar net als IQ of lengte een normale verdeling voor geldt.

De verdeling van voetbaltalent onder alle voetballers is een normale verdeling. Deze curve zie je ook terug bij eigenschappen als lengte en IQ. Links de minste getalenteerden, rechts de meest getalenteerden.
De verdeling van voetbaltalent en natuurlijke aanleg onder alle voetballers is een normale verdeling. Deze Bell-curve zie je ook terug bij eigenschappen als lengte en IQ . Aan de uiterst linkerkant de voetballers die geen enkele natuurlijke aanleg hebben of totaal niet talentvol zijn. Aan de uiterst rechterkant de voetballers met heel veel natuurlijke aanleg of voetballers die extreem getalenteerd zijn.

Volgens zijn Differentiated Model of Giftedness and Talent  (klik voor meer info over dit model) mogen voetballers als talentvol worden aangemerkt als ze bij de beste 10% horen van hun leeftijdscategorie.  Dat betekent dat Nederland in totaal ongeveer  50.000 jeugdige voetbaltalenten telt. Die hebben natuurlijk niet allemaal evenveel natuurlijke aanleg en zijn ook niet allemaal evengoed.

The Differentiated Model of Giftedness and Talent (DMGT) van Gagne
The Differentiated Model of Giftedness and Talent (DMGT) van Gagne

Gagné onderscheidt namelijk binnen die groep van 50.000 getalenteerde voetballers in Nederland verschillende gradaties in aanleg/talent: 1 op de 100 van alle voetballers (dus 1:10 binnen de groep talenten) is een gemiddeld begaafd talent (± 5000 voetballers), 1 op de 1000 is een hoog begaafd talent (± 500),  1 op de 10.000 is een buitengewoon begaafd talent (50)  en 1 op de 100.000 is een extreem begaafd talent (±5).

Wat is natuurlijke aanleg en wat is talent? Is er een verschil?

Talentidentificatie is de heilige graal van de sportwetenschap. Al tientallen jaren proberen wetenschappers hun vinger te leggen op het haast ongrijpbare fenomeen talent. Wat zou het mooi zijn als een test naadloos zou aangeven wie de topsporters van morgen gaan worden. Tot op heden is dat onmogelijk. Maar de wetenschap komt wel steeds dichterbij en haar nieuwe inzichten zijn ontzettend waardevol bij talentidentificatie en -ontwikkeling. Volgens Gagné (zie model hierboven) is talent of een talent het eindproduct van 4 verschillende factoren:

1 Natuurlijke aanleg
2 Ontwikkeling
3 Interne en externe invloeden/factoren (katalysatoren)
4 Geluk/toeval

  • Voor voetbal heb je dus als eerste natuurlijke aanleg/gave (wat je bij je geboorte hebt meegekregen)  nodig op senso-motorisch gebied. Dat zorgt immers voor balgevoel, coördinatie, visueel inzicht, lichaamsbesef en evenwicht.  Zonder dat houdt het al meteen op en kun je beter iets anders gaan doen.
  • Ten tweede moet je die natuurlijke aanleg ontwikkelen voor de voetbalsport. Dat gaat door oefening, training en door te leren.
  • Hoe goed dat ontwikkel- of leersproces verloopt is weer afhankelijk van jezelf (bv qua fysiek, motivatie, gezondheid, leersnelheid, doorzettingsvermogen, ambitie) en van je omgeving (bv trainers, clubs, ontmoetingen, ouders).
  • En als laatste speelt de factor geluk een rol. Woon je toevallig dichtbij een club met een goede jeugdopleiding en met goede jeugdtrainers. Raakt er een jongen geblesseerd waardoor jij een kans krijgt. Word je ziek, krijg je een ongeluk. Speel jij de sterren van de hemel als er net een scout staat te kijken.

Gagné laat duidelijk zien dat talent geen vaststaand iets is, maar dat het een dynamisch proces is. De mate van talentvol zijn, kan dus gedurende het ouder worden zowel in negatieve als positieve zin veranderen. Als bepaalde katalysatoren (bijvoorbeeld motivatie, gezondheid, trainers, steun van de ouders, doorzettingsvermogen) ontbreken, wegvallen, minder worden of juist opduiken dan verandert dat je mate van talentvol zijn. Dan zorgen die katalysatoren ervoor dat je je natuurlijke aanleg goed of minder goed wordt ontwikkeld waardoor je een meer of minder talentvolle voetballer wordt.

Laat ik 3 voorbeelden geven om dit te verduidelijken:

  • Een jongen van 8 jaar is een groot talent, maar voetbalt in een gehucht (Zie Environmental in het model van Gagné) op een lager niveau en wordt daardoor niet gescout. Op zijn 9e verliest ie zijn motivatie ( zie Intrapersonel/Motivation) omdat zijn nieuwe trainer (zie Individuals) slecht training geeft en niet met kinderen kan omgaan. De jongen gaat daardoor minder oefenen (ook op straat) ontwikkelt (zie Developmental) zich minder goed en is op zijn 11e teruggeworpen tot een gemiddeld talent. Uit frustratie (zie Motivation) stop de jongen met voetbal op zijn 12e.
  • Een ander kind is buitengewoon getalenteerd op zijn 12e. Hij hoort op dat moment bij de allerbeste voetballertjes van Nederland in zijn leeftijdsgroep. Hij is gescout door een profclub en blinkt wekelijks uit. De jongens is echter ook vroegrijp, geboren in januari en een kop groter en veel sterker (zie Muscular)) dan de rest. Op zijn 16e is hij echter qua lengte en kracht ingehaald door de andere voetballers en is hij alle fysieke voordelen kwijt en blijkt hij  technisch, taktisch (zie Perceptual), mentaal en motorisch tekort te komen (zie Motor Control)). Qua talent hoort hij dan ineens niet meer bij de besten en is teruggevallen naar de gemiddeld getalenteerden of zelfs de groep eronder en wordt uit de jeugdopleiding gezet.
  • Een jongen van 14 (normaal talent) valt al jaren buiten de selectieteams van zijn club ondanks zijn grote natuurlijke aanleg. Zijn trainers vinden hem namelijk te klein en te licht (Muscular), bovendien is hij vaak geblesseerd wegen groeipijnen in zijn voet (Intrapersonal/Physical). Dan krijgt de C1 een andere trainer (Chance en Individuals) en deze denkt verder vooruit en ziet het wel in hem zitten en haalt hem bij de selectie. De jongen krijgt nu veel betere training en traint met betere spelers, hervindt zijn motivatie (zie Intrapersonal/Motivation), gaat extra oefenen (Developmental) en krijgt ook nog zijn groeispurt (Muscular). Door die enorme ontwikkeling  wordt hij op zijn 17e alsnog gescout door een profclub.

Wat is dan een underachiever qua talent?

Het mooie van dit model is dat het ook ‘underachievers‘ en ‘werkpaarden’ in de sport kan verklaren. Soms kom je een jongen tegen die heel veel natuurlijke aanleg (bij de beste 1% hoort) heeft maar er niet in slaagt dat om te zetten in heel veel talent. Dat kan bijvoorbeeld door te weinig motivatie, gezondheidsredenen, mentale problemen, te weinig oefenen of slechte trainers komen. Van zo iemand wordt dan langs de kant gezegd: Hij is een natuurtalent, maar het komt er maar niet uit.  Andersom is ook mogelijk. Qua natuurlijke aanleg hoort iemand slechts bij de beste 10% van zijn leeftijdsgroep, maar door heel veel oefenen, motivatie en doorzettingsvermogen kan zo iemand toch bij de beste 1% van alle talenten komen.

Aangezien niemand in de toekomst kan kijken hoe natuurlijke aanleg zich bij een jong kind gaat ontwikkelen en hoe alle katalysatoren op dat proces gaan inwerken is het ook uitermate onverstandig om daar een voorspelling over te doen. Helemaal bij een open-skill sport als voetbal.

Talentselectie op jonge leeftijd moet stoppen en plaatsmaken voor talentidentificatie

Zolang een kind de groeispurt en de pubertijd nog niet heeft gehad kan het eigenlijk nog alle kanten op gaan. In de tenniswereld noemen ze talentidentificatie niet voor niets: het zoeken naar een zwarte kat in een pikdonkere kamer. Scouts die beweren dat ze het wel kunnen zien en afgaan op hun fingerspitzengefuhl kletsen uit hun nek. Waarschijnlijk doen ze dat om hun eigen baan zeker te stellen en dat is op zich wel begrijpelijk, maar het is niet goed van profclubs om jonge kinderen (en ouders) onnodig het hoofd op hol te brengen en ze uit hun vertrouwde omgeving te halen terwijl de kans op slagen vaak minder dan 1 procent is. En het is niet goed om al op vroege leeftijd een selectie te maken waardoor een hele grote groep kinderen die ook talentvol zijn worden buitengesloten van een goede opleiding.

Als je niet kan zien wie de toppers van morgen worden is het slimmer om 1000 talentjes goed op te leiden in plaats van 100

Dat op vroege leeftijd al buitensluiten van talent gaat regelrecht tegen alle wetenschappelijke onderzoeken en rapporten in. Uit al die onderzoeken blijkt namelijk dat kinderen die op vroege leeftijd de beste zijn, dat heel, heel vaak niet meer zijn na de pubertijd. En dat het veel beter is om zoveel mogelijk talent goed op te leiden omdat dat de kans vergroot dat er een paar toppers tussen zitten.

geen spelers uitsluiten

Talentselectie op jonge leeftijd moet stoppen en plaatsmaken voor talentidentificatie. Het is gewoon een kwestie van statistiek, van kansberekening. Ga je die ene grote vis met een groot net vangen of met een klein schepnetje? Als je niet weet wie de topper wordt later is het dan niet slimmer om er 1000 goed op te leiden in plaats van 100?

Ik heb in mijn vorige artikel al aandacht besteed aan de zin en onzin van vroeg scouten en selecteren, maar zal nog 2 voorbeelden geven.

Deze jongens zijn allemaal 13 jaar. De vroegrijper is nu beter, maar hoe dat is over 6 jaar is een groot vraagteken. Toch pikken heel veel scouts de grote jongen eruit.
In rugby worden de biologische verschillen tussen jongens van 13 jaar op wel heel pijnlijke wijze duidelijk gemaakt… Alle trainers zouden de grote jongen meteen in hun team willen hebben, maar het zou heel goed kunnen dat de jongen links  meer potentie heeft en over 5 jaar een veel betere speler is. En toch schrijft iedere scout de vroegrijper op.

In Zuid-Afrika heeft professor Ross Tucker onderzocht hoeveel jongetjes die op hun 11e en 12 jaar bij de beste rugbyers van hun regio hoorden (O13 team) na 5 jaar het O18-team hebben gehaald. Minder dan 25%. Driekwart was afgevallen. De reden? Ze bleken in pubertijd ineens niet meer goed genoeg. De scouts hadden misgekleund. De jongens die altijd over het hoofd waren gezien (waaronder veel laatbloeiers) hadden die plekken ingenomen. Tucker vraagt zich terecht af, hoe goed die jongens zouden zijn geworden als ze wel vanaf hun 10e waren gescout/geselecteerd en dus beter waren opgeleid. Tucker ergert zich eraan dat heel veel kinderen die wel talentvol zijn buiten de boot vallen door de mening van een aantal  ‘experts’ en dat clubs en de bond slechts met een klein groepje ‘getalenteerden’aan de slag gaat. En dat die zogenaamd getalenteerden altijd de vroegrijpers zijn of de jongens die in de eerste maanden van het jaar zijn geboren.

Driekwart van de spelers is al verdwenen voor hun 18e
Driekwart van de spelers is al verdwenen voor hun 18e

De beweeglijke, minder sterke, slankere jongens halen de top

Er is een onderzoek van Piotr Unierzyski onder de beste 1000 tennisspelers van 12 en 13 jaar uit 50 landen. Die kinderen werden aan allerlei testen onderworpen. Acht jaar later werd er gekeken welke kinderen het tot professional hadden geschopt. Daaruit kwamen een aantal opmerkelijke uitkomsten. Degenen die het hadden gered waren de kinderen die: minder sterk waren, beweeglijker waren, later in het jaar waren geboren (dus jonger), slanker waren gebouwd, minder uren hadden geoefend (geen burnout), sneller waren en in hun jeugd meestal niet tot de besten behoorden.

De toppers uit de jeugd, die vooral zo goed waren door hun biologische voorsprong en dus meer kracht hadden, hadden het bijna allemaal niet gered. Reden voor het Deense tennis om scouts erop attent te maken dat ze de grote, sterke en vroegrijpe kinderen beter kunnen mijden!

Deel kinderen in op biologische leeftijd en niet op kalenderleeftijd

Deze ontwikkeling is natuurlijk te gek voor woorden. Als het de trend is dat heel veel vroegrijpers en  leeftijdseffect-talenten het niet gaan redden en dat laatbloeiers bijna  niet worden gescout dan is er iets grondig mis met de scouting en met de opleiding.

laatbloeiers stoppen ermee

Als vroegrijpers teveel op hun fysiek varen, waardoor ze hun technische en motorische vaardigheden verwaarlozen dan moeten trainers, clubs en KNVB daarop inhaken. Zet deze jongens bijelkaar. Laat ze tegen elkaar spelen. Zet ook de laatbloeiers bijelkaar. Deel dan niet meer in op kalenderleeftijd, maar op biologische leeftijd. Via een kleine test is perfect te achterhalen hoever iemand is in zijn ontwikkeling. In bijvoorbeeld Engeland zijn ze daar al lang mee bezig (binnenkort daar een artikel over).

leeftijdseffect in voetbal
Het heeft geen zin om deze 2 jongens, die even oud zijn, nu tegen elkaar te laten voetballen. Dat is niet goed voor de ontwikkeling van allebei. De een wordt omgeduwd en komt niet aan de bal, de ander gerbuikt teveel fysiek in plaats van techniek.

Maar waar andere voetballanden en andere sporten aan de slag zijn gegaan met wetenschappelijke inzichten, uit gaan van de feiten, bezig zijn met leren en vooruitgang proberen te boeken, daar staat het Nederlandse voetbal, met de KNVB voorop, al decennia hopeloos stil.

KNVB moet het scouten van jonge kinderen keihard verbieden

De KNVB zou het voortouw moeten nemen door het op jonge leeftijd scouten van kinderen gewoon keihard te verbieden. Profclubs moeten daardoor hun jongste jeugdteams opheffen. De trainers die daardoor vrijkomen moeten niet worden ontslagen maar gestald worden bij amateurclubs in de regio. De KNVB zou ook trainers bij amateurclubs moeten gaan neerzetten. In andere landen (Duitsland) en  bij andere sporten ( Zweeds IJshockey) gebeurt dit al. Dat zorgt ervoor dat de talentenvijver waaruit gevist gaat worden vele malen groter is en dat veel meer jongens ook goed zijn opgeleid. De KNVB zou dit bijvoorbeeld kunnen financieren door een soort opleidingsvergoeding te gaan heffen over alle transfer- en makelaarskosten.

Op deze manier krijgen alle talenten een goede opleiding van 6 jaar. En trainers hebben een veel beter beeld gekregen dan een scout ooit zal hebben van deze jongens. Dit sluit ook aan op het feit dat een goede talentidentificatie 3-5 jaar duurt. Pas na deze tijd (dus na de keeftijd van 12 jaar) heeft het zin een eerste voorlopige selectie te maken die extra trainingen krijgt. Om op 15-16-jarige leeftijd, als het beeld van de spelers zo goed als compleet is geworden, een definitieve selectie te maken.

Ja, jij kan ook gescout worden

Dus om terug te komen op de beginvragen van een kind of hij talent genoeg heeft of hij ook prof kan worden? Wie ben ik om daarover te oordelen? Uit het voorgaande blijkt wel dat NIEMAND er over kan oordelen. Volgens Gagné en andere talentexperts zijn er in Nederland duizenden kinderen die daarvoor qua talent en natuurlijke aanleg in aanmerking komen. Belangrijk is dat ze zich goed ontwikkelen en vooral dat ze daarvoor allemaal de kans krijgen! Maar de bal ligt hiervoor zoals gezegd bij de profclubs en de KNVB.

Laat een kind eens kritisch naar zichzelf kijken? En zijn zwakke en sterke punten benoemen. Kan hij/zij dat? Dat is namelijk al een vereiste om de top te halen. Heeft hij balgevoel? (Check daarvoor deze test). Beweegt hij makkelijk en is hij technisch? Hoe is zijn inzicht? Is hij (redelijk) snel? Wil hij er helemaal voor gaan? Doet hij altijd zijn best? Wil hij per se winnen? Leert hij snel? Dat soort vragen zijn allemaal erg belangrijk.

Maar belangrijker is om kinderen vooral te laten dromen. Dat ze allemaal een kans krijgen. Zorg dat ze plezier hebben op het veld. Dat ze blijven voetballen. Help ze en stimuleer ze. Zorg dat ze bij een goede club spelen met goede trainers. Laat ze er maar helemaal voor gaan. En ja, dan is alles mogelijk.

Lees ook: jonge voetballertjes scouten is onzinnig en onverstandig: talentherkenning- en ontwikkeling moet op de schop.

Lees ook: KNVB maakt jeugdvoetbal onnodig frustrerend voor kinderen

Verplichte kost voor scouts en trainers: het leeftijdseffect in voetbal; een cross-sectionale studie

 

 

 

1 COMMENT

  1. Interessant artikel. Nooit zo bij stil gestaan bij dat verschil tussen gave en talent. Klopt wel moet ik zeggen.
    Bij mij op club zit er ook die waanzinnig goed kan voetballen..als ie zin heeft…maar er is altijd wat met die jongen. Laatste jaren zie je dat andere jongens beter aan het worden zijn en dat het hem minder goed of makkelijk afgaat. Je vraagt je af, waar al die extreme talenten dan zijn de afgelopen 10 jaar? Na Robben is er niet een meer.Is dat dan de opleiding die niet deugt? Of zijn sommige goede talenten nooit gescout of al gestopt voordat ze goed werden.

Reageer

Please enter your comment!
Please enter your name here