KNVB wil Hollandse School 2.0. Wat is er dan mis met het origineel?

Een uitgebreide analyse

9

Het Nederlandse elftal voetbalt en presteert slecht. Het niveau in de Eredivisie holt achteruit en is vaak zelfs bedenkelijk. Nederlandse clubs hebben al jaren Europees niets meer te vertellen. Na Robben, Sneijder en Van Persie hebben de jeugdopleidingen al 10 jaar geen geen topper meer voortgebracht. Nederlandse ‘top’-spelers die naar het buitenland vertrekken, gaan allang niet meer naar topclubs. Een klein aantal belandt in de subtop, de meesten spelen bij middenmoters of voetballen zelfs op het 2e niveau, waar ze vaak niet eens een basisplaats hebben. De laatste 5 topscorers van de Eredivisie spelen nu allemaal in het buitenland en komen daar nauwelijks tot scoren of zitten op de bank. 

Het is zo slecht gesteld met het totale Nederlandse voetbal dat kenners overal roepen dat we de Hollandse School moeten vernieuwen en verbeteren. De Hollandse School… Het klinkt als een groep schilders uit de barok, maar blijkbaar heeft het dus met een manier van voetballen te maken.

oranje 1974
Oranje op het WK van 1974. Van links naar rechts: Neeskens, Krol, Van Hanegem, Jansen, Suurbier, Rep, Rijsbergen, Rensenbrink, Haan, Jongbloed en Cruijff

Wat is dat dan precies? Weten al die trainers, analisten, profs, oud-profs, journalisten en kenners wel waar ze het over hebben? Want tijdens een KNVB-congres, op tv en in de kranten kunnen al deze mensen het niet echt met elkaar eens worden. Iedereen geeft er zijn eigen draai aan. Veel gehoorde termen zijn:  4-3-3-systeem, aanvallen, opbouwen van achteruit, verzorgd spel, veel creativiteit, domineren, veel balbezit, de controle hebben en vroeg druk zetten.

De KNVB is zelfs bezig aan een Masterplan waarin beschreven wordt hoe het Nederlandse voetbal uit het slop getrokken moet worden. Een soort handleiding voor het totale Nederlandse voetbal dus. Daarvoor zouden we volgens de KNVB de manier van voetballen in Nederland, de Hollandse School, moeten verbeteren. Zeg maar een Hollandse School 2.0. Wat dat dan is? De KNVB weet dat verrassender wijs ook niet precies, want ze sturen hun technisch manager Jelle Goes naar landen als Qatar, de VS, Australië en Nieuw Zeeland om daar te horen welke ingrediënten er allemaal in de Hollandse School 2.0 moeten zitten. Blijkbaar kunnen ze in die landen heel goed voetballen…

Jelle Goes
Jelle Goes

Vanwege deze vaagheden en dit geneuzel dat nu al meer dan een jaar duurt,  ben ik zelf maar op onderzoek gegaan. Wat is dat ‘de Hollandse School’? En wat was er dan zo slecht aan om er nu een 2.0 versie van te maken?

Zo moeilijk kan dat toch niet te achterhalen zijn. We hebben het immers zelf ‘uitgevonden’. Weten het zelf dus het beste. Misschien moeten we de uitvinders – als ik ze zo mag noemen – daarvan, dan maar eens aan het woord laten. Of beter gezegd, hun voeten laten spreken. En dat kan nog steeds, want er is beeldmateriaal genoeg van de Hollandse School.

In de rest van de wereld staat de Hollandse School bekend als Totaalvoetbal of Total Football. Dat is een manier van voetballen die door Ajax en later door Oranje werd gespeeld op het WK toernooi van 1974 in West-Duitsland. Dat was zo vernieuwend en sensationeel dat iedereen het er nu nog steeds over heeft.

Dus even googelen en ja hoor. Alle wedstrijden van het Nederlands elftal op het WK van 1974 zijn gewoon in zijn geheel te bekijken. Aangezien ik toen veel te jong was, heb ik daar veel te weinig van meegekregen. Kijken dus. En ja, ik heb alle wedstrijden zitten kijken en er een filmpje van 30 minuten van gemaakt. Zodat iedereen zelf kan zien wat de Hollandse School of Totaalvoetbal precies inhoudt.

Ik had er veel over gehoord, soms wat korte fragmenten van gezien, maar nu ik alle wedstrijden in zijn totaliteit heb zitten kijken, zijn mijn ogen wel open gegaan waar het anno 2015 aan schort in het Nederlandse voetbal. Ik had een soort slap, oude-mannen-voetbal van vroeger verwacht in een traag tempo, maar niets is minder waar. Wat we nu doen is slap, oude-mannen-voetbal in een traag tempo. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat we dat allemaal uit het oog hebben verloren? Dat we de Hollandse School, het Totaal voetbal zo hebben verloochend.

Een dinfg staat in ieder geval vast: bijna al die journalisten, trainers, profs, ex-profs, analisten, knvb-bobo’s en kenners kletsen uit hun nek of praten elkaar na als ze het over de Hollandse School of Totaalvoetbal hebben. De meerderheid is te jong om het bewust te hebben meegemaakt en als je ze allemaal hoort praten vraag ik me af of ze ooit de moeite hebben genomen de wedstrijden uit ’74 terug te kijken. Dat zou verplicht moeten worden voor iedereen die werkzaam is in de Nederlandse voetballerij. Dan wijzen de neuzen tenminste allemaal dezelfde kant uit en ben je af van de spraakverwarring.

Wat is voetballen volgens de Hollandse School/Totaalvoetbal dan precies?

1) De Hollandse school is een niet vaststaand systeem zonder vaste spits met veel positiewisselingen en veel lopende spelers die de ruimtes induiken
Het 4-3-3-systeem staat bekend als typisch Nederlands, als typisch Hollandse School. Dat is uitermate merkwaardig, want in 1974 speelde Oranje (het team dat de Hollandse School of Totaalvoetbal wereldberoemd maakte) niet in een 4-3-3 systeem. Oranje van 1974 speelde meerdere systemen tegelijk. Bij balverlies was het soms 4-5-1 of 4-3-3 en bij balbezit werd het 4-3-1-2 of 3-4-3 of 3-3-4.

Kenmerkend was in ieder geval dat het Nederlands elftal toen speelde met 2 vleugelaanvallers en zonder een vaste spits. De spitspositie werd expres open gelaten voor lopende spelers die in dat gat konden duiken. Dat was vaak heel verrassend voor de 2 centrale verdedigers van de opponent, want die wisten zo nooit wie nu hun man was en wie ze moesten dekken. Een van de twee centrumverdedigers schoof vaak door naar het middenveld en de doelman fungeerde dan als een soort laatste man. Cruijff was een extreem zwervende spelmaker; had een totaal vrije rol en dook echt overal op.

Systeem Oranje in 1974
Systeem Oranje in 1974

Het is opmerkelijk dat we dan in de 40 jaar erna het 4-3-3 systeem hebben omarmd als typisch Nederlands en verbonden hebben aan de Hollandse School en Totaalvoetbal. Ajax is al 10 jaar op zoek naar een spits om echt Hollands te kunnen voetballen, terwijl ze een echte spits niet nodig hebben. Die lege spits positie  in een niet vastomlijnd systeem met veel positiewisselingen en veel lopende spelers die de ruimtes induiken dat is de enige echte Hollandse School.

Een fantastisch filmpje van de wedstrijd Brazilie-Nederland uit 1974 laat dit allemaal zien en nog veel meer. Allemaal typisch Hollandse School in vogelvlucht.

2) De Hollandse School is technisch voetbal met veel creativiteit en flair
Alle spelers van Oranje hadden een goede basistechniek en gebruikten deze functioneel. Er was ontzettend veel ruimte voor creativiteit en flair. Dat uitte zich in het veld door de vele positiewisselingen en door het durven aangaan van persoonlijke duels/het maken van acties.

Tegenwoordig kunnen veel spelers niet eens meer snel opendraaien of een bal simpel in spelen. Balaannames zijn vaak om te huilen. De basistechniek is heel erg matig. Spelers worden door de trainers in een keurslijf gestopt en mogen juist niet meer van hun positie en taak afwijken. Flair en creativiteit zijn zo goed als verdwenen. Daarbij komt ook nog dat er een overspeelcultuur heerst, zodat er steeds minder spelers op de Nederlandse velden zijn te bewonderen die hun man kunnen uitspelen en zo het verschil kunnen maken.

3) De Hollandse School is met zijn allen hard druk zetten met de linies kort op elkaar (het opjagen)
De Hollandse School is vroeg druk zetten. Ook dat is een misvatting. Aangeprate onzin. Dat gebeurde soms in 1974. Meestal gebeurde dat druk zetten 10 meter over de middellijn. Maar dan wel met zijn allen en met de linies heel dicht op elkaar. Bekijk dit voorbeeld van druk zetten tijdens Nederland-Uruguay. En hier nog een mooi voorbeeld daarvan.

Alle spelers van Oranje stonden dan vaak op een strook van amper 15 meter. De verdedigers stonden namelijk hoog: dus ver over de helft van hun eigen helft. Als Oranje dan massaal druk zette en naar voren liep en de tegenstander een lange bal probeerde,  stonden er wel 5 of 6 spelers buitenspel. Dat massaal druk zetten werd vaak gedirigeerd vanuit de verdediging. Dan begon de libero, Haan, naar voren te rennen en dan ging de rest mee. Dat zag er enorm spectaculair uit. Omdat dat vaak rondom de middellijn gebeurde en er een zee van ruimte lag op de helft van de tegenstander was Oranje levensgevaarlijk in de omschakeling. De eerste bal ging namelijk altijd vooruit, de open ruimte in. Hier het druk zetten en opjagen van Oranje in de wedstrijd tegen Argentinie. 

Tegenwoordig zijn er bij Oranje of bij Nederlandse clubs slechts 1 of 2 spelers die druk zetten. De rest blijft staan of loopt zelfs achteruit. Van waar druk gezet moet worden is giswerk voor de toeschouwer. Iedereen doet maar wat. Echte onderlinge afspraken daarover zijn niet te zien bij Oranje en zelden bij een club in de Nederlandse competitie. Verder mist het druk zetten van nu de intensiteit, de agressiviteit, de overtuiging en de werklust. Dus het druk zetten van nu lijkt totaal niet meer op het druk zetten volgens de Hollandse School, het Totaalvoetval uit de jaren ’70.

4) De Hollandse School is snel het spel hervatten
Vrije trappen, corners en vooral de spelhervattingen van doelman Jongbloed werden vaak allemaal binnen 1 seconde genomen. Puur omdat de tegenstander dan nog niet de tijd had gehad om goed in hun positie te gaan staan en er gebruik gemaakt kon worden van de ruimte.

Keeper Jan Jongbloed
Keeper Jan Jongbloed

Het Nederlands elftal en Nederlandse clubs van nu nemen vaak alle tijd bij corners, ingooien en vrije trappen. Soms gaat er wel een halve minuut over heen voordat de bal eindelijk weer in het spel is. Zo heeft de tegenstander alle tijd om weer in positie te gaan staan. Deze trage, langzame spelhervattingen staan haaks op de Hollandse School.

5) De Hollandse School is zo snel mogelijk omschakelen en de bal snel naar voren spelen; dus veel diepe ballen en veel lopende spelers die de ruimte in duiken
Nederlandse trainers en voetballers hoor je na afloop van een wedstrijd heel vaak trots vertellen hoeveel balbezit en controle over de wedstrijd ze wel niet hebben gehad. Ze zijn daar trots op omdat dat men dat in dit land als de Hollandse School is gaan bestempelen. Ergens is er de afgelopen 40 jaar een fout in de denkwijze geslopen. We hebben balbezit vandaag verbasterd tot doel, niet als middel.

Dat team van 1974 wilde inderdaad zoveel mogelijk balbezit hebben. Maar niet om het balbezit. Doel was de bal zo snel mogelijk te veroveren door massaal druk te zetten en om daarna  razendsnel om te schakelen en diep te spelen. Cruijff, Rep, Rensenbrink, Neeskens, Krol of Suurbier gingen dan meteen diep en de eerste bal ging dan ook altijd vooruit.  De tegenstander stond dan namelijk nog niet goed en daar probeerde Oranje meteen van te profiteren.

Dat ging ook vaak goed, omdat veel spelers bereid waren om vol de ruimtes in te lopen. Ruimtes die expres werden open gelaten door zonder spits te spelen en door de vele positiewisselingen.

Tegenwoordig spelen voetballers die een bal hebben veroverd deze bal niet naar voren, maar 9 van de 10 keer angstvallig breed of terug.  Dat kan vaak ook niet anders, want agressief vrijlopen is een zeldzaamheid geworden. Ook op dat gebied hebben we de Hollandse School uit het oog verloren.

6) De Hollandse School is fysiek spel, harde tackles, kort op de man verdedigen en veel duels 
De Hollandse School is volgens de kenners vooral technisch en taktisch voetbal met heel veel nadruk op aanvallen, en te weinig aandacht voor het verdedigen. Het is een beetje naief voetbal.  Ook is er een ondergeschikte rol voor fysieke kracht en het aangaan van duels. Hiddink daarover ‘Het voetbal mag iets meer richting overleven gaan. Het is wat mij betreft Hollandse School Plus.’  En Hugo Borst pleit er voor om ‘vuig’ aan de Hollandse School toe te voegen.

Het zijn opvattingen die totaal niet kloppen en de discussie vertroebelen. De grondleggers van de Hollandse School  voetbalden in 1974 met heel veel fysiek. Spelers waren sterk en maakten daar ook gebruik van.  Spelers wilden per se de bal hebben, liepen daardoor veel en schuwden de schouderduw en de tackle niet. Er werd heel veel getackled, iets wat nu bijna een zeldzaamheid is geworden op de Nederlandse velden. Maar het is een enorm effectief wapen om een bal te veroveren van bijvoorbeeld de tegenstander die een bal probeert af te schermen. Overal op het veld werden persoonlijke duels uitgevochten en opvallend vaak won een Nederlandse speler. Verdedigend speelde Nederland in die tijd juist ijzersterk. Kort op de man, veel druk naar voren, hard in de duels en iedereen droeg zijn steentje bij. Nederland verdedigde met zijn allen.

oranje

Dat hele team trok een streep in het gras: tot hier en niet verder. Hanteerde een over-mijn-lijk-mentaliteit. Wilde per se winnen! En als dat met fysieke kracht moest, dan ging de beuk erin.

Dit verraste mij misschien nog wel het meest van het Totaalvoetbal: het fysieke, vaak spijkerharde spel van Nederland. Pélé daarover: “Toen ik in de kleedkamer kwam van Brazilie na de verloren wedstrijd tegen Nederland, schrok ik me rot. Overal bebloede spelers. Spelers met kneus- en schaafwonden, met blessures. Het was een slagveld.”

Veertig jaar later zie je bijna geen tackles of slidings meer van Nederlandse spelers. Iedereen blijft staan. Netjes op een meter of 2 van zijn man. Het bekende schijnverdedigen. Fysiek leggen Nederlandse clubs, spelers en Oranje het vaak af tegen de opponent.  Verdedigend is het uitermate zwak  en lijkt niemand het nog op te kunnen brengen om bij zijn man te blijven en het duel aan te gaan of te winnen.  Ook hier is blijkbaar wat misgegaan, want dit krachteloze, haast slappe spel met heel matig verdedigen vloekt met de Hollandse School.

7) De Hollandse School is met zijn allen heel hard werken, altijd je best doen en mentaal ijzersterk zijn
Dat is misschien wel het belangrijkste aspect van de Hollandse School en de verklaring van het succes. De enorme inzet en mentale hardheid van iedereen. Ze werken allemaal keihard, ook voor elkaar. Iedereen loopt zich uit de naad. Conditioneel was dit Nederland dan ook ijzersterk. Niemand schuwt het duel, iedereen zet druk en iedereen knapt het vuile werk op. Je ziet dan ook regelmatig Cruijff achterin een bal veroveren of Suurbier, Neeskens en Jansen in de spits opduiken.

Tegenwoordig zie je spelers die lopen te lanterfanten, die de focus even niet hebben, het niet op kunnen brengen om bij hun man te blijven, die niet 2x achterelkaar diep willen of kunnen gaan, die niet zo’n zin hebben die dag of die de concentratie even kwijt zijn. Die inzet en mentale instelling lijken in de verre verste niet op de Hollandse School.

Waarom voetballen we niet meer volgens de opvattingen van de Hollandse School, het Totaalvoetbal?  Dat ging toch niet zo slecht?

Cruijff waarschuwde hiervoor al jaren

Mannen als Johan Cruijff, Willem van Hanegem, Rene Meulensteen,  Henk ten Cate, Ricardo Moniz en Foppe de Haan hebben de afgelopen 15 jaar al 100 keer geroepen dat het de verkeerde kant op gaat met het Nederlands voetbal. Dat we aan het afglijden zijn. Dat het on-Hollandse School is hoe er nu gevoetbald wordt. Gewaarschuwd voor alles wat hierboven beschreven staat. Maar niemand luisterde. De KNVB al helemaal niet.  In ons nationale voetbalbolwerk hebben de afgelopen decennia mannen zonder voetbalachtergrond en met weinig verstand van voetbal veel te veel stilgezeten.  Het Nederlandse voetbal is mede daardoor hopeloos verouderd en achterop geraakt. Achterop op heel veel andere landen waar ze wel mee zijn gegaan met de tijd, het voetbal wel hebben doorontwikkeld.

Het is op zijn minste opmerkelijk te noemen dat het voetbal van de Hollandse School of Totaalvoetbal nergens meer is terug te vinden op de Nederlandse velden. Dat was toch de meest succesvolle periode uit de Nederlandse voetbalgeschiedenis. Dan zou het logisch zijn als trainers en clubs zich daaraan vasthouden. Dat gebruiken als basis en die spelopvatting proberen te verbeteren door nieuwe inzichten en onderzoeken in te passen.

Maar dat is helemaal niet gebeurd. We spelen nu geen Totaalvoetbal 2.0. Ook geen slap aftreksel van het origineel, maar we spelen een geheel ander soort voetbal. Tegenovergesteld haast aan de Hollandse School/het Totaalvoetbal. Als dat mooi en aanvallend voetbal oplevert en ook nog succes heeft, dan prima. Maar dat is nu bepaald niet het geval…

Het voetbal in Nederland is één grote, grijze, statische brei geworden. Kijk naar de Eredivisie, de Jupiler League, het jeugdvoetbal. Bijna alle trainers laten hun team in hetzelfde 4-3-3 systeem, hetzelfde fantasieloze, saaie, voorspelbare en slappe voetbal in een veel te laag tempo spelen. Spelers lijken wel voorgeprogrammeerde robots. Waar is de creativiteit gebleven? De flair? De durf? De inzet? De kwaliteit? De krenten in de pap? Niet alleen op het veld maar ook bij de trainers? Waar is het analytisch vermogen? Het leerproces? Trainers moeten toch inzien dat je met deze voetballers en met dit soort voetbal geen hoge ogen gooit bij het publiek en de media en zo ook geen wedstrijden wint en internationaal succesvol kan zijn?

De 11 speerpunten van de KNVB
De 11 speerpunten van de KNVB

Waarom wordt er dan niets veranderd? Niets aangepast? Waarom gaan de trainers, de clubs en de KNVB dan gewoon al jaren door op dezelfde voet? Zien ze het niet? Missen trainers en bestuurders misschien het talent voor datgene wat ze nu aan het doen zijn? Ja, er is een KNVB-congres* geweest en er zijn 11 ‘tegenstrijdige‘ speerpunten geformuleerd,  maar ondertussen wordt daar al 1,5 jaar over vergaderd en is er nog steeds niets veranderd.

Als bijna alle trainers dezelfde spelopvatting en taktiek hanteren, dan schort er iets aan de KNVB-trainersopleidingen. En als spelers de kwaliteit missen om de top te halen, het verschil niet kunnen maken in het veld en niet meer in staat zijn om uit te voeren wat trainers van hen verlangen, dan is er ook iets mis met de (jeugd)opleidingen. En dan kunnen er ook meteen grote vraagtekens worden gezet bij de scouting. Want dan worden er blijkbaar de verkeerde jongens gescout en dus betere talenten over het hoofd gezien.

Laten we deze veronderstelde oorzaken van de achteruitgang van het Nederlandse voetbal eens nader toelichten.

Oorzaak 1: De KNVB-trainersopleidingen

De huidige groep ‘jonge’ trainers die momenteel werkzaam is in het betaalde voetbal en binnen de jeugdopleidingen  hebben bijna allemaal hun opleiding genoten aan de KNVB-academie. Deze academie bestaat sinds 1996 en biedt meer dan 800 cursussen aan. Erg succesvol is deze groep trainers niet geweest op internationaal gebied. De internationale successen die er nog zijn behaald na 1996 kwamen allemaal op het conto van de oude hap: Van Gaal, Advocaat, Hiddink en Van Marwijk. Blijkbaar zijn niet alleen onze topspelers bijna toe aan hun pensioen maar ook onze toptrainers en staan er voor beide groepen geen opvolgers klaar. Dat zet wel aan tot denken. Gaat ook binnen het voetbal de vlieger op dat scholing slecht is voor de creativiteit? En dat slechte scholing het voetbal en het het talent vermoord?

De trainingsvelden van Bayern Munchen zijn verdeeld in vlakken. Vooral de half-ruimtes zijn daarin belangrijk.
De trainingsvelden van Bayern Munchen zijn verdeeld in vlakken. Vooral de half-ruimtes zijn daarin belangrijk.

In de trainersopleidingen van de KNVB staat voetballen volgens de Hollandse School/Totaalvoetbal niet centraal.  Als het op tafel komt dan geeft iedere docent daar zijn eigen draai aan (en die kun je beter niet te lang tegenspreken vanwege je cijfer :).  Gezien de spraakverwarring binnen de voetballerij over wat de Hollandse School nu precies is, is dat niet zo verwonderlijk.

Voetbaltaktisch lopen de cursussen achter. Het is allemaal nuttig als basis en soms erg leerzaam, maar het schreeuwt om een update. Zaken als half spaces (half-ruimtes), agressief vrijlopen/diepgaan zonder bal, de 2e linie inspelen en zone 14 worden niet behandeld. Er is dan ook niet één trainer of analist die ik daar in Nederland op televisie ooit over heb horen praten. Dat zegt eigenlijk al genoeg. Bij Bayer en Barcelona is daar het hele voetbal al jaren op afgestemd. In Nederland draait nog veel te veel om het trage opbouwen van achteruit en het achterhaalde spel via de flanken.

De cursussen kunnen op ook aanzienlijk worden ingekort omdat het steeds over hetzelfde gaat. Trainingsvormen, wedstrijdsituaties en taktische oplossingen zijn interessant maar het wordt kapot geanalyseerd en overgetaktiekt.  Het is niet zo vreemd dat trainers hun teams saai en voorspelbaar laten spelen en dat spelers stijf staan van de opdrachten. Schrap de helft en besteed die tijd aan zaken als  talentherkenning, talentontwikkeling, inspanningsfysiologie, pedagogiek, mentaliteit (groeimindset, 1, 2), methodologie en didactiek. En waar zijn de laatste wetenschappelijke en taktische inzichten? Waar is de methodologie over trainingsvormen voor de jeugd van verschillende leeftijden? Hoe ontwikkel je talent? Hierin zou de KNVB echt leidend moeten zijn. Veel clubs en trainers doen nu maar wat en ook nog allemaal anders.

Bijscholing mogen trainers zelf invullen
Bijscholing voor trainers is in het voetbal erg vrijblijvend geregeld. Trainers moeten elke 5 jaar een klein aantal studiepunten vergaren. Dat kan al door 2 of 3 workshops of seminars van een dag te volgen. Er is daardoor geen enkele verplichting tot het inhoudelijk bijspijkeren van essentiële zaken op voetbalgebied. De KNVB is daarin niet leidend, begeleidend of sturend, maar laat dat aan de trainers zelf over. En waar is het programma vanuit de KNVB dat trainers helpt om zichzelf te verbeteren? Dat hun inzicht geeft in hun verbeterpunten?

KNVB-diploma-TC-II
KNVB-diploma-TC-II

Dit gebrek aan begeleiding en verplichte opfriscursussen zorgt ervoor dat veel trainers hopeloos achter lopen en al 20 jaar hun teams en voetballers de verkeerde zaken aanleren. Vooral in het amateurvoetbal is dat een enorm probleem. Dan heeft er een een KNVB-diploma en die doet het verkeerd en dan apen de vader-trainers van andere teams hem allemaal klakkeloos na. Een gruwel voor de jeugd. Het is wel op de amateurvelden waar ieder talent zijn voetballoopbaan begint…

Oorzaak II: De (jeugd)trainers
Trainers zijn tegenwoordig voor een goede ontwikkeling van de jeugd van wereldbelang. Vroeger, waar al die oud-voetballers het zo vaak over hebben, leerde je inderdaad voetballen op straat. Had je geen trainer nodig. Ze stonden vaak iedere dag uren op een pleintje. Dat waren duizenden balcontacten per week. Tegenwoordig is het straatvoetbal veel en veel minder geworden. Jongens leren nu echt voetballen op de club. Daar moeten ze aan al die duizenden balcontacten komen, die nodig zijn om beter te worden.  Om technisch en motorisch vooruit te gaan en om uiteindelijk een goede (prof)voetballer te worden.

Het is aan de trainers om daar goede oefeningen voor te geven. Geschikt per leeftijdsgroep en per positie. Elke leeftijdsfase heeft namelijk zijn eigen kenmerken, aandachtspunten en manieren van trainen. En dit geeft weer aan hoe belangrijk het is om aandacht te besteden aan de al eerder genoemde methodologie in de KNVB-cursussen.Want welke oefeningen zijn het beste om te doen om beter te worden op een bepaald gebied en op een bepaalde positie? Waar is de leidraad in dit soort belangrijke zaken? Nu doen trainers vaak maar wat; de een doet pass- en trapoefeningen, de ander techniek, die houdt van rondjes lopen en een ander vindt rondo’s leuk. In het buitenland is een methodologie voor het voetbal allang ontwikkeld en maakt onderdeel uit van het beleid van veel clubs. In Nederland zijn sommige clubs daar net heel voorzichtig mee begonnen, maar waar en wat is het beleid van de KNVB hierin?

Talenten worden in het amateurvoetbal overgelaten aan vaders
Naast een methodologie is het ook belangrijk dat er goed opgeleide trainers voor zo’n groep staan, die niet alleen weten wat ze moeten doen maar ook het het talent hebben om anderen iets te leren. Ook hier komt het niveau van de KNVB-trainersopleiding en zaken als didactiek en pedagogiek weer om de hoek kijken.

In het amateurvoetbal is de jeugdopleiding echter meestal een hele slechte soap waar je met een beetje pech jaren ‘training’ krijgt van totaal ongeschikte, goedbedoelende vaders, die van toeten nog blazen weten. Kunnen spelers in rijtjes gaan staan, 15 minuten van de training weggooien aan onzinnige warming ups zonder bal, opdrukken als straf, rondjes lopen om het veld of statische rek- en strekoefeningen doen die geen enkel effect hebben. Techniektraining? Positief coachen? Duidelijke aanwijzingen? Goede oefeningen? Aandacht voor mentaliteitsverbetering? Plezier? Het is te vaak ver te zoeken op de velden. Of de vrijwilligers nu wel of geen diploma hebben. Ja, er zijn ook verenigingen en teams waar het wel goed gaat en de trainers het wel goed doen, maar dat zijn helaas uitzonderingen. Bij het gros is het niveau verschrikkelijk laag.

Het is te bizar voor woorden dat er geen enkele ondergrens is voor het trainerschap en dat niemand daar op toeziet. Er wordt veel te makkelijk gezegd: het zijn maar vrijwilligers en we mogen blij zijn dat ze het doen. Het zijn wel onze kinderen, onze talenten waar dit soort clowns mee aan de slag gaan.

Het jeugdamateur-voetbalniveau op zaterdag is – over de grote lijn bezien – dan ook om te huilen. In de 5e, 4e en 3e klasse kan en mag je dat verwachten, maar ga eens bij een Divisie-of Hoofdklasse-wedstrijd kijken en je schrikt je dood over zaken als balaannames, motoriek, passing, techniek, looplijnen en keuzes die gemaakt worden in het veld. De coaching langs de kant is geregeld van hetzelfde niveau.

Ook bij profclubs hebben veel trainers geen talent voor trainer
Bij de profclubs zie je tegenwoordig overal oud-profs zonder ervaring in het geven van trainingen en zonder talent voor lesgeven, opduiken in de jeugdopleiding. Leraar zijn, trainer zijn is een vak. Daar heb je talent (en een goede opleiding) voor nodig wil je een goede trainer worden. Wij denken hier in Nederland ten onrechte dat een goede voetballer ook automatisch en meteen een goede trainer is.

Het gevolg van het aanstellen van trainers met weinig of geen talent, met geen of te weinig ervaring en met een achterhaald diploma op zak is dat de jeugd in zowel het amateur- als het profvoetbal al jaren ondermaats wordt opgeleid. Qua techniek, qua taktiek, qua motoriek, qua fysiek en qua mentaliteit.

Uit de RJO’s zie je dan ook hoofdzakelijk doorsnee lopendebandwerk in plaats van kwalitatief maatwerk te voorschijn komen. Specialisten worden niet meer opgeleid! Het zijn allemaal klonen die allemaal hetzelfde kunnen en hetzelfde doen. En dat is overspelen, veel rennen, en geen risico’s nemen. Het gros is bang om een fout te maken, bang om een actie in te zetten, bang om balverlies te leiden, bang om initiatief te nemen. Zelf nadenken is er nauwelijks nog bij, net zoals een man passeren. Dat mag niet of ze durven het niet vanwege de kans op balverlies, maar de meesten kunnen het gewoon niet meer. Jongens die het verschil maken met een actie of een passeerbeweging zijn een zeldzaamheid geworden op de Nederlandse velden.

Oorzaak III: De jeugdopleidingen brengen te weinig talent voort
In 2005 kwam uit een intern onderzoek van de KNVB naar voren dat de 38 jeugdopleidingen van de profclubs te weinig profvoetballers voortbrachten. Het systeem, dat in 2001 was geintroduceerd, moest op de schop om het aantal talenten dat doorbreekt in het profvoetbal te verdubbelen. De Regionale Jeugd Opleiding (RJO) werd geboren, maar de resultaten daarvan vielen ook zwaar tegen.

De 13 RJO's in Nederland

Slechts 4% van de jeugdspelers haalt het 1ste team
Dat werd bevestigd door een onderzoek van Elsevier (Dromen in Duigen) uit 2011 onder de 13 RJO’s. Bij PSV haalt amper 3% van de eigen opgeleide jeugd het 1ste, bij Ajax 6% en bij Feyenoord 5%.  ADO Den Haag, FC Groningen/Cambuur, NEC/FC Oss, FC Utrecht en Willem II/RKC, leverden samen in vier jaar amper tien volwaardige profvoetballers af. Van alle 1.335 jongens die werden onderzocht brak gemiddeld slechts 4,5 procent door bij hun eigen club.

Meer dan driekwart van de jeugd komt niet in het betaalde voetbal terecht
(Onderzoek naar rendement van de RJO’s uit 2011. Bron Elsevier)

Dit soort extreem lage percentages hebben meer weg van toeval dan van het resultaat van een goede scouting én opleiding.

De KNVB heeft vanwege deze slechte resultaten het  systeem van de jeugdopleidingen in 2014 weer omgegooid. De Jeugdopleidingen zijn nu onderverdeeld in 4 klassen: lokaal, regionaal, nationaal en internationaal. Prima, dat de KNVB inziet dat het niet goed gaat, maar alleen het systeem of de opzet iedere keer  veranderen, gaat niet helpen. Het gaat vooral om de kwaliteit van de trainers, alsook om de KNVB-opleiding en niet te vergeten om kwaliteit van de scouting (later daar meer over). Als dat niet verbetert, gaat ook deze nieuwe opzet te weinig profvoetballers opleveren. En vooral veel te weinig goed opgeleide spelers voortbrengen, laat staan toppers.

Oorzaak IV: De mentale ontwikkeling schiet tekort

Topsporters zijn te herkennen aan een groei-mindset, groot doorzettingsvermogen, de wil om zichzelf continue te verbeteren en een behoorlijke dosis zelfreflectie. Als je dat loslaat op alle Nederlandse profvoetballers van nu valt het merendeel door de mand. Die mentale tekortkoming of beter gezegd de mentale groei die er gewoon te weinig is geweest uit zich op het veld in zeer wisselende prestaties, in gemakzucht, in concentratieverlies, in een gebrek aan inzet, in het niet tegen kritiek kunnen, in faalangst, in twijfel en in het ontbreken van het altijd per se willen winnen. En leidt dus samen met de al eerder genoemde technische en taktische gebreken uiteindelijk tot gemankeerde voetballers en heel matige en zelfs slechte wedstrijden.

Dat is niet zo vreemd als er gekeken wordt wat er de afgelopen 10 jaar met die jongens is gebeurd. Het heeft allemaal te maken met de aanpak van de talenten, de talentontwikkeling. Die aanpak stimuleert vaak de verkeerde mindset, en juist de mindset is zo belangrijk om de absolute top te halen.

Thuis draait alles om die knapen. Alles wordt voor ze gedaan en geregeld. Er wordt rekening gehouden met trainingen en wedstrijden. Wanneer en wat ze moeten eten. Hoe laat ze moeten worden gebracht en opgehaald. Werktijden van papa en mama worden erop afgestemd. Shirtjes worden gewassen, tassen ingepakt en zelfs gedragen. Weerwoord krijgen de knapen niet of nauwelijks. Hun omgeving kijkt tegen ze op, ziet ze als de kip met de gouden eieren en praat ze naar de mond. Dit gebeurt vooral in de ‘vriendenkring’.

Groeimindset tegenover statische mindset
Groeimindset tegenover statische mindset

Ze zitten op speciale scholen waar ook alles op hen is en wordt afgestemd.  Als het even niet lekker gaat krijgen ze privé-leraren, schoolbegeleiders en huiswerkbegeleiders toegewezen. Op de club krijgen ze alles gratis: van tassen tot shirts. Er staan fysiotherapeuten, materiaalmensen, voedingsdeskundigen, focus-coaches, sportpsychologen, prestatie-coaches, trainers en performance-coaches tot hun beschikking.

Alles wordt voor deze jongens geregeld en goedgepraat. Voor alles een vangnet gecreeerd. Clubs doen er echt ALLES aan om de grote talenten binnen te houden. Weerstand, tegenslag, zelf initiatief, verantwoordelijksheidgevoel of omgaan met kritiek kennen ze daardoor niet en wordt ze ook nooit geleerd. Mentale hardheid, doorzettingsvermogen, weerbaarheid en een groeimindset worden daardoor niet tot matig ontwikkeld. En dat is nu net zo nodig om steeds beter te worden. Om altijd te presteren. Om constanter te worden in de prestaties. En om uiteindelijk de (wereld)top te bereiken. Het is niet zo vreemd dat Nederland geen enkele topper meer heeft voortgebracht de afgelopen 10 jaar.

Het is 10% talent en 90% doorzettingsvermogen

Ronaldo
Ronaldo

Als je aan topsporters als Serena Williams, Lornah Kipgalat, Maartje Paumen, Christiano Ronaldo, Lionel Messi, Esther Vergeer en Epke Zonderland vraagt wat er belangrijk is om aan de top te komen. Hoor je allemaal hetzelfde. Het is 10 % talent en 90 % doorzettingsvermogen/mentaliteit.

Natuurlijk is talent ook belangrijk, maar ook uit wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat  het doorzettingsvermogen, de mentaliteit en de ambitie van een sporter beslist of hij/zij de top haalt. De wil om jezelf beter te maken, per se de beste willen zijn, per se willen winnen en altijd je best willen doen is veel belangrijker dan talent. In Nederland is dit credo totaal ondergesneeuwd geraakt. Weggepamperd.

2016-03-29_1-35-02

Foppe de Haan verwoordde het onlangs perfect in het blad De Voetbaltrainer. Tijdens de Olympische Spelen van 2008 bekroop hem een gevoel dat hij nog nooit had gehad in zijn lange trainersloopbaan.  “Dit kan mijn team niet zijn. Hier hoor ik niet bij.”  Hij doelde daarmee op de slappe mentaliteit van zijn spelers. “De meeste van mijn spelers overschatten zichzelf. Denken dat ze er al zijn. Zijn bezig met geld tellen in plaats van met beter worden. Ze zijn moeilijk te bereiken en vooral met zichzelf bezig. Hebben geen interesse in elkaar en in anderen en kunnen slecht omgaan met kritiek en met tegenslagen.”

Oorzaak V: Talentherkenning is oerconservatief en kortzichtig
Naast de trainersopleidingen van de KNVB, de trainers, de jeugdopleidingen en de mentaliteit is er nog een 5e oorzaak aan te wijzen voor het matige niveau van Nederlandse voetballers en het voetbal op de Nederlandse velden: de talentherkenning/de scouting. En daar hoor je nooit iemand over, terwijl dat zo verschrikkelijk belangrijk is.

Wat is talent eigenlijk?
De talentherkenning bij veel clubs, trainers en scouts is onbegrijpelijk kortzichtig en ouderwets. Er zijn al genoeg wetenschappelijke rapporten over geschreven, maar de clubs blijven maar stug in de oude fouten vervallen. Het begint met de vraag wat is talent (zie het DMGT-model van Gagné en lees er meer over in dit artikel) en hoe herken je het? Ook daar zijn hele onderzoeken en testen aan gewijd ** (zie onderaan), maar die gaan blijkbaar aan het voetbal voorbij.

In theorie let een goede scout op zaken als techniek, motoriek, snelheid, fysiek, inzicht, mentaliteit (groei-mindset), doorzettingsvermogen, geboortemaand- en jaar, en trainings-en wedstrijdhistorie. Aan de hand daarvan kan er een inschatting worden gemaakt over de vooruitgang die het kind daarin nog kan boeken.

Beide jongens zijn 14 jaar. De rechter is een laatrijper en bereikt zijn hoogste groeisnelheid (PHV-waarde) pas over 2 jaar en wordt uiteindelijk veel groter dan de jongen links. De Jongens links is namelijk al ver over zijn groeispurt heen.
Twee voetballers van 14 jaar, ze schelen 1 week qua leeftijd;.  De rechter is een laatrijper en bereikt zijn hoogste groeisnelheid (PHV-waarde -1,98) pas over 2 jaar en wordt uiteindelijk groter dan de jongen links. De jongen links is namelijk al ver over zijn groeispurt heen (PHV-waarde van 0,93).

Maar in de praktijk  zoeken heel veel scouts nog altijd naar jongens die qua prestatie nu boven hun leeftijdsgenoten uitsteken en niet naar jongens die de potentie hebben om later de top te halen (de High Potentials). In ander sporten (bv hockey en tennis) is het al langer doorgedrongen dat het selecteren op basis van prestaties tot de leeftijd van 14 jaar niet wenselijk is. Prestaties tot die leeftijd zijn geen goede indicator voor later succes! (lees meer hierover dit artikel)

Maar in het voetbal zijn ze zover nog lang niet. Daar duikelen voetbalscouts als beginners in alle valkuilen die er maar zijn in talentherkenning. Zo houden scouts en clubs anno 2016 nog steeds veel te weinig rekening met het leeftijdseffect, of de jongens vroegrijpers of laatrijpers zijn en of ze de groeispurt al dan niet gehad hebben. Merkwaardig… Er is namelijk een workshop voetbalscouting van Henk Grim, notabene goedgekeurd door de KNVB (en waarmee je ook studiepunten kan verdienen), waarin duidelijk naar voren komt dat scouts zich niet blind moeten staren op de vroegrijpe, grote jongens.

Het verschil in ontwikkeling qua groeisnelheid tussen laatbloeiers en vroegbloeiers
Het verschil in ontwikkeling qua groeisnelheid tussen laatbloeiers en vroegbloeiers. Laatrijpers kunnen hierdoor biologisch gezien 3 jaar achterlopen op vroegrijpers.

En toch zitten de jeugdopleidingen van profclubs alsook de hoogste jeugdteams van amateurclubs volgestopt met jongens die biologisch gezien verder zijn dan hun leeftijdsgenoten. Ze zijn vaak groter, sterker, kunnen harder lopen, zijn motorisch verder, kunnen harder schieten, zijn fitter, kunnen langer doorgaan en vallen daardoor op bij de scouts.

Fysieke verschillen tussen jongens van 14 jaar.
Fysieke verschillen tussen jongens van 14 jaar. De jongens uit de laatste 2 kolommen hebben de grootste kans om gescout te worden of om langer in de opleiding te blijven dan de ‘kleintjes’.

PSV scout op geboortemaand niet op talent
De fysieke voordelen als puber of als kind zijn allemaal leuk en aardig voor nu, maar zeggen heel weinig over de kans op slagen als volwassene. Al die voordelen kunnen ze namelijk kwijt zijn als ze 17-18 jaar zijn en ze qua fysiek zijn ingehaald door de rest. Dan blijken veel van die jongens helemaal niet zo goed te zijn, omdat dan hun technische, motorische, taktische en mentale beperkingen ineens aan het licht komen. Ruben Jongkind (ex-Ajax-jeugdopleiding) en Bastiaan Riemersma (coordinator FUNdament PSV) onderkennen dit probleem en geven aan dat zowel PSV als Ajax het leeftijdseffect in de gaten houden. Mooie woorden, maar  Riemersma die ook het o13-team van PSV traint heeft maar liefst 15 spelers uit de eerste 5 maanden in zijn team en slechts 1 uit de laatste 6 maanden. En in de FUNdament-teams van PSV – waarin ze alles anders zouden gaan doen – zitten ook weer veel te veel jongens die geboren zijn in de eerste maanden van het jaar.

Leeftijdseffect
Twee even oude spelers van Volendam en Vitesse

Op deze manier zijn jeugdopleidingen bezig om jarenlang de verkeerde jongens op te leiden. Toch komen dit soort voetballers toch in het betaalde voetbal terecht. Puur en alleen omdat ze beter zijn opgeleid dan de amateurvoetballers, die misschien wel meer talent hadden maar dat nooit optimaal hebben kunnen ontwikkelen. Zo ontstaat er een self-fulfilling prophecy en denken scouts gelijk te hebben gekregen. Dat dit niet zo is is al meerdere keren aangetoond door wetenschappelijke onderzoeken.

Trainers willen nu winnen en kijken dus niet verder vooruit
De schuld van het voorgaande ligt overigens niet alleen bij de scouts. De KNVB schept hiervoor de voorwaarden en de clubs laten de keuze voor een jongen vaak afhangen van het oordeel van een trainer. En trainers kijken vaak puur of die jongen direct een aanwinst is en niet of hij over 5 jaar de beste kan worden. Veel trainers willen nu presteren en nu winnen in plaats van het goed opleiden van de grootste talenten. Dat is begrijpelijk, omdat veel jeugdtrainers nog steeds worden afgerekend op de stand in de competitie en niet hoe zij de jongens opleiden en of deze vooruitgang hebben geboekt.

Jeugdspelers onderverdeeld naar het kwartaal waarin ze geboren. In rij 4 het verschil tussen kwartaal 1 en 4.
Jeugdspelers onderverdeeld naar het kwartaal waarin ze geboren. In rij 5 het verschil tussen kwartaal 1 en 4.

Er zijn onderzoeken genoeg die bevestigen dat de talentherkenning van scouts, trainers en clubs heel eenzijdig en kortzichtig is. Zo is het leeftijdseffect een bekend fenomeen binnen de voetbalsport. Jongens die geboren worden  in de maanden januari, februari en maart worden 4 tot 5 keer zo vaak gescout dan jongens uit de laatste 3 maanden van het jaar. Alsof de geboortemaand het voetbaltalent zou bepalen! Dat leeftijdseffect zorgt ervoor dat per definitie een kwart verkeerd is gescout en nooit in de opleiding terecht had mogen komen. Het rare is dat clubs ervan af weten en er toch mee doorgaan. Met Ajax en PSV voorop (zie image hierboven)!

Laatbloeiers zitten op de bank of worden niet gescout
Uit een Noors onderzoek blijkt  verder dat spelers die geboren zijn in het laatste kwartaal niet alleen minder vaak gescout en geselecteerd worden, maar ook de minste speelminuten krijgen. Daardoor creeert het voetbal de eigen self-fulfilling prophecy in het kwadraat. De voorspelling dat de jongens die gescout worden ook beter kunnen voetballen, komt uit, omdat ze beter worden opgeleid en beter faciliteiten tot hun beschikking hebben én dus ook omdat ze meer speeltijd krijgen, en niet omdat ze meer talent hebben.  (zie dit onderzoek onder voetballertjes van 8 jaar Van Ward & Williams)

laatbloeiers vs vroegrijpers
Elk blauw stipje is een voetballer. De voetballers boven de lijn zijn vroegrijp, daaronder zijn laatbloeiers. De jongens in het rode gebied worden gescout.

Een ander voorbeeld is het laatbloeiers-tekort: jongens die achterlopen in hun biologische ontwikkeling worden veel minder of niet gescout en/of vallen af uit de jeugdopleiding. Een onderzoek van Malina onder Portugese jeugdvoetballers van 11 tot 16 jaar laat dit duidelijk zien: met toenemende chronologische leeftijd blijven er minder laatbloeiers en meer vroegrijpers over. Bij 11– tot 12–jarigen was 59% op tijd matuur, 20% vroegrijp en 20% laatrijp. Bij de 13– tot 14–jarigen waren al 38% van de voetballers vroegrijp. Tot slot was bij de 15- tot 16–jarigen maar liefst 65% van de voetballers vroegrijp en waren er geen laatbloeiers meer in de opleiding. Die waren allemaal weggestuurd. Laat- en vroegrijp staat los van talent. Als er geen laatbloeiers meer in de opleiding zitten betekent dit dat de clubs 30% van het talent gemist heeft. Dit kun je 1 op 1 op de situatie in |Nederland leggen. In combinatie met het leeftijdseffect  wordt in Nederland bijna de helft van al het talent over het hoofd gezien, niet gescout of uit de opleiding geknikkerd. Dat gaat ten koste van de kwaliteit van het algehele voetbal.

Zone 14
Zone 14

Het is dan ook zeer verontrustend als de KNVB in een van haar 11 speerpunten zet dat scouts nog meer op fysiek (kracht en lengte) moeten gaan letten, terwijl het juist om techniek, motoriek en inzicht zou moeten draaien. Maar liefst vijftig procent van alle goals in de Champions League wordt voorbereid of komt direct uit zone 14. Een team dat vaker via zone 14 aanvalt is succesvoller dan teams die dat minder doen. Alles draait dus om zone 14! En daar moeten juist hele technische, handige spelers staan met een perfecte motoriek die snel en juist het spel kunnen voorzetten in een kleine ruimte, een actie kunnen maken of op doel kunnen schieten. Momenteel telt Nederland niet een zo’n speler! Dan is het niet verstandig om een signaal af te geven dat scouts nog meer op fysiek moeten letten.

Er lopen momenteel honderden betere talenten rond bij de amateurs
Als bijna de helft per definitie al verkeerd is gescout, dan betekent dat dat er momenteel honderden meer getalenteerde voetballertjes nog bij de amateurs rondlopen. Voetballertjes waarvan het talent niet wordt en is herkend.  Deze jongens zijn overgeleverd aan de toevalligheden in het amateurvoetbal. Zij missen alle voordelen van een professionele opleiding,  ontwikkelen zich daardoor minder of raken gefrustreerd en stoppen er zelfs mee. (zie de uitstroomonderzoeken van de KNVB). Daardoor gaat ontzettend veel talent verloren voor de Nederlandse velden.

Let op de Diamonds in the Rough
Het zijn vooral de laatbloeiers, die van deze gang van zaken omtrent verkeerd en slecht scouten de dupe zijn. Oud top-honkballer Robert Eenhoorn (nu directeur van AZ) daarover: “Het gaat erom ook de laatbloeiers te scouten, dat zijn vaak de diamanten tussen het onkruid, maar veel van hen worden nu structureel over het hoofd gezien.”

Twee laatbloeiers bij uitstek. Ruud van Nistelrooy en Jaap Stam. Totaal over het hoofd gezien door alle scouts.
Twee laatbloeiers bij uitstek. Ruud van Nistelrooy en Jaap Stam. Totaal over het hoofd gezien door alle scouts.

Een ander voorbeeld van een talenten-onderzoek dat het voetbal ter harte zou moeten nemen: Uit een Australisch onderzoek gehouden onder 256 topsporters blijkt dat talenten zich grillig ontwikkelen. Slechts 7% van de Australische toppers behoorde als junior ook tot de besten. En maar liefst 84% van deze topsporters behoorde vroeger niet altijd tot de beste spelers, speelde dus niet altijd in het 1ste team en is via een omweg aan de top gekomen. Talent ontwikkelt zich dus niet lineair en wordt dus heel, heel vaak niet herkend door de zogenaamde experts. Dat bleek ook in Duitsland. Daar hebben ze de hele scouting omgegooid toen ze erachter kwamen dat de helft van de internationals niet gescout was voor hun 16e door een top-team.

Wie goed kan verdedigen wordt niet gescout
Nog een fout die scouts en clubs al decennia maken en waardoor veel talenten niet in de opleiding terecht komen. Jeugdscouts hebben een voorkeur voor aanvallers en nummers 10. Profclubs scouten namelijk hoofdzakelijk spelers die goed zijn aan de bal. Jongens die goed kunnen verdedigen of omschakelen worden amper eruit gepikt. Het zijn daardoor bijna altijd dezelfde type spelers die bij de amateurclubs worden weggeplukt.

Daardoor ontstaat er meteen een probleem in het jeugdteams van de profclubs. Wie zetten ze achterin? De pechvogels, vaak de minder getalenteerden van de selectie, worden dan omgeturnd tot verdediger. Die jongens willen dat vaak helemaal niet. Hebben daar ook  de specifieke kwaliteiten niet voor. Maar ze kiezen eieren voor hun geld, want het is of verdedigen of uit de opleiding worden geknikkerd.  En als ze dan eenmaal een beetje kunnen verdedigen is de kans vrij groot dat ze toch weer afvallen. Omdat ook hier de jongens die goed zijn aan de bal een streepje voor hebben. Bij FC Groningen bleek uit een intern onderzoek onder jeugdspelers dat de club de afgelopen jaren structureel spelers met goede verdedigende capaciteiten heeft laten afvallen, terwijl matige aanvallers mochten blijven. Jongens, waar je nooit meer wat van hebt gehoord. Groningen heeft ondertussen de manier van scouten en opleiden aangepast of is daar nog volop mee bezig.

Het is echt te bizar voor woorden dat profclubs in Nederland jeugdspelers, die een natuurlijke aanleg hebben voor  ballen afpakken, omschakelen, duels winnen, tackelen, vrijlopen en positie kiezen, niet of nauwelijks scouten. Voetballers die een wedstrijd spelen zijn daar immers 88 van de 90 minuten mee bezig. Je zou toch verwachten dat de ‘kenners’ daar iets meer belang aan zouden hechten.

Het is niet zo verwonderlijk dat Marco van Basten in zijn column in de VI schreef dat de jeugdopleidingen van Nederland hoofdzakelijk eenheidsworsten voortbrengen. Clubs – met dank aan de scouts – stoppen de jeugdopleiding vol met dezelfde type spelers en als die dan ook nog heel matig worden opgeleid dan krijg je inderdaad saaie eenheidsworsten. Ga zaterdag maar eens kijken bij een profclub bij u in de buurt. Je kan de jochies qua type voetballer haast niet meer uit elkaar houden.

Samenvattend
Als de trainersopleidingen van de KNVB tekortschieten en achterlopen qua leerstof, als teveel trainers niet goed zijn opgeleid en/of talent voor het trainerschap missen, als de jeugd op mentaal gebied niet goed wordt begeleidt en opgeleid en als de talentherkenning kortzichtig is, dan is het geen wonder dat de jeugdopleidingen te weinig goede voetballers, laat staan echte  toppers afleveren. Dan is het geen wonder dat het Nederlands voetbal zo in het slop is geraakt. Geen wonder dat er zo slap en slecht verdedigd wordt. Geen wonder dat balbezit doel is geworden en geen middel is. Geen wonder dat er veel te veel breed of terug wordt gepast. Geen wonder dat creativiteit, flair, zelfinitiatief en durf ver te zoeken zijn. Geen wonder dat spelers bang zijn om fouten te maken.  Geen wonder dat de techniek zo matig is. Geen wonder dat niemand nog zijn man voorbij komt. Geen wonder dat fysieke duels worden verloren of niet worden aangegaan.  Geen wonder dat spelers 1 wedstrijd heel goed spelen en je ze daarna 3 wedstrijden amper ziet. Geen wonder dat voetballers niet tegen kritiek kunnen. Geen wonder dat het niveau in de Eredivise laag is. Geen wonder dat Nederlandse clubs niet meer kunnen winnen van ploegjes uit Oostenrijk, Noorwegen, Luxemburg en Tsjechie. Geen wonder dat Oranje kansloos wordt uitgeschakeld voor het EK.

Aanbevelingen:

Stop met het scouten van jonge kinderen; dat is nattevingerwerk, ongewenst en zinloos

Profclubs moeten stoppen met het scouten van hele jonge kinderen. Vroeger werden kinderen in de D gescout, tegenwoordig gebeurt dat al in de O8 of O9 of zelfs daarvoor al bij de mini’s.  Het is totale onzin en niet wenselijk om in de voetbalsport een heel jong kind het hoofd op hol te brengen en van hem of haar te voorspellen dat hij/zij over 10 jaar goed genoeg is voor profvoetbal. Dat is onmogelijk en gaat tegen alle onderzoeken en feiten in. De regel is zelfs: neem geen extreme beslissingen vóór de leeftijd van 16 jaar, omdat kinderen juist tussen de 14 en 16 jaar nog grote veranderingen kunnen ondergaan. 

Ik ga niet herhalen wat ik daar al eerder over heb geschreven. Maar voor meer informatie hierover verwijs ik naar het artikel:  Jonge voetballertjes scouten is onverstandig en onzinnig of dit artikel Profclubs leiden de verkeerde voetballertjes op.

Profclubs moeten stoppen met hun jongste jeugdteams
De KNVB zou in ieder geval het voortouw moeten nemen door het op jonge leeftijd scouten van kinderen gewoon keihard te verbieden. Profclubs moeten daardoor hun jongste jeugdteams opheffen. De trainers die daardoor vrijkomen moeten niet worden ontslagen maar gestald worden bij amateurclubs in de regio. De KNVB zou ook trainers bij amateurclubs moeten gaan neerzetten. In andere landen (Duitsland) en  bij andere sporten ( Zweeds IJshockey) gebeurt dit al. Dat zorgt ervoor dat de talentenvijver waaruit gevist gaat worden vele malen groter is en dat veel meer jongens ook goed zijn opgeleid. De KNVB zou dit bijvoorbeeld kunnen financieren door een soort opleidingsvergoeding te gaan heffen over alle transfer- en makelaarskosten.

Op deze manier krijgen alle talenten een goede opleiding van 6 jaar. En trainers hebben een veel beter beeld gekregen dan een scout ooit zal hebben van deze jongens. Dit sluit ook aan op het feit dat een goede talentidentificatie 3-5 jaar duurt. Pas na deze tijd (dus na de keeftijd van 12 jaar) heeft het zin een eerste voorlopige selectie te maken die extra trainingen krijgt. Om op 15-16-jarige leeftijd, als het beeld van de spelers zo goed als compleet is geworden, een definitieve selectie te maken.

Laat talenten bij hun eigen club spelen, zet daar goede trainers voor de groep
Laat die jonge kinderen die echt goed zijn gewoon lekker bij hun club in de buurt spelen. Dat is beter voor hun ontwikkeling en zo worden ze niet geforceerd bij elkaar in een team gezet. Uit onderzoek is gebleken dat teveel talent bij elkaar zetten niet goed is voor de individuele ontwikkeling en de teamprestatie.

Laat ze bij hun eigen team spelen en zorg dat daar goed opgeleide trainers voor de groep staan. Daar ligt een taak voor de KNVB en de profclubs. Zo voorkom je ook dat die kinderen al vanaf een hele jonge leeftijd een enorme druk krijgen opgelegd (wat ten koste van het plezier gaat) en dat ze mentaal worden verpest omdat alles voor ze wordt geregeld. Laat ze lekker op hun favoriete positie spelen, uitblinken bij hun club en de kar trekken. Dat is goed voor het verantwoordelijkheidgevoel, het leiderschap en het plezier. Zaken die nu vooral ontbreken bij spelers.

PSV is al bezig met het afschaffen van de jongste jeugdteams. De Eindhovenaren hebben hun jeugdopleiding omgegooid en hun nieuwe concept heet FUNdament. De gescoute voetballers van FUNdament worden niet meer opgeleid bij PSV, maar bij profclubs bij hun in de buurt. Die opleiding duurt 4 jaar en daarna heeft PSV de 1ste keus voor het eigen onder 12 team. Dat is al een veel betere ontwikkeling en vergroot ook de talentenvijver, maar hierdoor wordt nog steeds heel veel talent buitengesloten en zo alle voordelen van een professionele opleiding missen.

Maak bij talentherkenning ook gebruik van testen 
Scouts, trainers en clubs moeten ter ondersteuning gebruik gaan maken van sportspecifieke testen om talent te herkennen. Deze zijn niet zo gevoelig voor groei-en rijpingsprocessen van spelers en daarmee onmisbaar voor een club. Vooral dribbeltesten, coordinatie-testen en sprintsnelheidstesten kunnen hierbij ondersteunend zijn.

Scout ook op verdedigende kwaliteiten en omschakelen
Houd op met het uitsluitend scouten van voetballers die goed zijn in balbezit. 88 minuten van de wedstrijd heeft een speler geen balbezit en moet hij vrijlopen, tackelen, positie kiezen, man dekken, omschakelen, duels winnen. Scout daar ook eens op! Verdedigen is ook een talent.

Stop met pamperen
Stop met al die vangnetten binnen de jeugdopleiding.  Helpen en bijsturen is goed, maar als zaken als inzet en mentaliteit er van nature niet in zitten zijn en er daarin ook geen vorderingen worden gemaakt, dan zijn die jongens ongeschikt voor het profvoetbal. Profclubs moeten ophouden de mentaal zwakke jongens (de moeilijke gevallen), die wel veel talent hebben, te blijven pamperen tot het oneindige in de hoop dat het toch nog goed komt. Dat doen ze alleen uit angst. Angst dat deze jongens bij een andere club wel slagen. De hele aanpak hiervan is hartstikke fout. Stimuleert een totaal verkeerde mindset bij die knapen. Het barst in het profvoetbal van spelers die op deze manier kunstmatig naar een profloopbaan zijn gebracht. En dan vinden wij het raar dat ze zich zo vaak niet voor 100% inzetten en naast hun schoenen lopen?

Scout op potentie, niet op vaardigheden van nu

Uit alle sportonderzoeken naar talentidentificatie komt naar voren dat er een groot verschil is tussen de determinanten van talent en de determinanten van potentieel (hoeveel dat talent zich nog kan verbeteren). De vaardigheden bepalen het talent, de mentaliteit het potentieel.

Potentie wordt bepaald door wat er in het hoofd omgaat. Denk daarbij aan inzet, leersnelheid, leervermogen, ambitie, zelfbeeld, tegen kritiek kunnen, groeimindset en doorzettingsvermogen. Zonder die eigenschappen gaat het talent te weinig vooruit en zal deze niet lang aan de top blijven.

Stop met het spelen van 7-7 en 11-11 bij de jongste jeugd
De KNVB zou de hele competitieopzet bij de jeugd moeten veranderen. Stop met 7-7 en 11-11 bij de jongste jeugd. Die opzet is totaal achterhaald. Het veld, de ruimtes, de goals en de keuzes zijn veel te groot voor die knapen. Het is nogal logisch dat trainers dan voor de grotere, sterkere en snellere spelers kiezen en niet voor de handige, technische jongens. De KNVB werkt hiermee een hele verkeerde talentherkenning in de hand.

Vroegrijpe jongens zijn in het voordeel. helemaal op een groot veld
Vroegrijpe jongens zijn in het voordeel. Helemaal op een groot veld

Het aantal balcontacten dat je nodig hebt om beter te worden is op een groot veld ook veel en veel te laag. Het plezier is ook veel minder. Welk kind vindt het nu leuk om er na een uur achter te komen dat ie amper 10 x de bal heeft gehad? Voor velen is het meer wachtbal dan voetbal! In dit filmpje van de BBC wordt goed uitgelegd wat het voor kinderen betekent om op een volwassen-veld te spelen.

In landen als Belgie, Frankrijk, Engeland en Duitsland hebben ze dat allang aangepast. Daar spelen ze in de E en F 2-2, 3-3- of 5-5 en in de D 7-7 of 8-8 of 9-9.

Wedstrijdvormen in Duitsland
Wedstrijdvormen in Duitsland

De profclubs in Nederland zijn al overgestapt op de zogenaamde twingames. En die opzet of een variant daarvan zou meteen moeten worden ingevoerd bij de amateurs. Het aantal balcontacten stijgt daardoor met maar liefst 125%.

De KNVB heeft laten weten bezig te zijn met de aanpak hiervan. Dat kun je hier lezen.

Nadruk bij jongste jeugd op techniek, inzet, plezier en motoriek
Leg bij de jongste jeugd (alles jonger dan 13) het accent op plezier, techniek, inzet/mentaliteit en motoriek en speel veel onderlinge mini-partijtjes en mini-oefeningen op de trainingen. Stop met het in rijtjes staan en de onbenullige warming-ups zonder bal. Dat is tijdverspilling. Trainers hebben vaak maar  1 uur de tijd. Benut die tijd optimaal door zoveel mogelijk balcontacten. Laat ze pingelen en trucjes doen. Voeg daar vanaf het 13e levensjaar – als ze groter en sterker gaan worden – zaken als taktiek en fysiek aan toe.

Houdt geen uitslagen en standen meer bij voor de jongste jeugdteams
Stop in ieder geval bij de onder 8, 9, 10 en 11 teams met het bijhouden van uitslagen en standen. Dat haalt de druk weg bij spelers (stress verknalt het leereffect), dat vooral door ouders en trainers wordt opgelegd. In die hoek zit met name het probleem. Je moet het geschreeuw en de aanwijzingen eens horen langs de lijn van trainers, leiders en ouders. Omdat jongetjes van 7 jaar aan het voetballen zijn… Kinderen durven daardoor niks meer, ontwikkelen faalangst, raken in de war, denken niet zelf meer na, maar doen wat er aan de kant wordt geroepen. De hele spontaniteit en het plezier gaan er zo vanaf.

Het gaat in die eerste fase uitsluitend om de ontwikkeling en het plezier niet om de uitslag en het kampioen worden. In Belgie wordt dit verschijnsel  Championitis genoemd en het is daar ten strengste verboden. Omdat door de druk van trainers/ouders die per se willen winnen, worden de kinderen al veel te vroeg in het keurslijf van overspelen en geen risico’s nemen gedwongen en zo gaat de fun eraf. Laat het kind het zelf oplossen in het veld. Inzicht is ook een talent. En coach op de trainingen.

Dit betekent niet dat winnen niet meer belangrijk is. Dat winnen zit er bij kinderen van nature wel in. Kinderen maken overal een spelletje van en willen dat ook winnen. Trainers moeten dat stimuleren en aanscherpen, dat kan ook prima zonder de uitslag te noteren en standen bij te houden.

Voer onbeperkt wisselen in via een vliegende wissel
Elke zaterdag zitten er duizenden kinderen op de bank te verpieteren. Ze zijn soms hun hele dag kwijt voor een paar minuten voetbal. In de A-categorie mag er maximaal 5x gewisseld worden. Maar dat doen veel trainers niet. Er is er altijd 1 die helemaal niet speelt en 1 of 2 die een paar minuten voor tijd nog mogen invallen. De KNVB moet toestaan dat ook in de A-categorie doorlopend gewisseld mag worden. Dat vergroot de kans op speeltijd voor iedereen. Er zijn nu veel kinderen die stoppen of gedemotiveerd raken omdat ze op zaterdag heel weinig mogen spelen. Met een vliegende wissel (zie hockey) zorgt dit ook niet voor oponthoud.

De helft van de kinderen stopt zelfs met voetbal voor hun 14e
Uit onderzoeken van o.a de KNVB blijkt dat veel kinderen stoppen met voetballen vanwege de frustraties dat ze niet in 1ste teams worden gekozen vanwege hun biologische achterstand, vanwege slechte trainers en vanwege de slechte sfeer binnen een team. Voor hun 14e is de helft ermee gestopt!Een betere trainersopleiding (trainers die de nadruk op plezier leggen en met kinderen kunnen omgaan) en een betere talentherkenning zou dit tegen gaan.

Verbeter de trainersopleidingen van de KNVB
De KNVB moet de inhoud van de trainerscursussen aanpassen, verbeteren en vooral moderniseren.  Het uitgangspunt moet het Totaalvoetbal/de Hollandse School zijn. Wat is daar voor nodig? Dan zal het technische, taktische, mentale en fysieke deel van de cursussen aangepakt moeten worden. Kijk af bij de Duitse en Spaanse cursussen.

Naast het voetballende gedeelte moet er ook veel meer aandacht besteed worden aan het didactiek en pedagogiek. Hoe moeten trainers om gaan met kinderen, hoe coach je positief, hoe breng je kinderen van verschillende leeftijden iets bij, hoe komt een boodschap het beste over. En, er moet vooral aandacht in de cursus zijn voor de motoriek van de jeugd. Zonder goede motoriek, geen goede voetballer. En juist die basis-motoriek wordt steeds minder omdat de jeugd steeds minder beweegt.

Hoe verbeter je verder een opleiding? Dat hoeft de KNVB echt niet zelf meer uit te dokteren. Ook daar is onderzoek genoeg naar gedaan, onder andere door het gerenommeerde onderzoeksbureau McKinsey.

Dit bureau stelt dat je een opleiding verbetert door de zwakke leraren/trainers te ontslaan, betere leraren te scouten en over te halen om les te komen geven ( bv door een beter salaris te geven) en door eisen te stellen aan de vooropleiding. De KNVB moet ook de bijscholing verplicht stellen voor alle trainers. En niet de trainers de bijscholing zelf laten regelen.

Clubs moeten hetzelfde doen met hun trainers. Ontsla de zwakke trainers, scout betere trainers en stuur ze allemaal verplicht op cursus en verplicht ook de bijscholingscursussen. Clubs (Technisch Directeur en Hoofd Jeugdopleiding) moeten erop toe zien dat trainers ook daadwerkelijk uitvoeren wat ze hebben geleerd en daar niet een eigen draai aan gaan geven die totaal afwijkt van de Hollandse School/Totaalvoetbal. Hier komt ook weer een stukje methodologie om de hoek kijken.

Eindoverweging:
De KNVB kan dan wel op zoek zijn naar de Hollandse School 2.0, maar dan moet er eerst geanalyseerd worden wat er goed en minder goed was aan het origineel. De afgelopen 40 jaar is daar totaal niet over nagedacht, net zo min als er geprobeerd is om dat type-voetbal nog te verbeteren en te doorontwikkelen. Sterker nog, we hebben onze nalatenschap behoorlijk laten versloffen. En als we naar de mensen luisteren die in de werkgroepjes zitten van de KNVB dan weten die nog steeds niet wat De Hollandse School is. Die zogenaamde kenners beweren dat zaken als fysiek, kracht, mentaliteit en loopvermogen aan de Hollandse School moeten worden toegevoegd. Opmerkelijk, want  de Hollandse School, het Totaal voetbal uit begin jaren ’70 dat wereldberoemd is geworden door het Nederlands elftal tijdens het WK in West-Duitsland, was hard, was mentaal en conditioneel ijzersterk, bulkte van het loopvermogen en de werklust en voegde daar creativiteit, flair, techniek en taktiek aan toe.

Die Hollandse School of Totaal voetbal bezit alle ingrediënten om daar ook nu weer succesvol mee te zijn. Het moet alleen voorzien worden van nieuwe (wetenschappelijke) inzichten en kennis. Het wordt tijd dat de KNVB, de clubs en de trainers de Hollandse School doorontwikkelen.  Alle kennis daarvoor hebben we in eigen land, maar dan moet er wel naar de juiste mensen worden geluisterd. Dus ook naar mensen van buiten de voetbalsport en naar wetenschappers.

Het is te hopen – gezien de veelheid aan betrokkenen bij dit project – dat de KNVB niet teveel is gaan polderen en de hele voetbalopleiding, talentherkenning en competitie-opzet in Nederland op de schop durft te gooien. En dat clubs, trainers en bestuurders dat beleid ook gaan omarmen, gaan naleven en vooral gaan verbeteren. Want nog eens 40 jaar zo weinig innovatie past niet bij een voetbalgrootmacht als Nederland.

———————————————————————————————————

Op initiatief van Guus Hiddink en de KNVB is er in december 2014 een KNVB-symposium gehouden over de toekomst van het Nederlandse voetbal. Daaruit zijn 11 speerpunten naar voren gekomen. Deze 11 speerpunten zijn de afgelopen anderhalfjaar onderzocht door verschillende werkgroepjes. De resultaten daarvan zullen in mei 2016 bekend worden gemaakt.

**  Uit een onderzoek van Vandorpe (2012) blijkt dat een algemene motorische testbatterij beter in staat is om prestaties op langere termijn te voorspellen dan anthropometrische parameters, fysieke performance testen, trainingservaring en de beoordeling van een expertcoach. Dit geeft uiteraard nog geen zekerheid op podiumposities op wereldniveau, echter het biedt de mogelijkheid ‘high potentials’ te identificeren en op te nemen in een gericht talentontwikkelingstraject.


Update: Danny Blind, niet alle spelers weten wat topvoetbal inhoudt

Update: KNVB-rapport Winnaars van Morgen staat vol tegenstrijdigheden

Update: En hier het KNVB-plan Winnaars van Morgen waar we al zo lang op hebben gewacht

Update: Van Gaal stelde in 2001 een belabberd Masterplan op voor het Nederlandse voetbal. De effecten daarvan zijn nu duidelijk meetbaar… En dan wil Danny Blind nu Van Gaal weer als TD bij de KNVB. Het is te hopen voor het Nederlandse voetbal dat dit niet doorgaat.

Interessante links (nog meer leesvoer):

ECA rapport over jeugdopleidingen vanEuropee  profclubs

Long term athlete development van NOC ISF

Late specialisatie is beter voor veel sporten

Kerntalentenmerhode (1) bij talentherkenning

Hoe Engeland sporttalent ging scouten na het debacle op de Olympische Spelen

Houdt groei in de gaten bij talentidentificatie en -ontwiklkeling

Laat laatbloeiers een team lager spelen (Van C naar D of van B naar C))

NOC zoekt naar talent

Talentidentificatie in sport

9 COMMENTS

  1. Ik ben altijd een reuzefan geweest van het totaalvoetbal met Cruyff. Dat is compleet verdwenen op de Hollandse velden. Je beschrijft het hier goed. Het is heel statisch geworden nu. Veel gewandel. De KNVB zou dit artikel als leidraad moeten nemen.

  2. Diepte zou moeten gaan voor breedte daar komt het publiek immers voor .
    Er dient meer Spektakel geboden te worden op de velden ,en er dienen uiteraard meer winnaarstypes opgeleid te worden om weer een rol van betekenis te kunnen gaan spelen in Europees verband.

  3. Een ding wil ik graag weten wie heeft zoveel voetbalkennis door een rapport op te stellen waarmee duidelijk wordt aangetoond waar het al die jaren is misgegaan

  4. Het is altijd leuk om te lezen en te zien dat ik niet de enige ben die het zo ziet.
    De laatste periode krijg ik steeds meer bijval omdat men er nu eindelijk langzaam achter komt dat de Zeister Visie er een is met oogkleppen op! – The Dutch Style – komt niet uit Zeist maar uit het karakter van de Nederlandse spelers in samenhang met de Nederlandse cultuur!
    Een van de grootste problemen in de NED amateur voetbal is dat er nu een heel leger “verkeerd” opgeleide trainers rondlopen die in de huidige voetbal club cultuur perfect passen – het tere kinderhartje beschermen – maar totaal niet geschikt zijn om voetballers op te leiden.
    Van Zeist hebben ze geleerd waar de pionnen moeten staan, welke patronen er gelopen moeten worden, maar enig corrigerend vermogen zit er niet in. – zo kan ik nog wel even doorgaan – afgelopen weken weer selectie trainingen bekeken waarvan je van te voren al kan zien dat het in de basis al niet goed zit.

  5. Goed stuk. Roep al tijden, heb daarover ook contact gehad met enkele RJO’s dat scouting op jonge leeftijd geen zin heeft. Had en heb ook een plan gepresenteerd met een BVO om jeugdspelers te laten voetballen bij hun amateurteam. Daarnaast kunnen de vrijgekomen trainers, trainers en mensen bij amateurclubs begeleiden en trainingen uitzetten. Voordeel is dat het jeugdteam plezier houdt en heeft, rest van het team zich ook ontwikkeld. Het talent dat je zag, heeft de mogelijkheid zich zonder druk verder te ontwikkelen en wellicht dat er gaandeweg nog een talent die niet opviel zich aandiend. Ben zelf voordat ik met het seizoen begon uit de te vormen F1 lichting 3 talentjes kwijt geraakt aan een RJO. Rest van het team omwikkeld zich hierdoor minder. Maar het kan nooit dat er in 1 lichting bij een middelgrote vereniging ineens 3 talenten zijn.

    Van deze 3 komen er uiteindelijk minimaal 2 terug, die wellicht het plezier verloren hebben.

    Ook ben ik tegen Twin games, in het stuk schrijft de auteur dat er geen verdedigers worden opgeleid. Dat is bij deze opvatting nog meer. Een wedstrijd die eindigt in 24-22 is inderdaad leuk voor de balcontacten maar waar zijn dan bijvoorbeeld de verdedigende aspecten.

    Ook 2:2/4:4 werkt als wedstrijdvorm slechts gedeeltelijk. Op amateurniveau, met diversiteit aan kwaliteiten (ook in 1 team) is dit juist plezierverlagend. De brutaalste, de sterkste (zie ook hetgeen wat aangehaald wordt in het stuk mbt groei en geboorte ontwikkeling) zal sneller aan de bal komen en winnen. Dit kan alleen als alle teams op hetzelfde nivo zitten, dat is lastig. Zeker bij kleinere verenigingen.

    Ook het competitie element is belangrijk, winst en verlies hoort nu eenmaal bij het spel. Belangrijker is hoe trainers en ouders hier mee omgaan. Als zaterdag vooral wordt gezien als verlengstuk van de training, is winst of verlies niet vervelend maar hoort dat er wel bij. Bijna alle kinderen kijken wel naar de stand en naar hun tegenstander. Daar is helemaal niks mis mee, daarin zit ook de uitdaging om het volgende keer beter te doen. Maar het mag en moet geen belemmering zijn of het plezier te laten afnemen. Hierin ligt de taak van de trainers/ouders.

    Zoals de auteur schrijft was het voetbal in 1974 bijna zoals nu zou kunnen zijn, met de aanpassing in tijd (zoals fitheid/kracht/mentale druk). Dus waarom kijken naar België? Is het succes van Belgie toe te schrijven aan het beleid, of heeft men gewoon een goede generatie (die nog niks won overigens!). Het moet naar blijken of er goede opvolgers zijn voor deze huidige generatie.

  6. Hollandse School Totaalvoetbal wordt in menig perceptie verbasterd naar voetbalbewustzijn. Ik noem het wk 1974 de Wim Jansen School. Wim Jansen is de bindende factor geweest in het neerzetten van dit kunststuk. Als je vervolgens de strategie ziet en hoe van de ruimte gebruik gemaakt wordt, ook complete voetbaltechniek wordt tentoongespreid, dan weet je hoe buitengewoon briljant er werd gespeeld. Is niet een tweede keer vertoond tot dusverre.

Reageer

Please enter your comment!
Please enter your name here